10 Tewet

Morgen is het de tiende Tewet. In het jaar 3.336 van de Schepping (425 vGJ) begonnen de legers van de Babylonische keizer Nebuchadnezzar met de belegering van Jeruzalem. Dertig maanden later – op 9 Tammoez 3.338 werden de muren van de stad doorbroken en op de 9e Av van dat jaar werd de Heilige Tempel verwoest. Het Joodse volk werd uit hun land verdreven en voor een periode van 70 jaar naar Babylon verbannen.

10 Tewet, dat dit jaar op woensdag 22 december 2004 valt, wordt als een vastendag gehouden, waarop wij rouwen en bidden en tot inkeer komen. Wij onthouden ons van voedsel en drinken vanaf het eerste ochtend­licht tot het nacht wordt en voegen selichot en andere speciale gebeden toe aan onze dagelijkse gebeden. Meer recent werd 10 Tewet ook gekozen als een „algemene kaddisj-dag” voor de slachtoffers van de Holocaust, van wie van velen de datum van hun marteldood niet bekend is.

Het is een oude Joodse gewoonte om woorden van inspiratie uit te spreken op vastendagen en op te wekken tot berouw en inkeer.

Jeruzalem belegerd

Ook vandaag, 2.429 jaar later, wordt Jeruzalem belegerd. Zeker, je kunt in je auto stappen en in westelijke richting rijden naar Tel Aviv (hoewel naar het noorden, oosten of zuiden is een ander verhaal). De super­mark­ten liggen vol pakken Corn Flakes, flessen Coca Cola en dieet-yogurt, maar het is een belegering die net zo gevaarlijk en dodelijk is als die welke iedere andere stad gekend heeft. Terwijl zes Dovidovitch kinderen het verlies van hun moeder betreuren die bij beschietingen is omgekomen en twee andere kinderen hun vader en moeder missen die bij een aanslag op een pizzaria omkwamen; terwijl Menachem nog dagelijks de pijn van zijn vele wonden voelt die hij bij drie! aanslagen heeft opgelopen en Olga al drie jaar rouwt om haar 14-jarige dochter die bij een aanslag op een discobar omkwam, en terwijl Liora nog steeds de vijf schroeven en spijkers voelt die in haar lichaan zijn bleven steken na een aanslag op de markt, wedijveren diplomaten over strategische terugtrekking en smalen TV commentatoren en kranten-columnisten de Joden die weigeren hun wapens neer te leggen, hun huizen te verlaten en als brave kinderen de veewagens in te gaan. De moorde­naars worden gedreven door haat, de betweters en politici door verwaandheid, ongeïnteresseerdheid, eigenbelang en naïviteit; samen zijn zij bezig Israëls hart uit te rukken.

Het is beangstigend hoe de geschiedenis zich herhaalt. De Talmoed beschrijft hoe, in plaats van zich te verenigen tegen de gemeenschappelijke vijand, de Joodse facties elkaar bestreden in het belegerde Jeruzalem. „Wegens ongegronde haat tussen de Joden onderling,” zo concludeert de Talmoed, „werd Jeruzalem verwoest.”

Waarom, zo vraagt de Lubavicher Rebbe, stelt de Talmoed zo nadrukkelijk dat de haat „ongegrond” was? Waren er geen redenen, zowel ideologisch als pragmatisch, voor de verdeling van het Joodse volk? Maar, zo legt hij uit, er is geen enkele reden die een dergelijke haat kan rechtvaardigen. Het gemeenschappelijke van ons lot gaat veel dieper dan welke mogelijke aanleiding voor animositeit dan ook. Daarom is alle haat ongegrond.

Dus als „ongegronde haat” de oorzaak was van de verwoesting, zo vervolgt de Rebbe, dan is de enige remedie „ongegronde liefde” – onze herontdekking van de intrinsieke eenheid die iedere reden voor onenig­heid en strijd ter zijde schuift.

Bid voor Jeruzalem en voor Israël, moedig haar verdedigers aan en help hen en toon liefde voor een mede-Jood – het geeft niet hoe zeer hij of zij van jou verschilt in ideeën of gedachten. Wij zijn allen één volk met één verleden en één toekomst en eenzelfde bestemming. Want als er één reddende factor is voor een belege­ring, dan is het de gelegenheid om zich te realiseren dat wij er allemaal in zitten opgesloten.