Index Chassidisch Inzicht

Index Chassidisme

Takken

By Tzvi Freeman

Sommige mensen denken over andere mensen zoals wij over auto’s denken op een autoweg: Elk met zijn eigen oorsprong en bestemming, en onze relatie met elkaar is uitsluitend door aan te geven dat wij van rijbaan willen veranderen of dat wij linksaf willen slaan. Voor auto’s is te dichtbij gevaarlijk, eenzaamheid is vrijheid.

Mensen zijn geen auto’s. Auto’s zijn dode dingen. Mensen leven. Levende wezens hebben elkaar nodig, voeden elkaar, hebben een­zelfde bestemming en komen daar gezamelijk aan. Wanneer je leeft, is nabijheid warmte, eenzaamheid is verstikkend.

Mensen behoren tot families. Families vormen gemeenschappen. Gemeenschappen vormen samen de veelkleurige wereldbevol­king. En al deze mensen vormen samen één enkel schitterend lich­aam met een enkele ziel, die men mensheid noemt.

Sommigen hakken dit lichaam in zes miljard onderdelen en rollen dat samen tot één enkele brei. Zij willen dat ieder mens doet wat hij of zij wil en zij verhouden zich tot ieder mens op deze planeet op dezelfde manier. Zij zien het onderscheid tussen mensen niet. Voor hen staan dit soort verschillen alleen maar in de weg.

Maar wij zijn als de bladeren die uit de twijgen komen, die op hun beurt uit de takken voortspruiten en die weer uit de grotere en dikkere takken groeien, totdat wij de stam en de wortels zelf bereikt hebben, de wortels van ons allen. Ieder van ons heeft zijn plaats aan deze boom des levens, ieder zijn eigen voedings­bron – en daarop steunt de boom voor zijn overleving.

Niemand van ons wandelt alleen. Ieder draagt de ervaringen van zijn voorouders met zich mee, waar hij ook gaat, samen met hun zorgen, hun trauma’s, hun overwinningen, hun hoop en hun aspiraties. Onze gedachten groeien vanuit hun gedachten, onze bestemming wordt gevormd door hun doel. Op de hoogste piek waar wij ooit komen, houden zij onze hand vast, duwen ons verder omhoog, en geven ons hun schouder om op te staan. En wij delen die schouders, dat bewustzijn, die erfenis met alle broeders en zusters van ons volk.

Dat is de reden waarom je eigen mensen zo belangrijk zijn: Wanneer je vrede wilt vinden met iemand anders in de wereld, dan moet je beginnen in vrede te leven met je eigen broers en zusters. Tot zolang kun je geen vrede met jezelf hebben. Pas wanneer je vrede gevonden hebt met jezelf, kun je ons helpen vrede te vinden voor de hele wereld.

Iedere Jood is een broeder of zuster in een grote familie van vele duizende jaren. Waar een Jood wandelt, daar hebben geleerden en martelaren gelopen, helden en heldinnen, legenden en wonderen, heel de weg terug tot Awraham en Sara, de eerste twee Joden die de wereld uitdaagden met hun idealen. Daar lopen de tranen, het bloed en de choetspa van duizende jaren, de nalatenschap van hen die geleefd hebben, verlangd hebben en gestorven zijn voor een Komende Wereld, een wereld zoals hij had moeten zijn.

Hun bestemming is onze bestemming. In ons worden zij vervuld. In ieder en elk van ons en in ons allen tezamen. Want wij zijn allen één.

Wanneer één Jood een daad van liefdadigheid doet, dan strekken al onze handen zich met hem of haar uit. Als één Jood valt, struikelen wij allen. Als er één lijdt, voelen wij allen de pijn. Wanneer er één blij is, voelen wij ons allen opgewekt. In onze enkelvoudigheid vinden wij onze bestemming en onze bestemming is dezelfde. Want wij zijn één enkel lichaam, dat ademt met een enkel stel longen, met één kloppend hart, puttend uit een enkele bron van bewustzijn.

Wij zijn één. Laat het zijn met liefde.

(Met toestemming overgenomen van http://www.chabad.org/library/article.asp?AID=67327)