Archief

Uit de schatkist van Chassidische verhalen

Parasjat Troema

Een punt voor de Mitnagdiem

Zij zullen voor Mij een troema nemen (25:2)

Nadat Reb Mosje van Kobrin was overleden, werden de meeste van zijn chasidiem volgelingen van Reb Awraham van Sloniem, die tot dan het hoofd was van de Jesjiwa van Sloniem, en zij stelden hem aan als hun Rebbe. Het hoofd van het Rabbinale Gerechtshof van de stad was in die tijd Rav Jitschak Aizik uit Sloniem en deze Av Beit Din was een uitgesproken mitnageed (een tegenstander van de chasidische beweging).

Toen zij elkaar een keer ontmoetten bij een of andere festiviteit, vroeg Rav Jitschak Aizik aan de nieuw benoemde Rebbe: Wat betekent dit, Reb Awraham? Nog niet zo lang geleden kenden wij u als een man als alle andere mannen en nu bent u plotseling een tsaddiek geworden, met iedereen rondom die verklaart hoe heilig u bent hoe zit dat?

Antwoordde de tsaddiek: Wat is daar zo bijzonder aan? We hebben daar een voorbeeld van in de Tora. Veronderstel dat er een hoop gewoon graan ligt en dan komt de Joodse eigenaar langs en legt daar een tiende van opzij, dan wordt die troema heilig; niemand, behalve een priester mag het eten en het mag alleen gegeten worden in rituele reinheid. Hetzelfde geldt voor een gewone man. Wanneer de Joden van een hele gemeente hem afscheiden van de rest en aanwijzen voor een heilige taak en hem hun rebbe noemen, dan veroorzaakt dit dat er een zekere mate van heilig licht op hem komt te schijnen.

ô ô ô

Om eerlijk te zijn voor alle partijen, moeten wij hieraan toevoegen dat de mitnagdiem hetzelfde verhaal vertellen behalve dat zij het antwoord van Rav Jitschak Aizik aan Reb Awraham eraan toevoegen: Daarop, mijn vriend, heeft de Misjna een duidelijk antwoord: Als een doofstomme, een imbiciel of een minderjarige troema afscheidt, kan zijn tiende niet als heilig beschouwd worden.

ô ô ô

Met heel je hart

Van iedere man, wiens hart hem daartoe aanspoort (25:2).

Rasji: Het woord  komt van het woord en dat drukt welwillendheid uit.

Een rijk individu die bekend stond om zijn gierigheid, wilde eens aan Reb Sjlomo van Radomsk een grote som geld geven als een pidjon losgeld, maar de tsaddiek weigerde beslist om dat te accepteren. Toen hem naderhand gevraagd werd waarom hij dat geweigerd had ten slotte had hij het heel goed voor een goed doel kunnen gebruiken antwoordde hij: Wanneer je gezien had hoe blij en opgelucht hij keek toen hij het geld terugnam, zou je niet gevraagd hebben waarom ik het niet geaccepteerd heb.