Archief

Uit de schatkist van Chassidische verhalen

Parasjat Toledot

De zoete wraak

„Ik ken de dag van mijn dood niet” (Bereisjiet 27:2).

Nadat hij op de vooravond van Simchat Tora uit een raam gevallen was, lag Reb Ja’akov Jitschak, de Chozee van Lublin in ernstige toestand. Sommigen van zijn tegenstanders waren er zeker van dat hij het niet zou overleven en gingen zover om hun vreugde te uiten door het drinken van een glas wijn.

Toen de rebbe dit hoorde, zei hij: „Op de dag dat ik Deze Wereld verlaat, zullen zij nog niet eens in staat zijn water te drinken.”

Niemand begreep wat hij bedoelde, tot de dag van zijn dood – de vastendag van Tisja Be’Av.

ô ô ô

Een tijd om te sterven

Reb Jitschak van Nesjchitz was getrouwd met de kleindochter van Reb Levi Jitschak van Berditchev, die het jonge paar, in overeenstemming met de toen geldende gewoonten van schoonvaders, beloofde gedurende vier jaar te onderhouden. Toen de overeenkomst werd gemaakt, werd de tsaddiek gevraagd of hij geen langere periode op zich kon nemen. Maar hij beweerde dat hij onmogelijk in staat was een belofte te geven voor meer dan vier jaar.

De mensen waren begrijpelijk verbaasd over deze weigering. Totdat op de vierde ver-jaardag van het paar de tsaddiek overleed.