Archief

Uit de schatkist van Chassidische verhalen

Parasjat Chajjei Sara

In onze allerbeste begraafplaats (Bereisjiet 23:6)

V

oor zijn dood had Reb Schmelke van Nikolsburg de mensen van de plaatselijke  chewra kadiesja begrafenisvereniging verteld, dat wanneer zijn tijd zou komen, hij graag begraven zou worden naast het graf van één van zijn voorgangers, Reb Menachem Mendel, de auteur van Tsemach Tsedek.

Terwijl het graf gegraven werd naast de tombe van de vorige functionaris, kwam een oude man en vertelde de leden van het chewra kadiesja dat zijn overleden vader hem verteld had dat Reb Menachem Mendel hem vóór diens dood verteld had, dat hij niet wilde dat er iemand naast zijn graf begraven zou worden. De grafgravers stonden in tweestrijd, want zowel de oude man als zijn overleden vader stonden bekend als zeer betrouwbaar en in hoog aanzien. De hele stad werd er al spoedig bij betrokken: moesten zij gehoorzamen aan het verzoek van de vroegere geleerde of van de latere? Ten slotte werd besloten dat zij het zouden nazoeken in het pinkas [aantekenboek] van de begrafenisvereniging. Wanneer zij in dat register de wil van Reb Menachem Mendel zouden aantreffen, dan zouden zij zijn instructies volgen. En indien niet, dan zouden zij de woorden van de oude man negeren, ten slotte was hij één enkele getuige, en nog wel een die getuigde uit de tweede hand, terwijl zij allen persoonlijk de wil uit  Reb Schmelkes mond gehoord hadden.

Zorgvuldig zochten zij in de oude registers van het chewra kadiesja en ja hoor, daar stonden expliciet de instructies van Reb Menachem Mendel, dat niemand naast hem begraven mocht worden, tot aan een zekere datum van een bepaald jaar de datum van de dag waarop zij zochten. De hele gemeente zag hierin het Woord van G-d en voerden de wil van beide geleerden uit.