Archief

Uit de schatkist van Chassidische verhalen

Parasjat Noach

Text Box: Elè toledot Noach – Dit zijn de nakomelingen van Noach (Bereisjiet 6:9)Een tijd van zwoegen

Een zekere geleerde rabbijn die gewend was zich tot het uiterste in te spannen om zijn jesjiva-studenten de hele dag te onderwijzen, werd eens jaloers op de wat makkelijkere levensstijl van die vrome mensen die de tijd hadden om een paar uur per dag achterover te leunen en hun pijpje te roken en ondertussen wat mediterend over de kabbalistische mysteries van de Bovenaardse eenheid. Waarom zou hij dat niet ook doen? Maar het zou niet juist van hem zijn om zich op zo een volkomen ander pad te begeven in de dienst van zijn Schepper zonder eerst zijn rebbe te raadplegen, Reb Asjer van Ropshitz (de schoonzoon van Reb Naftali Ropshitzer). Zonder zijn gedachten met iemand te delen ging hij op weg naar Ropshitz.

De Rabbi trof de Tsaddiek in bed aan, omringd door zijn chassidiem, want hij voelde zich onwel. Zodra de Tsaddiek hem zag strekte hij zijn handen naar hem uit om zijn gast te begroeten en zonder hem een kans te geven om een woord te zeggen ging hij voort: Laat mij u het vers uit Tora leren dat zegt: Dit zijn de nako­melingen van Noach.” De woorden ‘dit zijn’ doen denken aan het vers Dit zijn jullie goden, Israël” en de naam Noach betekent gemakkelijk, of comfortabel. Kort om: de verschillende vormen van afgoderij zijn de nakomelingen van een gemakkelijk, ledig leven. Nu zult u misschien tegenwerpen  dat mijn lering wordt tegengesproken door het vervolg van ditzelfde vers: Noach [dat dus gemakzucht en ledigheid betekent] was een rechtvaardig en perfect mens” – wij zien rondom ons heen rechtvaardige en brave mensen die de tijd hebben om te mediteren over verheven kabbalistische mysteries, terwijl zij hun pijpje roken. En het ant­woord op uw tegenwerping is te vinden in de volgende woorden van datzelfde vers: En Noach wandelde met G-d.” Zelfs de Noach van zulke tsaddikiem – zelfs hun gemak en vrije tijd – wandelt met G-d. Maar jij, mijn zoon, verlaat het pad niet waarop je gewend bent te wandelen in de dienst van je Maker – dag en nacht zwoegend ten behoeve van de vorderingen van je studie en in de verspreiding van Tora onder je studenten.”