Index

Home


בס"ד

HET JOODSE GEZINSLEVEN

 

Aflevering  6                        HOE WORDT EEN VROUW NIDA ?

 

We hebben gezien dat een vrouw die nida is, een reinigingsprocedure moet ondergaan (m.G.h. zullen we die nog nader uiteen zetten).

We stellen nu de volgende vragen:

1.         Hoe wordt een vrouw nida?

2.         Welke vrouw die nida is moet een reinigingsprocedure ondergaan?

 

Om met de tweede vraag te beginnen:

De onreinheid van een nida is niet zoals de onreinheid in de tijd van de Tempel. Vandaag de dag betekent deze onreinheid dat een echtpaar elkaar niet lichamelijk mag benaderen. Het is dus verboden om echtgemeenschap te hebben, of elkaar op wat voor manier ook aan te raken.Er zijn nog verdere beperkingen waar we een andere keer op in zullen gaan m.G.h.

De nida-onreinheid heeft dus alleen betekenis voor een (volgens de Joodse wet) getrouwde vrouw. Daarom ondergaat alleen een getrouwde vrouw (en een bruid voor ze in het huwelijk treedt) de reinigingsprocedure.

 

En nu de eerste vraag:

In het boek Wajjikra, het derde boek van de Tora, wordt uitgebreid gesproken over drie vormen van onreinheid: „zaw”, „zawa” en „nida”.

q  Een zaw is een man die uit zijn geslachtsorgaan vloeit, door b.v. een geslachtsziekte, en daardoor onrein wordt.

q  Een zawa is een vrouw die door bloedvloeiing uit de baarmoeder buiten de menstruatieperiode om (door  b.v. een ziekte) onrein wordt.

q  Een nida is een vrouw die haar maandelijkse menstruatie heeft.

 

Er zijn vele verschillen tussen enerzijds zaw en zawa, zijnde zwaardere onreinheden,  en nida, die als lichter geldt.  B.v. het brengen van de offers in de tijd van de Tempel en het tellen van 7 schone dagen voor de onderdompeling in het mikwa, enz. Deze regels gelden oorspronkelijk voor zaw en zawa, maar niet voor nida.

De Joodse vrouwen hebben echter op zich genomen om bij elke druppel bloed die uit de baarmoeder komt (nida) 7 schone dagen te tellen - zoals de zawa. Daarbij doet het er niet toe wat de oorzaak van het bloed is. Er zijn vele redenen voor deze choemra (verzwaring) waarvan de belangrijkste is dat hierdoor alle vrouwen dezelfde telling hanteren, en niet verstrikt raken in ingewikkelde berekeningen. Want het kon b.v. gebeuren dat een vrouw niet meer wist of ze nu zawa was of nida. En hoewel het tellen van 7 schone dagen bij de nida dus in oorsprong een choemra was, is het vandaag de dag vastgelegd als een absolute halacha waar men absoluut niet van af wijkt.

De teksten uit het boek Wajjikra vormen de Tora-bronnen voor de nida-wetten. De geleerden leren o.a. uit deze teksten de gegevens die we moeten kennen om onze vraag, hoe wordt een vrouw nida, te beantwoorden.

 

Bloed uit de baarmoeder

Een vrouw wordt onrein wanneer er bloed uit de makor (baarmoeder) komt. In de halacha wordt het woord makor = bron  voor baarmoeder gebruikt. Ook als het bloed het lichaam nog niet uit is gekomen, maakt dit een vrouw onrein. Daarom als een vrouw wil weten of ze niet meer uit de baarmoeder bloedt, onderzoekt ze zichzelf met een doekje dat aan bepaalde voorwaarden moet voldoen. Zo’n doekje heet  eed bedieka of kortweg eed.

Er zijn verschillende situaties waarin een vrouw uit de baarmoeder bloedt: Niet alleen bij de gewone menstruatie, maar ook tijdens een zwangerschap kan zich een bloeding voordoen; tijdens en na een bevalling; of een bloeding veroorzaakt door een „spiraaltje”als voorbehoedmiddel. Ook (oudere) vrouwen die hormonen slikken om een kunstmatige menstruatie op te wekken worden door deze bloeding onrein. Tevens kan een vrouw onrein worden door oorzaken van buitenaf b.v. een klap of een gynocologisch onderzoek. Bij doorbreking of scheuring van het maagdenvlies, hebben de geleerden een verzwarende bepaling vastgesteld, en zodoende  is ook een kalla (bruid) na de eerste echtgemeenschap nida.

Er is geen maat voor de hoeveelheid bloed die onrein maakt. Een klein druppeltje is al voldoende om een vrouw nida te maken.

 

Bovenstaande gevallen betreffen bloed dat uit de baarmoeder komt, en dan is er sprake van nida.

