Feest-index

Home

Toe BeAv – 15 Av

De 15e Av is ongetwijfeld de meest mysterieuze dag van de Joodse kalender. Wanneer die dag in de Sjoelchan Aroech (het Joodse wetboek) opzoeken, vinden we daar geen enkele vermelding van gewoonten of mitswot waaraan we ons op die dag moeten houden. Het enige wat daar staat is dat we geen tachanoem (smeekgebeden) zeggen en dat soortgelijke gedeelten van de tefilla op die dag woden weggelaten, zoals bij iedere andere feestdag – en met het begin van de 15e Av moet men zijn Tora-studie vermeerderen, want dit is de tijd van het jaar waarop de nachten langer worden en „de nacht werd geschapen voor studie.” En de Talmoed vertelt ons dat vele jaren geleden de „dochters van Jeruzalem gingen dansen in de wijngaarden” op de 15e Av,” „en ieder die geen vrouw had, ging daar heen” om zich een bruid uit te kiezen.

En dit is de dag welke de Talmoed beschouwt als de grootste feestdag van het jaar, met Jom Kippoer (!) op de tweede plaats!

Het einde van de sterfte in de woestijn

Maar het feest is al veel ouder. Op de 9e Av keerden de spionnen terug met hun slecht rapport van hun verkenning van het Land Israël op de negende Av. Daar het volk bitter huilde en weigerde Erets Jisraël binnen te trekken, veroordeelde Hasjem het hele volk in de leeftijd tussen twintig en zestig jaar tot de dood in de woestijn. Ieder jaar op de negende Av groef iedereen een graf en ging daar ’s avonds in liggen slapen. De volgende ochtend klommen de levenden eruit en diegenen die gestorven waren, werden daar begraven. Dit ging zo door, alle jaren dat zij rondzwierven in de woestijn.

Ook in het veertigste jaar werden de graven gegraven om in te slapen, maar tot ieders verbazing stonden zij allemaal de volgende ochtend levend weer op. Het volk begon zich af te vragen: „Mischien hebben we ons vergist en was het gisteren niet werkelijk de negende Av.” Daarom gingen zij ook de tiende Av en ook de elfde en twaalfde en dertiende en veertiende Av in hun graf liggen. Maar toen ze op de vijftiende Av de volle maan zagen, wisten zij zeker dat de negende Av voorbij was en dat de straf compleet en geëindigd was (zie Bava Batra 121a).

Dus op de vijftiende Av vierde het Joodse volk het feit dat niemand meer gestraft werd voor de episode van de verspieders.