Index

Home

בס"ד

HET JOODSE GEZINSLEVEN

 

Aflevering 8

                                                                 TAALKUISHEID

In de laatste aflevering spraken we over re’ija. Deze is de bloeding die de vrouw onrein maakt vol­gens de Tora. Het woord re’ija komt van de stam zien”. De halacha gebruikt de term bloed zien als ze menstruatie of ongesteldheid bedoelt. Dat is typerent. De halacha gebruikt een zo kuis mogelijke taal. De midrasj brengt b.v. dat de vrouw tegen haar man zegt: Als een roos zo rood heb ik gezien”. De man begrijpt de woordspeling en zondert zich meteen van haar af.

We zullen hier nog wat voorbeelden van noemen.

De Tora gebruikt geen namen voor geslachtsorganen maar b.v. de oorsprong” voor baarmoeder, of die/de plaats” voor de plaats bij de vrouw waar de geslachtsgemeenschap plaats vindt.

Verder omschrijft de Tora soms zaken die ook in het kort gezegd kunnen worden. B.v. in parasjat Noach als de dieren de ark binnen gaan staat er van het reine (tehora) vee en van het vee dat niet rein is (asjer eenena tehora)” De Tora gebruikt gewoonlijk geen enkel overbodig woord en hier gebruikt ze  3 woorden terwijl hetzelfde ook in 1 woord had gekund, n.l. temee’a = onrein.

Een verklaring voor bovenstaande is alsvolgt: Net zoals beelden indrukken op de ziel achter laten, doen woorden dat ook. Het woord tamee (onrein) heeft een negatieve bijklank. Om nu te voor­komen dat er op onze ziel een negatieve indruk achter blijft, die ons negatief zou kunnen beďn­vloeden, is de Tora bereid om 2 extra woorden te gebruiken.

Er zijn echter gevallen waar de Tora heel duidelijke taal moet spreken zoals b.v. bij de kasjroet­wetten. Daar staat heel duidelijk: Dit dier is tamee en deze vogel is tamee enz. Opdat we ons niet zullen vergissen en we G-d beware een overtreding zullen begaan.

De Tora gebruikt ook wel eufemismen. Dit wordt lesjon sagie nahor genoemd. Sagie nahor bete­kent letterlijk veel licht” maar er wordt een blinde mee bedoeld. B.v. voor een vrouw van lichte zeden gebruikt de torah als eufemisme een woord met de stamletters van het woord heilig”.

Al deze bovenstaande voorbeelden komen om ons schoon, net taalgebruik te leren. De taal is het die ons onderscheidt van de dieren. De taal is de uiting van de ziel, het G-ddelijke in de mens. Onze taak is het om voortdurend te streven naar een spiritueel hoger niveau, onze woorden en daden te verfijnen en daardoor te proberen G-ds eigenschappen te evenaren. We moeten dus opletten om onze ziel niet te bevuilen met ongepast taalgebruik zoals vloeken, schuine woorden en/of moppen e.d. Dit soort taalgebruik heet niwoel pee. Onder niwoel pee wordt ook verstaan: burenpraatjes over intieme zaken die tussen de echtelieden moeten blijven, of gesprekken over toiletzaken of over lichaamsdelen die bedekt moeten blijven. (Een gesprek met een arts over een bepaalde lichamelijke klacht valt niet onder niwoel pee)

De Ramchal (Rabbi Mosje Chaim Luzatto) heeft o.a. het boek Mesielat Jesjariem geschreven. Dit gaat over het stapsgewijs verwerven van eigenschappen die ons uiteindelijk naar het hoogst moge­lijke spiritueel niveau, het doel van ons bestaan op deze aarde, kunnen brengen. Hij beschrijft in het hoofdstuk dat gaat over schoonheid/zuiverheid dat de twee zondes waar de mens van nature de meeste moeite mee heeft om ze niet te begaan, diefstal en ontucht zijn. Nu wil dit niet zeggen dat de wereld boordevol is met dieven, rovers en verkrachters, maar wel dat er vele kleine oneerlijkheden zijn in de omgang met geld die onder diefstal vallen maar niet eens als zodanig herkend worden. B.v. privetelefoongesprekken voeren op kosten van de baas, ziekmelding i.p.v. het opnemen van een vakantiedag, een bedrag van 4,95 afronden op 5,00 i.p.v. 0,05 wisselgeld terug te geven. Enz. Dit zijn zaken waar haast iedereen zich schuldig aan maakt.

Zo ook met betrekking tot giloei arajot = ontucht. Men zal niet gauw daadwerkelijk ontucht plegen, maar er bestaat wel ontucht in zien (b.v. het bekijken van pornoblaadjes), horen, spreken en zelfs in gedachten. In ons artikel leert de Ramchal: ontucht in het spreken is niwoel pee.

De Tora zegt (Dewariem 23,15): Welo jira-e wecha erwat dawar wesjav meacharecha  -  Opdat Hij niet iets onbehoorlijks bij je ziet en zich van je terugtrekt”. Met de woorden erwat dawar (dawar betekent een zaak”, maar komt van de stam spreken”) wordt niwoel pee bedoeld.

De gemara gebruikt scherpe taal voor degene die zich bezondigt aan niwoel pee. Enkele uitspraken: Door de zonde van niwoel pee komen er vele narigheden en harde bepalingen en Joodse jongens sterven” (G-d beware). Als een mens 70 mooie goede jaren toekomt kunnen ze door de zonde van niwoel pee veranderen in 70 slechte jaren”.

Moge G-d ons de kracht geven om iedere dag een beetje hoger op te komen in ons streven om Hem te dienen en onze woorden, daden en eigenschappen te verfijnen.