Een vrouw wordt dus niet onrein als het bloed afkomstig is uit andere plaatsen, zoals de baarmoederhals of vagina. Dit kan gebeuren als ze een ontsteking of een wondje in een van deze plaatsen heeft. Vooral na een bevalling of rondom de menstruatieperiode kunnen er wondjes ontstaan omdat de huid van de baarmoederhals dan erg gevoelig is. Maar ook tijdens de reine periode kunnen zich ontstekingen of wondjes voordoen en een bloeding veroorzaken. Daarom als zich zomaar een bloeding voordoet  kan de vrouw het beste, nadat ze een rabbijn (halachische autoriteit) heeft geraadpleegd, naar een gynocologe of een verpleegster gaan, die verstand van zaken heeft, en laten controleren of er inderdaad spraken is van een wondje of ontsteking, of dat er een andere oorzaak is voor het bloed. Dit antwoord  moet ze dan de rabbijn  voorleggen (kan telefonisch). Deze zal dan paskenen (halachische beslissing  nemen) of ze rein is of onrein. 

Belangrijk is om te onthouden dat een vrouw niet zichzelf automatisch onrein verklaart als ze bloed in haar onderkleding ziet (buiten de menstruatieperiode om). Allereerst moet ze een rabbijn raadplegen en die zal haar verder instrueren.

Over de taak van de rabbijn bij hilchot nida (nida-wetten) zullen we m.G.h. in een volgende aflevering spreken.

 

De kleur van de afscheiding.

 

ONREINE KLEUREN.

In de misjna  wordt gezegd dat 5 kleuren bloed de vrouw onrein maken: 4 nuances van rood, en zwart. Zwart is opgehoopt gestold bloed.

Het vereist een grote mate van kundigheid om de onreine nuances rood van de reine te onderscheiden. Al in de tijd van de gemara waren er veel grote geleerden die om deze reden niet over een mar’č (een eed-bedieka of een kledingstuk waar een vraag over is) wilden paskenen of  deze rein of onrein was. Vandaag de dag is men nog veel minder kundig op dit gebied dan in de tijd van de gemara en daarom worden alle mar’ot die maar enigzins rood lijken, en duidelijk uit de baarmoeder afkomstig zijn, onrein verklaard.

Soms als onreine kleuren zich voordoen, kan een vrouw een rabbijn vragen of het toch rein is. B.v. als ze vermoedt dat ze een wondje heeft of dat ze niet voorzichtig is geweest met make-up en er misschien wat aan haar handen is blijven zitten en dan per ongeluk op de eed-bedieka terecht is gekomen. Desgewenst kan een vrouw haar man naar de rabbijn laten gaan, of kan ze de eed-bedieka aan de vrouw van de rabbijn afgeven.

 

Een vrouw vertelde dat ze een keer op de laatste dag van de 7 schone dagen bloed zag. Ze dacht dat er geen reden tot vragen was maar uiteindelijk is ze toch met de eed-bedieka naar een rabbijn gestapt, omdat het zo iets vreemds was. Nadat de rabbijn de eed goed bestudeerd had vroeg hij of ze misschien een of ander gynocologisch probleem had. De vrouw antwoordde dat ze een inwendige scheur had die nog niet geheeld was. De rabbijn antwoordde daarop dat het bloed rein was en dat ze naar het mikwa kon gaan. De vrouw kon moeilijk geloven dat ze in deze toestand naar het mikwa kon gaan en is naar het ziekenhuis gegaan om te vragen waar het bloed vandaan kwam. Na het onderzoek zei de arts dat de bloeding inderdaad niet van de baarmoeder afkomstig was.

 

REINE KLEUREN.

Wit, licht geel , blauw en groen.

 

KLEUREN WAARBIJ DE RABBIJN GERAADPLEEGD MOET WORDEN.

Bruin, oranje, donker geel en ieder mar’č dat niet duidelijk is en waar roodachtige afscheiding op is. Ook moet men een vraag stellen over een korrel op een eed-bedieka (want het zou een beetje opgehoopt bloed kunnen zijn) of iets dat op een haar lijkt in de kleuren die onrein zouden kunnen zijn.

 

Om bovenstaande samen te vatten:

Een vrouw wordt onrein als er bloed uit haar baarmoeder vrijkomt, al is het zelfs maar het kleinste druppeltje en zelfs al is het bloed het lichaam (nog) niet uit gekomen.

De afscheiding is onrein als het een van de volgende kleuren heeft: alle nuances van rood of zwart.

Verder zijn er reine kleuren, en kleuren die een vraag aan een rabbijn vereisen.

 

In de halacha wordt er tussen twee soorten bloed onderscheid gemaakt, waarbij de wetten voor iedere soort verschillend is. Deze zijn: Re’ieja  en kettem.

Hierover m.G.h. de volgende keer.