Archief

Uit de schatkist van Chassidische verhalen

Parasjat Besjalach

Een lied voor iedere gelegenheid

„Toen zong” (Sjemot 15:1): Ieder die een loflied zingt op G-d in Deze Wereld, zal ervan verzekerd zijn om een loflied op Hem te zingen in de Komende Wereld (Talmoed Sanhedrin).

Reb Mosjé Leib van Sasov huwde eens, op zijn eigen kosten, een jong stel uit, dat geen familie of andere middelen van bestaan had. Tijdens de ceremonie nam hij de plaats in van de ouders van beide partijen. Toen de bruid onder de choepa geleid werd onder begeleiding van muziekinstrumenten, was zijn blijdschap duidelijk zichtbaar en hij zei tegen de mensen die dicht bij hem stonden: „Als ik eens, wanneer ik naar mijn laatste rustplaats gebracht wordt, begeleid mag worden door diezelfde muziek!”

Jaren gingen voorbij en de opmerking werd vergeten. Maar zijn tijd kwam – op de vierde Sjewat 1807. Op diezelfde dag trok een muziekband uit om te spelen op een bruiloft in Brody. Plotseling sloegen de paarden op hol en konden niet tot stilstand gebracht worden, totdat zij aankwamen bij de begraafplaats van Sasov. Daar stopten de paarden. Toen de muzikanten de duizende rouwende zagen, begrepen zij dat daar een belangrijk persoon begraven werd. Hen werd verteld wie de overledene was  en die naam bracht iets bij hen in herinnering. Zij waren het namelijk ook geweest die op die bewuste bruiloft lang geleden gespeeld hadden en zij hadden het verzoek van Reb Mosjé Leib zelf uit mond diens gehoord.

En zo stonden duizenden stil te luisteren toen de muzikanten de tsaddiek eerden met de muziek van een trouwpartij op zijn begrafenis.

ô  ô  ô