Archief

Uit de schatkist van Chassidische verhalen

Parasjat Wajjera

Ga Uw dienaar toch niet voorbij (Bereisjiet 18:3)

R

eb Eliëzer, de vader van de Baäl Sjem Tov, was zo gastvrij, dat hij mensen eropuit stuurde om reizigers, die zijn dorp passeerden, uit te nodigen in zijn huis. Wanneer zij gegeten had­den, gaf hij hen geschenken en proviand voor hun verdere reis. Het Hemelse Gerechtshof  maakte zorgvuldig aantekeningen van dit voorbeeldige gedrag en besloot hem op de proef te stellen.

Satan sprak het eerst: „Ik ben bereid hem op de proef te stellen.”

Maar Eliahoe de Profeet zei: „Nee, misschien is het beter als ik ga.”

Zijn voorstel werd geaccepteerd en de profeet verscheen op een Sjabbes middag, vermond als bedelaar aan de deur van Reb Eliëzer, met een staf in zijn hand en een knapzak op zijn rug, alsof hij in flagrante strijd met de heiligheid van Sjabbat gereisd had. Toen de deur op zijn kloppen geopend werd, zei hij: „Gut Sjabbos” en ging naar binnen.

Reb Eliëzer bleef kalm ondanks de ogenschijnlijke brutaliteit van de gast om voor zijn ogen de Sjabbat te ontheiligen, maar geen lelijk woord kwam over zijn lippen, dat de gast beschaamd zou kunnen maken. In tegendeel, hij haastte zich om hem de Derde Maaltijd van Sjabbat op te dienen. In de avond, toen Sjabbat voorbij was, bereidde hij hem de Melawe Malka, de maaltijd die Konin­gin Sjabbat uitgeleide doet.

De volgende ochtend gaf hij hem een royale fooi voor verder onderhoud, nog steeds zonder een woord te zeggen over het schaamteloze gedrag  van de vorige dag.

Op dat moment onthulde de Profeet wie hij was en zei: „Weet dat ik, de Profeet Eliahoe, ben gekomen om u te testen. En omdat u de test doorstaan hebt en degene die aan uw deur klopte, niet beschaamd hebt gemaakt, bent u waardig bevonden om een zoon te krijgen die de ogen van heel Israël zal doen oplichten.” De zegent werd vervuld en zo werd de Baäl Sjem Tov geboren.