Index

Home


áń"ă

HET JOODSE GEZINSLEVEN
Door: O. Ben-Perach


 

Aflevering 4: TAHARAT HAMISJPACHA.

Tot dusver spraken we erover dat G’d van ons ver­wacht om „kosjere” gezinnen te stichten. Met een „kosjer” gezin bedoelen we een gezin dat gebaseerd is op kedoesja  (heiligheid) en tahara (spirituele  reinheid).

In deze en de komende afleveringen willen we ons verdiepen in het begrip tahara, of vollediger: taharat hamisjpacha, d.i. de spirituele reinheid binnen het gezinsleven. Taharat hamisjpacha houdt zich bezig met zaken  rondom de vrouw en haar fysiologische staat. Maar zoals het woord zelf al aan­­geeft, ondanks het feit dat het de vrouw is die actief is en de halachot draaien rond haar lichaam, heeft het houden van taharat  hamisjpacha een positieve invloed op het hele gezin.

Invloed op lichaam en geest van de kinderen.

Door de grote inzet van de vrouw en de overgave waarmee ze deze mitswa vervult zal de ziel van ieder kind dat ze baart krachtiger zijn. Het kind is meer in staat om zich op te offeren voor z’n Joden­dom, om beproevingen te doorstaan en z’n lusten op allerlei gebied te bedwingen.

In Israel en een groot aantal landen worden er semi­naria van 4 á 5 dagen gehouden door de organisatie „Arachiem”. Hier komen niet-religieuze families of ongetrouwden naar toe om lezingen te horen over allerlei onderwerpen in het Jodendom, vragen te stellen en een religieuze Sjabbat mee te maken. Velen besluiten aan het eind van het seminarium om Tora en mitswot op zich te nemen nadat ze uitge­breid antwoord hebben gekregen op essentiëele geloofsvragen.

Op een zo’n seminarium in Israel was een man die alle lezingen gehoord had en toch niet overtuigd was. Aan het eind van het seminarium riep hij een van de lectoren aan de kant en zei: ,,Ik ben over­tuigd om de Tora op me te nemen, maar niet dankzij jullie maar dankzij een jongetje van 5 jaar. Op Sjab­batochtend n.l. deelde ik heel bijzondere snoepjes uit van buitenlandse makelij aan de kinderen om me heen. Een van de kinderen, een kind van een van de rabbijnen hier, nam het snoepje en holde weg. Ik was heel benieuwd te weten waar hij naar toe rende en ging hem achterna. Ik zag dat hij naar z’n moeder ging en haar vroeg of het snoepje kosjer was. De moeder, doordrongen van de ernst van de vraag, bekeek het snoepje, zag dat het uit het buitenland kwam en er geen hechsjer op zat. Ze legde het het kind uit, en gaf hem een ander snoepje. Het kind legde zich er bij neer zonder een woord te zeggen.

Toen ik die enorme kracht van zelfbeheersing bij dat jongetje van 5 zag zei ik bij mezelf: ,,Als dat de kracht van het Jodendom is, wil ik ook zo zijn.”

De invloed op de gezondheid van de vrouw.

De wetenschap heeft bewezen dat taharat ha­misj­pacha (in het vervolg kortweg t.h.) een positieve invloed heeft op de gezondheid van de vrouw en ziektes voorkomt. Zo wees een statistisch onderzoek naar baarmoederhalskanker van tientallen jaren geleden reeds uit, dat deze ziekte bij niet-Joodse vrouwen veel voorkwam maar bij Joodse vrouwen bijna niet.

In de laatste jaren is het aantal ziektegevallen over de hele wereld sterk gedaald door de mogelijkheid van vroegtijdige ontdekking van deze ziekte door regelmatige controles. Daarentegen komt de ziekte bij Joodse vrouwen meer voor dan voorheen. Onder­zoekers wijten dit feit aan het niet nakomen van de Joodse traditie. Hierdoor  hebben de vrouwen hun immuniteit voor de ziekte verloren.

Wat is het verband tussen het houden van de mitswa van t.h. en de immuniteit voor de ziekte? De arts dr. Ja’akov Smitlein uit New York legt het volgende uit:

Zoals bekend krijgt een vrouw maandelijks een men­struatie. Tijdens deze menstruatie zwelt het slijmerige vlies dat de baarmoederwand bedekt, op en vult zich met bloed. De opgezwollen bloedvaten barsten open en het bloed stroomt naar buiten. Daar­door heeft de vrouw een bloedvloeing. Deze bloed­vaten blijven open en bloeden. Het vlies brokkelt af. Ten tijde van de menstruatie is de baarmoedermond wat geopend om het bloed uit de baarmoeder naar buiten te laten. Hierdoor is de baar­moeder echter ook toegankelijk voor voor het lichaam vreemde zaken van buitenaf en kunnen er infecties binnen gebracht worden.

In de vagina bevindt zich een zuur door de wanden afgescheiden, dat als een desinfecteermiddel dient tegen binnendringende bacteriën. Tijdens de men­struatie verliest het zuur z’n werking omdat het bloed basisch is en zuur neutraliseert. Nadat het bloed opgehouden is te vloeien, is de baarmoeder nog steeds een wond die langzaam moet helen. Het zuur is ook nog niet effectief en ieder contact met buiten, b.v. echtelijke gemeenschap, kan infecties en ziektes veroorzaken. Het duurt nog 7 dagen nadat het bloed opgehouden is te vloeien totdat de baar­moeder zich weer helemaal heeft hersteld en het zuur  z’n werking weer heeft.

Het fysiologische verloop  van de menstruatie is dus:

Ø      Ongeveer 2 dagen opzwelling van het slijmerige vlies;

Ø      Ongeveer 5 dagen bloedvloeing;

Ø      en tenslotte 7 dagen van genezing en vernieuwing van het vlies.

 

Gebod EN bescherming

Volgens de wetten van t.h. mag het echtpaar tijdens de 5 dagen van de bloeding en nog 7 dagen erna geen enkel lichamelijk contact met elkaar hebben.

Het is nu duidelijk dat vrouwen die zich aan t.h. houden zichzelf beschermen tegen ziektes aan hun voortplantingsorganen.

G’d die het ingewikkelde apparaat heeft geschapen dat “mens” heet, heeft daarbij ook de gebruiksaan­wijzingen gegeven om zo goed mogelijk met dat apparaat om te gaan, het potentieel maximaal te be­nutten en het niet stuk te maken. Deze handlei­ding met gebuiksaanwijzingen is de Tora met haar 248 geboden en 365 verboden. Deze staan tegenover de 248 lichaamsdelen en 365 pezen. Ieder ge/verbod correspondeert met een lichaamsdeel/pees. Degene die dat ge/verbod in acht neemt, beschermt daarmee het corresponderende lichaamsdeel.

De mitswa van t.h. behoort tot de categorie van de "choekiem": De mitswot die we doen zonder ze te begrijpen. Zo ook hier: hoeveel we ook uitleggen welke goede dingen t.h. bewerkstelligt, de uiteinde­lijke reden dat we deze mitswa houden is niet medisch, maar omdat G’d het ons bevolen heeft.