Index

Home


HET JOODSE GEZINSLEVEN
Door: Orli Ben-Perach


Aflevering 19 

HEB LIEF OP AFSTAND !  (I)

In een eerdere aflevering zagen we dat we de halachot van de twee verschillende periodes in de maand (reine en nidda periode) in twee categorieen kunnen verdelen:

1.         Hoe gaan man en vrouw met elkaar om in de nidda-periode.

2.         De voorbereidingen voor de volgende periode.

We hebben uitgebreid punt 2 in de niddaperiode behandeld en willen nu dieper ingaan op het eerste punt: De omgang tussen de echtelieden tijdens de niddaperiode.

In de gemara [nidda 31b] vraagt Rabbi Meir waar de 7 schone dagen toe dienen en hij ant­woordt: ,,Opdat hij niet aan haar gewend raakt en dan genoeg van haar heeft”. De Tora heeft de 7 onreine dagen ingesteld opdat ze net zo geliefd zal worden door haar man als toen ze onder de choepa  stonden.

In de niddaperiode is ieder lichamelijk contact tussen man en vrouw verboden. Hierdoor krijgt het echtpaar de gelegenheid om andere wegen van contact te ontwikkelen, de geestelijke band tussen beiden te verstevigen en zich te verdiepen in de goede eigenschappen van elkaar. Op deze manier is hun lichamelijke hereniging na de tewiela gebaseerd op een hechte geestelijke verbondenheid en kan het echtpaar zich in elkaar verheugen als op de dag van hun choepa.

De halacha zorgt ervoor dat het huwelijk dynamisch blijft en niet een sleur wordt.

De compagnon van Etan vertelde hem dat hij en z’n vrouw veel ruzies hadden en naar een huwelijksadviseur waren gegaan. Deze had hen geadviseerd om twee weken geen lichamelijk contact te hebben en daarna twee weken weer wel, en dat zo af te wisselen. Daarop reageerde

Etan: ,,Snuggere! Moet je voor dat advies je geld uitgeven, we leren deze zaken uit de Tora!”

Sjalom bajit (huiselijke vrede, en in het bijzonder: tussen de echtlieden) is van het grootste belang. Het voortbestaan van de wereld is ervan afhankelijk. De Eeuwige is zelfs bereid om Zijn naam ervoor te laten uitwissen (bamidbar 5). De Eeuwige heeft de mens geschapen en heeft de Tora gegeven als handleiding voor het leven. Ook voor het huwelijksleven staan er precieze richtlijnen in om een zo gelukkig mogelijk huwelijk te leiden.

Koning Sjlomo zegt in misjlee 25:16: ,,Wanneer je honing vindt, eet er van met mate, niet tot je verzadigd bent want dan zul je hem uitbraken”. M.a.w. al is iets nog zo lekker als honing, als je er te veel van eet kun je het uiteindelijk niet meer verdragen. Het woord dwasj (honing) is in getallen-waarde gelijk aan het woord isja (vrouw). Hier kunnen we uit leren dat zelfs het mooie in het huwelijksleven beperkt moet worden omdat het anders een sleur wordt en z’n waarde verliest.

In Sjier hasjieriem spreekt koning Sjlomo over: ,,Mijn zuster, mijn vrouw, mijn duifje”. We vragen ons af hoe een vrouw zowel een zuster als echtegenote kan zijn, dat valt toch onder de verboden huwelijken?!

De tekst duidt echter op de twee verschillende fasen in het huwelijksleven: In de niddaperiode leeft het echtpaar als broer en zus, en in haar reine periode leeft het echtpaar als man en vrouw. Maar de liefde voor elkaar in de ene periode doet niet onder voor die in de andere periode.

De geleerden noemen de beperkingen die de afstand van de vrouw in haar niddaperiode vaststellen: "soega basjosjaniem" (een rozenhaag). Soega  komt van het woord "sejag" wat omheining betekent. De vrouw wordt vergeleken met een roos: ,,Als een roos tussen de doornen zo is mijn vrouw’’ (Sjier hasjieriem). De roos is het teken van schoonheid in de plantenwereld. Door de omheining van de mitswa van taharat hamisjpacha, is de vrouw als een roos, het teken van schoonheid in haar huis. De roos komt in verschillende kleuren voor: o.a. rood, roze, wit. Deze kleuren kunnen duiden op de drie periodes in de maandelijkse cyclus van de vrouw.

