Archief

Uit de schatkist van Chassidische verhalen

Parasjat Bechoekotai

Iedere minhag heeft zijn verhaal

Noch zal er een zwaard door je land gaan (Wajjikra 26:6)

Het kleine plaatsje Rimanov had, zolang als het overleefde, een eigen minhag. Iedere vrijdagavond, vóór het late middaggebed zong de gemeente gezamelijk Psalm 144, dat opent met de woorden: „Geloofd is Hasjem, mijn Rots, die mijn handen de strijd en mijn vingers de oorlog leert,” en dat dan verdergaat men de dank van de Psalmist uit te drukken aan Hem die zijn vijanden verjaagd heeft, zodat Zijn volk zonder angst en in vrede kan leven. De minhag vond zijn oorsprong bij Reb Menachem Mendel van Rimanov, die in 1815 is overleden. Dit is het verhaal.

Een gewelddadige boerenopstand bedreigde de plaats Rimanov. Toen de autoriteiten hoorden dat zelfs bruggen werden vernield, besloten zij er troepen op uit te sturen om de opstand te onderdrukken en de orde te herstellen. De boeren vluchtten in alle richtingen en de troepen die niets meer te doen hadden, plundeden de stad en knuppelden iedereen neer die zij tegen kwamen. De bewoners van Rimanov, met inbegrip van de Joden, sloten zich op in hun huizen en niemand durfde de straat op.

Vrijdagochtend vroeg hoorde Reb Menachem de oproep van de Sjammes niet, die iedere ochtend de mannen opriep voor de ochtenddienst in sjoel. Toen Reb Menachem aan zien helper naar de reden hiervan vroeg, vertelde deze hem over de plunderende en muitende soldaten en dat de mensen bang waren om hun huis uit te komen.

„Zij blijven hier niet overnacht,” zij de Rebbe. „Daar ben ik zeker van.”

Tegen het einde van de dag ging de Rebbe naar naar de sjoel en vond daar het gebouw verlaten, op de leden van zijn familie na. „Waar is iedereen?” vroeg hij. Hem werd verteld dat de mannen bang waren hun vrouwen alleen ’s avonds thuis te laten met de rondschuimende soldaten in de stad.

Reb Menachem stapte naar voren, om de Mincha-dienst te leiden en begon met luide stem Psalm 144 voor te dragen. Nog voordat hij de vijftien verzen beëindigsd had, klon het bezuingeschal van het leger dat zijn troepen verzamelde, en binnen enkele minuten verliet het regiment in gallop de stad.

En vanaf die vrijdag stelde Reb Menachem in, dat men iedere vrijdagmiddag Psalm 144 zou zinge voordat men met mincha begon,. ter herinnering aan die gedenkwaardige vrijdag en uit dank aan Hasjem die de vijanden van Zijn volk voor hen verjaagd had en hen in vrede liet leven.