Index

Home


áñ"ã

HET JOODSE GEZINSLEVEN
Door: O. Ben-Perach


 

Aflevering 1                  HET GEZIN – EEN BOUWSTEEN

 

In deze serie willen we het hebben over een van de belangrijkste mitswot (plichten) van het leven van het Joodse gezin, en daarmee van het hele Joodse volk: De mitswa van Taharat Hamisjpacha, de reinheid van het Joodse huwelijksleven; en daarmee samenhangend de Joodse kijk op de bouw van een gelukkig en sterk gezin.

 

Een van de taken van het Joodse volk (in het vervolg Am Jisraeel genoemd) is om de Eeuwige aan de wereld bekend te maken. In de Talmoed wordt gebracht dat G'd de G'ddelijke majesteit ("sjechina") laat schijnen door middel van gezinnen. Ieder gezin dat gebaseerd is op heiligheid en spirituele reinheid geeft de sjechina meer gelegenheid tot uiting te komen en brengt daardoor de verlossing dichterbij. Am Jisraeel kan dus alleen voortbestaan en zijn doel bereiken door te trouwen en "kosjere" gezinnen te vormen.

 

Een stel dat trouwt dient zich goed te realiseren dat ze niet alleen hun prive gezin stichten, maar dat ze de eerste schakel zijn in het grotere geheel – het Joodse volk, Am Jisraeel. Dit feit maakt hun huwelijk tot zo'n grote gebeurtenis, met zo'n belangrijke betekenis. Daarom wordt degene die hen verblijdt het aangerekend alsof hij Jeroesjalajim helpt te herbouwen. Jeroesjalajim is n.l. een teken van volmaaktheid van het Joodse volk. De bruid en bruidegom worden op hun huwelijksdag zelfs als koningin en koning beschouwd.

 

Als men deze verheven gedachte van het opbouwen van Am Jisraeel meeneemt in het dagelijkse leven, dan krijgt het opbouwen van een gezin een geheel andere dimensie. Daarmee krijgt men ook de kracht om de kleine en steeds terugkerende zaken in het huishouden en het verzorgen van het gezin het hoofd te bieden.

 

Het grote belang van het vormen van grote "kosjere" families wordt o.m. ge-illustreerd in psalm 128. Deze spreekt in het eerste gedeelte over het geluk dat de G'dvrezenden toekomt. Dat geluk is: Het verzorgen van eigen familie door eigen arbeid en het bezitten van een gelukkig gezin met vrouw en kinderen.

Een andere interpretatie van deze psalm: Gelukkig is degene die in G'ds wegen gaat: Wat zijn G'ds wegen? Eigen kostwinning, het stichten van een goed Joods gezin, met ingetogen handel en wandel, en een levenswijze volgens de Tora.

 

In de Tempel in Jeroesjalajim werd het tweede deel van deze psalm – dat over G'ds zegen voor de G'dvrezenden gaat - gezegd tussen de regels door van de priesterzegen, bij de afsluiting van het Ne-ila gebed op Jom Kipoer: Het meest verheven moment op de meest verheven dag van het jaar op de meest verheven plaats. Waarom dan juist deze psalm? Omdat op dit moment de mensen op een religieus hoog niveau zijn, en een weg zoeken deze hoge spiritualiteit te vertolken in daden.

De Talmoed geeft als antwoord: De juiste weg op dit moment is: je niet terug te trekken op eenzame plaatsen in lange gebeden, maar een goed Joods huis bouwen, waar kinderen opgevoed worden vol­gens Tora en Traditie. En op die manier verdient men de G'ddelijke zegen die uit het Aller­heiligste van de Tempel komt.