            Rood - menstruatie

            Roze - voorbereidingen op de reine periode

            Wit - de reine periode.

In alle drie de periodes is ze als een roos, maar elke periode heeft z’n eigen schoonheid en aantrekkelijkheid en manier van omgang (de rode en roze periode hebben echter dezelfde halachot betreffende de omgang tussen man en vrouw) (men zie het boek Netiwot tohar, blz.35).

 

In de afgelopen eeuw hebben vrouwen gevochten voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen in de maatschappij. Ze voelden zich achtergesteld en vernederd. Hoewel er veel veranderd is en vrouwen veel meer mogelijkheden hebben gekregen om te leren en carriere te maken in de maatschappij, laten vrouwen zich nog steeds vernederen, b.v. door zich te laten ge(mis)bruiken voor reclamedoeleinden.

In het Jodendom daarentegen is de vrouw de steunpilaar van het gezin. Zij wordt “Akeret habajit”genoemd. Het woord “akeret” heeft dezelfde letters als “ikar habajit,” wat betekent: de belangrijkste in huis. Want het is voornamelijk de vrouw die zich met het huishouden en de kinderen bezig houdt. Rabbi Jossi formuleerde dat sterk: ,,Nooit heb ik mijn vrouw ‘mijn vrouw ...’ genoemd, maar mijn vrouw ‘mijn huis ...’” (Gemara Sjabbat 118). Rasji verklaart daar: ,,Zij is het belangrijkste van het huis.”

De man en vrouw hebben gelijke rechten op liefde en respect in het huwelijk. De Rambam verwoordt dit in Hilchot Isjoet 15 als volgt: ,,En ook hebben de geleerden geboden dat een man voor zijn vrouw meer respect moet hebben dan voor zichzelf en haar als zichzelf moet liefhebben.....” ,,en ook hebben ze geboden dat de vrouw haar man overmatig zal respecteren....”

In het intieme leven heeft de vrouw meer rechten dan de man. Er zijn vele halachot die met de gevoelens en de behoeften van de vrouw op dit terrein rekening houden.

 

De halachot van de nidda-periode sluiten aan op de gevoelens van de vrouw. Ze voelt zich vaak niet zo lekker en er zijn vrouwen die naar een wat depressieve gemoedstoestand neigen. Zoals dr. Witt uit Engeland zegt: ,,Vrouwen zijn in deze tijd psychologisch en gevoelsmatig ‘down’ vanwege hun hormonen. Ze zijn overgevoelig en kunnen het niet goed verdragen om met hun man te zijn.” De man moet begrip en zelfbeheersing tonen.

Hier volgen twee citaten uit het maandblad Cosmopolitan juni ’87. Vrouwen vertellen hoe zij het houden van hilchot nidda ervaren.

1)   ,,Het wil zeggen dat de man geen onbeperkte rechten op het lichaam van de vrouw heeft. Hij kan niet enkel naar z’n eigen wil sexuele omgang eisen.”

2)    ,,Het helpt je op je man te vertrouwen omdat hij gedurende al die jaren zelfbeheersing heeft getoond.”

Er zijn vrouwen die denken dat het doel van de Tora is om de vrouw tijdens haar nidda-periode te vernederen zoals de niet-Joden dat in het verleden deden. De grote geleerden bewijzen ons dat dat absoluut niet het geval is. De Rambam waarschuwt zijn zoon (einde van Igeret Hamoesar) om niet met bepaalde mensen om te gaan die met betrekking tot nidda handelen als een bepaald Islamitisch volk. Hun gewoonte is, om niet naar een vrouw te kijken die nidda is, niet met haar te praten en niet te lopen waar zij gelopen heeft.

De Ramban (Nachmanides) brengt in parsjat Wajetsee betreffende Rachel, toen Lawan bij haar de afgodsbeelden zocht, dat zij zich verontschuldigde dat ze menstrueerde en daarom niet op kon staan. Het was bij hen de gewoonte dat de vrouwen met menstruatie apart in een tent zaten waar niemand in kwam.

Onze geleerden hebben echter een totaal andere benadering. Een man mag zijn vrouw in haar nidda-periode er niet van weerhouden om bij hem in de kamer te slapen, zelfs niet om een gast op haar plaats te laten slapen. Ook mag een vrouw zich opmaken met make-up opdat ze voor haar man aantrekkelijk blijft (Netiwot tohar blz. 134).