Archief

Uit de schatkist van Chassidische verhalen

Parasjat Sjemini

Gevoeligheid

Oewein hachaja hanneëchèlet oewein hachaja asjèr lo teacheelOm onderscheid te maken tussen (…) tussen het dier dat gegeten en het dier dat niet gegeten mag worden (11:47)

R

eb Jitschak Meïr van Ger, de auteur van Chidoesjei HaRim, bezat de opmerkelijke eigenschap om te kunnen vaststellen of een bepaald voedsel dat voor hem gezet werd, ook maar enigszins verdacht was  van een verbod, zelfs al was het, strikt genomen, kosjer. Eens gebeurde het, dat in de keuken van zijn huis­houden een sje’ela ontstond, en dus nam de keukenmeid de kip in kwestie mee naar de plaatselijke rav om het probleem op te lossen en hij besliste dat de kip kosjer was. De rebbetsin, die wist dat haar echtgenoot nooit iets at, waarover zo’n vraag was ontstaan, was niet thuis en daar de keukenmeid nieuw was en hiervan niet op de hoogte was, zag zij geen enkele reden om te rapporteren wat er gebeurd was. Toen de sjammes de rebbe de gekookte kip opdiende, keek hij ernaar en verzocht om het van de tafel te verwijderen, nog voordat hij er van geproefd had. De sjammes wendde zich tot de rebbetsin om uit te vinden wat er gebeurd was; daar zij dat ook niet wist, gingen beiden naar de keukenmeid, die hen vertelde van haar bezoek aan de plaatselijke rav.

Dergelijke dingen herhaalden zich vrij regelmatig en de tsaddiek zei hierover eens: „Jullie denken onge­twijfeld dat dit een of ander voorrecht  van een rebbe is. Maar dat is niet zo, want iedere Jood die dat wil kan de gevoeligheid ontwikkelen om onderscheid te maken tussen wat zijn hart hem veroorlooft te eten en welk gerecht niet. En een aanwijzing hiervoor is te vinden in het vers: Oewein hachaja hanneëchèlet – tussen het schepsel dat zich toestaat te worden gegeten (lett.: ‘wat mag worden gegeten’) oewein hachaja asjèr lo teacheel – en het schepsel dat zich niet toestaat te worden gegeten (lett.: ‘wat niet mag worden gegeten’.”

Bij een andere gelegenheid vertelde hij zijn chasidiem: „Jullie moeten je realiseren dat dit geen kunststuk is dat enige geestelijke prestatie vereist. In feite kan ieder van jullie deze gevoeligheid bereiken, door het uitgeprobeerde en geteste advies op te volgen dat Reb Simcha Bunem van Pshischah ons geleerd heeft: voordat iemand iets van een of ander voedsel of drinken neemt, moet hij beslist en met heel zijn hart besluiten dat als (wat G-d verhoede) het op een of andere manier verboden is, hij er liever in stikt dan dat het door te slikken. En dan, als het nodig is, vertellen ze hem vanuit de Hemel, op een manier die hij duidelijk aanvoelt, dat hij een bepaalde hap niet moet doorslikken.”

ô ô ô

Maftier (Parasjat Choekat)

Hasjem sprak tot Mosjé en Aharon als volgt: „Dit is de wet van de Tora die Hasjem geboden heeft, toen hij zei: Zeg tegen de Israëlieten, dat zij jou een Rode Koe zullen brengen” (Bamidbar 19:1-2).

De bewoording van deze verzen lijkt wat vreemd. Wij zouden verwachten dat er staat: „Zeg tegen de Israëlieten: Dit is de wet van Tora die Hasjem geboden heeft: Zij moeten jou een Rode Koe brengen.” De manier waarop het vers nu geconstrueerd is, lijkt het erop alsof „Zeg tegen de Israëlieten” een deel is van „de wet van de Tora” betreffende de Rode Koe. Vele commentatoren hebben deze anomaleit opgemerkt en verschillende verklaringen ervoor gegeven.

In de Tosefta (Sanhwedrin 3:2) wordt ons geleerd dat de ceremonie van de verbranding van de Rode Koe niet mag begonnen worden zonder de goedkeuring en de opdracht daartoe van het Groot Sanhedrin. De Talmoed (Sanhedrin 16b) vertelt ons dat tijdens het leven vanMosjé Rabbeinoe hijzelf de status had van een Groot Sanhedrin en dat hij de functies van dat Gerechtshof kon uitvoeren. Hieruit volgt dat de Rode Koe niet geslacht kon worden zonder dat Mosjé daar opdracht toe had gegeven. Dus het feit dat Mosjé tegen de Israëlieten moest spreken is in feite onderdeel van de wet op de Rode Koe: de koe kon niet geslacht worden zonder dat Mosjé zelf – of na hem het Groot Sanhedrin – zou „spreken tegen de Israëlieten” en op­dracht zou geven om het ritueel uit te voeren.

De Brisker Rav