Index

Home

HET  JOODSE  GEZINSLEVEN

 Aflevering 17                            TEWIELA (ONDERDOMPELING IN HET MIKWE) 2

De Tora vertelt ons in wat voor een mikwe de tewiela moet plaats vinden (wajikra 11:36): ,,Maar slechts een bron of een put waarin zich water verzamelt zal rein zijn…..” Uit deze pasoek worden in de mondelinge leer de halachot geleerd en uiteengezet waaraan een kosjer mikwe moet voldoen.

De geleerden verklaren dat net zoals een bron een natuurlijke waterplaats is door G’d geschapen, het mikwe ook een natuurlijke waterplaats moet zijn. D.w.z. de put,  de plaats waarin ondergedom­peld wordt mag door mensen gegraven zijn, maar het water moet natuurlijk zijn.

Een mikwe moet aan zes voorwaarden voldoen:

1)  Het mag enkel en alleen water bevatten en geen andere vloeistof.

2)  Het mikwe moet in een grond gebouwd worden en niet in een voorwerp dat verplaatsbaar is.

3)  Het water mag niet stromen maar moet in een plaats verzameld zijn. Als er b.v. een scheur in de wand van het mikwe is en het water daardoor wegloopt, is het mikwe pasoel (ongeschikt).

4)  Het water moet natuurlijk en niet geput zijn, en moet rechtstreeks het mikwe instromen (via het dak).

5)  De pijpen die het regenwater vervoeren moeten van een materiaal gemaakt zijn dat niet voor toem’a ontvankelijk is.

6)  Het mikwe moet minstens 40 see’a, ong. 540 liter regenwater bevatten. Deze hoeveelheid is nodig om het hele lichaam in een keer te kunnen bedekken.

Er is nog een belangrijke regel die uit de bovenstaande pasoek geleerd wordt, n.l. uit de frase “zal rein zijn”: een werkwoord geschreven in de toekomstige tijd. Wanneer een put eenmaal de status heeft gekregen van kosjer mikwe, incluis de eis van 40 see’a, dan behoudt hij deze voor altijd (tenzij er een defect aan het mikwe is). Het maakt dan niet meer uit hoeveel onrein water eraan toegevoegd wordt. Al het onreine water dat wordt toegevoegd wordt rein.

OTSAROT

Het is niet eenvoudig om het water van een kosjer mikwe te verversen. Daarom worden de mikwa’ot gewoonlijk gebouwd volgens het systeem van otsarot. Otsarot zijn reservoirs naast het mikwe waarin de tewiela plaats vindt. Deze reservoirs zijn gebouwd volgens alle halachot van een mikwe en worden door afwatering via het dak gevuld met tenminste 40 see’a regenwater. Ze zijn dus zelf geschikt voor tewiela. Er zijn twee soorten otsarot.

·     Otsar hazerie’a.  Bij dit reservoir wordt kraanwater op prettige temperatuur toegevoegd aan het otsar-water. Dit kraanwater wordt hierdoor rein omdat het otsar op zich een kosjer mikwe is. Vervolgens stroomt het water door een gat in de wand in een aangrenzend mikwe dat veel groter is dan het otsar hazerie’a zelf. Het mikwe wordt door dit water gevuld.

·     Otsar hasjaka. Dit is een reservoir gevuld met tenminste 40 see’a regenwater. Het aangren­zende mikwe wordt gevulg met leidingwater op de juiste temperatuur. In de wand die het mikwe en het otsar scheidt is een ronde opening van ongeveer 6 cm. doorsnede, op hoogte van het water­oppervlak waardoor het water van beiden verbonden wordt. Het water uit beiden wordt als het ware een eenheid en het water uit het grotere bassin (het eigenlijke mikwe) krijgt de dien (wet) van regenwater en is zodoende geschikt voor tewiela. Deze verbinding wordt “hasjaka” genoemd. Dit komt van de stam NaSjaK = kussen. Een kus is een sterke verbinding tussen twee mensen.

Om het mikwe een extra zekerheid van kasjroet te geven, worden de mikwa’ot tegenwoordig gewoonlijk volgens beide methodes gebouwd. Zodoende kan iemand die in het mikwe staat twee openingen waarnemen:

·     Een boven het hoofd die hoort bij het otsar hazerie’a. Door deze opening stroomt water in het mikwe.

·     Een op hoogte van het wateroppervlak. Deze staat in verbinding met het otsar hasjaka.

G’DDELIJKE VERBINDING

Van het basisprincipe dat het mikwe moet bestaan uit natuurlijk water rechtstreeks van G’d zonder tussenkomst van mensenhanden, kunnen we een mooie gedachte leren. N.l. dat het G’d is die de twee echtlieden met elkaar verbindt zonder tussenkomst van anderen. Daarom vertelt men niet aan anderen wanneer de avond van tewiela valt, niet aan ouders of kinderen, noch vrienden/innen. De huwelijksband is heel stevig als G'd beiden verbindt: “Iesj we’iesja zachoe, sjechiena beenehem” (wanneer het de man en vrouw toekomt, is G’d tussen beiden), maar als anderen zich in een huwe­lijk mengen kan dat het huwelijk erg schaden.

