Index

Sjemini Atseret en Simchat Tora

(Slotfeest en Vreugde der Wet)

G-d heeft een speciale dag toegevoegd aan het einde van het Soekot-feest, een dag van grote intimiteit met onze Schepper, waarop hij Zijn Joodse kinderen vraagt nog wat na te blijven.

Stel je voor dat je een groot feest hebt gegeven, met enkele honderden gasten. Jullie hebben veel eten en drinken gehad en veel plezier gemaakt en nu is het feest voorbij en gaat iedereen naar huis. Zou het niet leuk zijn als je naaste familie en beste vrienden nog wat nablijven, om gezellig „onder ons” nog wat „na te feesten”, in een klein en intiem gezelschap, waarbij je dan nog wat extra lekkere hapjes, die je speciaal hiervoor bewaard hebt, uit de koelkast haalt, om dat met een extra fijne fles drank uit de bar samen te vieren.

Zo heeft G-d ieder jaar een week lang een groot feest, Soekot geheten. In vroeger tijden, in Jeruzalem, toen de Tempel nog stond, werden in die week 70 stieren geofferd, voor de 70 volken van de wereld, want het Soekotfeest is niet een feest alleen voor de Joden maar voor heel de mensheid. De Tempel was er niet alleen voor de Joden. Toen Koning Salomo de Tempel bouwde, vroeg hij expliciet aan Hasjem om ook aandacht te besteden aan de gebeden van de niet-Joden die naar de Tempel kwamen om er te bidden en om er hun offers te brengen (Koningen I, 8:41-43). Ook de Profeet (Jesajahoe 56:7) noemt de Tempel een „Huis voor alle volken”.

De Tempel was het universele, spirituele centrum van de wereld, een punt, waar de G‑ddelijke aanwezigheid gevoeld werd en zich concentreerde in de aardse wereld. De Talmoed zegt zelfs dat als de Romeinen zich gerealiseerd zouden hebben hoeveel profijt zijzelf hadden van het bestaan van de Tempel, dan zouden zij hem nimmer hebben verwoest!

En dan, aan het eind van het Soekot-feest, voegde G-d daar een extra dag aantoe. Die wordt Sjemini Atseret genoemd, hetgeen letterlijk „Achtste dag van Verzameling” betekent. Op die dag werd slechts één stier geofferd, die het Joodse volk vertegenwoordigde. Het is een dag van grote intimiteit met onze Schepper, als Hij Zijn Joodse kinderen vraagt nog wat extra na te blijven voor een klein intiem feestje „onder ons” (Talmoed Soekot 55b).

Sjemini Atseret is een volledige feestdag, zoals beschreven in Wajjikra 23:36. Hoewel het onmiddellijk volgt op het zeven dagen durende Soekot-feest en het daardoor vaak beschouwd wordt als een onderdeel van Soekot, is het in feite een aparte feestdag. Dat betekent dat men de beracha Sjehechianoe zegt, en men zit niet meer in de Soeka.

HET GETAL ZEVEN

Ramban verklaart een mooi kabbalistisch idee: Zeven is het getal van de natuur in de wereld. Er zijn zeven dagen in een week, zeven noten in een toonladder en zeven richtingen (links, rechts, omhoog, omlaag, naar voren, naar achteren en centrum). De „zeven” van de zeven dagen Soekot is de wereld van de natuur. „Acht” is Sjemini Atseret, wat boven de natuur staat. Het vormt de verbinding met Hasjem, zoals op de achtste dag een jongetje wordt besneden en wordt opgenomen in het verbond met Hasjem.

Het Joodse volk, zegt de Talmoed, staat boven de natuur. Wij hebben iedere denkbare vervolging, ballingschap, onderdrukking en uitdrijving overleefd. En wij hebben dingen nagestreeft en bereikt die ver uitstaken boven onze beperkte aantallen. Zoals de schrijver Mark Twain schreef: „Alle dingen zijn sterfelijk, behalve de Jood; alle machten gaan voorbij, maar hij blijft. Wat is het geheim van die onsterfelijkheid?”

Het „geheim” is, voor zover wij dat kennen, is de speciale gift die G-d aan het Joodse volk geschonken heeft: de Tora. Zoals Rabbijn Emanuel Feldman schreef:

„Tora is de mysterieuze brug die de Jood met G-d verbindt, doormiddel waarvan zij met elkaar communiceren en wederkerig op elkaar inwerken, en door middel waarvan G-d Zijn verbond met Zijn volk vervult, om hen te steunen, te onderhouden en te beschermen.”

Het is daarom geen toeval dat wij op Sjemini Atseret ook de voltooiing vieren van de jaarlijkse cyclus van het lezen van Tora – waarvan iedere Sjabbat een gedeelte in de synagoge gelezen wordt – en wij meteen weer een nieuwe cyclus beginnen. Deze gebeurtenis wordt „Simchat Tora”, – „Vreugde der Wet” – genoemd (buiten Israël wordt Simchat Tora op de tweede dag van Sjemini Atseret gevierd).

Waarom eindigen wij Tora en beginnen meteen weer opnieuw  te lezen van voren af aan, op dezelfde dag? Onze geleerden verklaren: „Om aan te tonen dat wij de Tora liefhebben als een nieuw voorwerp en niet als iets ouds, waar iemand niet meer naar verlangt. Omdat het steeds weer ‘spiksplinter’ nieuw voor ons is, rennen wij er iedere keer weer naar toe om haar te begroeten.” En om aan te tonen, dat wij het Tora leren niet als een last ervaren, waarvan wij blij zijn dat het achter de rug is, maar waarnaar wij iedere keer opnieuw met verlangen naar uitzien. Wij zingen en dansen uren lang rond de bima (het platvorm waarop de Tora gelezen wordt), met de Tora-rollen in onze armen, om onze vreugde uit te drukken dat wij de gelegenheid hebben gekregen dankzij Tora zo dicht bij G-d te kunnen komen.

Op Sjemini Atseret, wanneer wij het najaars-feestseizoen afsluiten, richten wij ons in een speciaal gebed tot G-d, waarin wij Hem om regen vragen. Regen is de bron van zegen en groei en overvloed. Na al het harde werk van Eloel, Rosj Hasjana, Jom Kippoer en Soekot, zijn wij een lange weg gegaan. Onze taak is die energie verder te dragen, door het hele jaar heen.

(Gebaseerd op een derasja van rabbijn Shraga Simmons van Aish HaTora)