Archief

Uit de schatkist van Chassidische verhalen

Parasjat Wajechi

Een belofte

En begraaf mij in hun graf (47:30)

Reb Hillel van Paritsh was bekend om de wijze waarop hij met grote nauwkeurigheid de mitswot in acht nam. Hij was bereid zijn leven te riskeren voor het geringste detail dat de Geleerden verordend hadden. Het Tsaristische regime in zijn tijd had een decreet uitgevaar­digd dat alle Joden hun pejot [haarlokken voor het oor] moesten afscheren en een of andere onscrupuleuze verrader had de plaatselijke autoriteiten verteld dat Reb Hillels oorlokken nog intact waren. Men besloot ze met geweld af te scheren maar Reb Hillel bedekte ze stevig met zijn beide handen zodat zij niet in staat waren hun plannen uit te voeren. Hij bevond zich in grote moeilijkheden totdat een eenvoudige Joodse kleermaker voorbij kwam en tussenbeide kwam  en hem redde. Dankbaar voor de hulp zegende Reb Hillel de man en beloofde hem dat „na honderd en twintig jaar”, wanneer zijn tijd gekomen was, hij beloond zou worden door naast hem te worden begraven.

Vele jaren gingen voorbij. Reb Hillel was intussen Rabbijn van Bobruisk geworden en ieder jaar reisde hij de provincies rond en bezocht de steden van Kherson en Yekatrinoslav, om Tora-les te geven aan de boeren, door wie hij enorm bewonderd werd. In de zomer van 1864, toen hij 69 jaar was, werd hij plotseling ziek terwijl hij in Kherson was, hetgeen veraf van Bobruisk en Paritsh in Wit Rusland ligt, en hij stierf op Sjabbat Nachamoe.

De volgende dag, te midden van algemene rouw, werd hij begraven en zijn leerlingen en bewonderaars kwamen nog vele jaren daarna om te bidden op het graf van de tsaddiek.

Geruime tijd later, op een bitter koude en stormachtige dag, stierf een onbekende arme zwerver in de ge­meen­telijke herberg voor daklozen. De sjammasj van de begrafenisonderneming was te lui om naar buiten te gaan op deze winderige dag om de bestuurders van de begraafplaats te vinden om te vragen waar deze zwerver begraven moest worden, en dus ging hij zelf naar de begraafplaats en groef ergens op een vrije plek een graf, waar hij de arme zwerver inlegde. Een dag of twee later ontdekte men dat het nieuwe graf precies naast de rustplaats van de illustere Reb Hillel gegraven was. Toen dat bekend werd, brak er een groot tumult uit in de stad: was het wel gepast dat een onbekende zwerver, die toevallig in hun gemeente gestorven was, iemand die geen van de respectabele burgers zelfs maar kende, dat zo iemand begraven werd naast de tsaddiek?

Maar nu was het te laat om daar nog iets aan te veranderen, dat zou Tora nooit toestaan.Het minste wat ze konden doen was uitvinden wie die arme zwerver was. Op zijn identiteitspapieren stonden zijn naam en die van zijn vader en het feit dat hij uit Paritsh kwam. De bestuurders van Kherson schreven daarom naar hun collega’s in Paritsh en vroegen hen wat zij wisten van de man

Het antwoord uit Paritsh identificeerde hem duidelijk: dit was dezelfde kleermaker aan wie zoveel jaren terug Reb Hillel beloofd had dat „na honderd twintig jaar”, als zijn tijd zou komen, hij naar zijn laatste rustplaats zou worden gebracht, naast die van Reb Hillel.

ô  ô  ô