Een vrouw probeert te zorgen dat anderen niet weten wanneer ze naar het mikwe gaat. Maar het moet ook weer niet zo zijn dat als ze vreest dat iemand ontdekt dat ze gaat, ze dan thuis blijft. Als ze zo handelt, heeft ze het hele doel van de mitswa gemist. Zo’n situatie kan zich voordoen als er onverwacht gasten komen. In zo’n geval kan de vrouw zich beleefd verexcuseren (zelfs al zijn het haar ouders) zonder verklaring te geven waar ze naar toe gaat, en de gasten laten denken wat ze willen.

VEERTIG SEE’A

We zagen dat het mikwe wordt gevuld met minstens 40 see’a regenwater. Eenvoudig verklaard is dit de maat die nodig is om in een keer te kunnen onderdompelen. Maar er zijn ook diepere verkla­ringen voor het getal 40.

Veertig is de getallenwaarde van het woord “walad” (wav=6, lamed=30, dalet=4) hetgeen “embryo” betekent. Volgens de halacha krijgt een embryo 40 dagen na de conceptie de status van mens (Talmoed, nida 3:7, 30a). Dus wie in 40 see’a water is ondergedompeld is als een herboren mens.

Verder wordt het mikwe vergeleken met de baarmoeder: wie er uit komt is als herboren. Heel dui­de­lijk geldt dit principe voor een ger. Hij/zij gaat het mikwe in als niet-Jood en komt er uit met een Joodse ziel.

In de baarmoeder is er geen sprake van het begrip toem’a. Een baby komt in complete reinheid de wereld op. Zo is het ook met het mikwe. Iemand die het mikwe in gaat, laat alle onreinheid achter en komt boven als het ware herboren en rein als een baby.

Het getal 40 komt vele keren in de Tenach voor. De zondvloed bij No’ach duurde 40 dagen, Mosje was 40 dagen op de Sinaiberg om de Tora te ontvangen, Am Jisraeel verbleef 40 jaren in de woes­tijn, en er zijn nog meerdere voorbeelden.

Bij alle drie de bovenstaande voorbeelden zien we een (weder)geboorte. De wereld werd door de veertig dagen durende regen weggevaagd en toen weer geboren; het Joodse volk werd met het ontvangen van de Tora herboren; en de 40 jaren in de woestijn waren nodig om een hele nieuwe generatie op de been te zetten die het waard was om Erets Jisraeel, het heilige land, binnen te treden.

SPIRITUELE KRACHT

We zagen dus het verband tussen tewiela en herboren worden. De tewiela is als het ware een nieuw beginpunt en geeft kracht om opnieuw te beginnen. Daarom is de tewiela een uiterst geschikt mo­ment om te dawwenen voor vergeving van zonden, en om goede voornemens op zich te nemen. Door de spirituele kracht van de tewiela maximaal te benutten kan de vrouw grote veranderingen ten goede in haar leven te weeg brengen.

Een vrouw Haddassa met grote huwelijksproblemen kwam naar het mikwe en zei tegen de ballaniet (mikwevrouw): ,,Vanavond is mijn tewiela maar ik weet niet of ik het moet doen omdat mijn man en ik morgen een afspraak hebben op het rabbinaat voor een echtscheiding.” Daarop vroeg de balla­niet: ,,Wil je zeker scheiden?”  Haddassa: ,,Ik wil niet maar mijn man is absoluut niet bereid om zo verder te gaan.”

Ballaniet:,,Als de zaken er zo voor staan doe dan je tewiela en samen zullen we dawwenen dat G’d je de kracht zal geven om je huwelijk weer op het juiste spoor te zetten.” Inderdaad ging Haddassa het mikwe in en samen met de ballaniet huilde ze en dawwende ze en nam ze zich voor dat vanaf vanavond ze een nieuwe weg in zou slaan. Thuisgekomen zei ze tegen haar man dat hij een nieuwe vrouw had en vroeg hem om het nog een keer te proberen. De man stemde toe. Vanaf de volgende dag deed Haddassa haar uiterste best om het huwelijk optimaal te laten zijn. Een tijd later ontmoet­te Haddassa de ballaniet en vertelde haar dat de situatie totaal ten goede veranderd was en dat de relatie tussen haar en haar man nu heel fijn was. Ze hoefde voorlopig niet naar het mikwe omdat ze in verwachting was van een baby.

Literatuuropgave

Waters of Eden,                       in The Aryeh Kaplan Anthology II

Netiewot tohar                         Ruth shemesh

Lichjot betahara                        Penina Elkarif

Lessen in het kader van Binjan Sjalem van Sara Eljasaf en Bat shewa Rot

In vorige afleveringen is ook gebruik gemaakt van :

Darkee tahara                           Rav Mordechai Elijahoe

Otsar hatahara                          Rav Ja’akov Joel Wolf

De voorschriften van het

Joodse huwelijksleven 2            S.Dasberg