Archief

Uit de schatkist van Chassidische verhalen

Parasjat Wajjakheel

Tsaddikiem die hard werken

„Het volk brengt meer dan nodig is” (Sjemot 36:5)

In de tijd dat Reb Awraham Jehosjoea Heschel (beter bekend als de Oheev Jisraël, ‘die houdt van Israël’) de Rav van Apta was, begon de gemeente met de bouw van een imposante synagoge. Er werden een tafel en stoel voor de Rav op de bouwplaats neergezet en er werd rondverteld in sjoel dat hij daar zou zitten om bijdragen in ontvangst te nemen voor de bouwkosten. Onmiddellijk na de sjoeldienst haastten de gemeen­teleden zich naar de bouwplaats om er hun gulle gaven te brengen met een opgewekt hart. Toen Reb Awraham na enige tijd uitgeput was, werd hij naar huis gebracht om wat te rusten en wat op te frissen, maar voordat hij wegging vroeg hij zijn zoon Reb Jitschak Meir om zijn plaats zolang in te nemen, totdat hij zou terugkomen.

Toen hij na ongeveer een uur terugkwam, vroeg zijn zoon: „Vader, waarom hebben zoveel mensen u geld gebracht toen u hier zat, en in dat uur dat u er niet was, kwam er bijna niemand?”

De tsaddiek antwoordde: „Toen het volk werd opgeroepen om materiaal te geven voor de bouw van het Misjkan in de woestijn, lezen wij: ‘En alle wijze mannen die het werk verrichten (aan het Heiligdom) kwamen naar Mosjé en zeiden: het volk brengt meer dan nodig is. Hierop gaf Mosjé opdracht: niemand zal nog arbeid verrichten voor de heilige heffing. Hierop hield het volk op met brengen.’ Wel, dit is vreemd. Wanneer het een probleem was dat het volk te veel bracht, dan had Mosjé alleen maar hoeven laten verkondigen dat men moest stoppen met het brengen van materiaal. Waarom vond hij het nodig om opdracht te geven dat men moest stoppen met werk te verrichten? Het antwoord is als volgt: Zolang het volk het geluid van de hamers van de werklieden hoorde, werden zij vervuld van de wens om hun bijdragen te brengen en zij zouden eenvoudig een simpele opdracht om daarmee te stoppen, hebben genegeerd. Maar toen het volk niet meer hoorde hoe hard er aan het Misjkan gewerkt werd, verloor het zijn intresse en bracht het ook geen bijdragen meer…”