Archief

Uit de schatkist van Chassidische verhalen

Parasjat Jitro

Een les in voorzichtigheid

En maak hen bekend met de weg. (18:20)

Reb Meïr van Premishlan was een goede vriend van Reb Jisraël van Ruzhin. Zijn huishouding, meubels en alles, was een beeld van bittere armoede. Geen cent werd ooit toegestaan te overnachten in zijn nederige hutje: alle grote bedragen die de mensen hem brach­ten gaf hij onmiddellijk weg aan liefdadigheid. Het huishouden van Reb Jisraël daarentegen, werd gevoerd op een wijze die een koning zou passen. Reb Meïr maakt daarover de volgende opmerking: „Wat is het verschil tussen de tsaddiek van Ruzhin en mij? Op hem zijn de woorden van de Psalmist van toepassing: ‘Welvaart en rijkdom zijn in zijn huis; zijn rechtvaardigheid (of liefdadigheid) zal eeuwig voortduren.’ Op mij is het andere vers van toepassing: ‘Hij deelde de almoezen royaal uit aan de armen; zijn rechtvaardigheid (of liefdadigheid) zal eeuwig voortduren.’”

De twee vrienden bereidden zich eens beiden voor om op reis te gaan. Ieder naar zijn bestemming. Reb Meïr zat in een eenvoudige wagen, getrokken door een mager paard, terwijl Reb Jisraël in zijn glimmende koets klom, waar vier schitterende raspaarden voor stonden ingespannen. „Ik reis altijd met vier paarden,” vertelde Reb Jisraël aan Reb Meïr, „zodat als mijn koets in de modder blijft steken, zij hem eruit kunnen trekken. Maar wat jou betreft, mag ik je vragen, waarom neem jij maar één paard?”

Reb Meïr antwoordde: „Daar mijn wagen maar door één paard getrokken wordt, en ik weet dat ik niet in staat ben om hem uit de modder te trekken, ben ik gedwongen om ervoor op te passen dat ik mijzelf niet in moeilijkheden breng…”