Index

aanmelden

Home


HET JOODSE GEZINSLEVEN
Door: Orli ben-Perach (Evers)-Weyel

áń"ă

Aflevering 21                              HEB LIEF OP AFSTAND  (III)

Men moet voorkomen dat er een lichtzinnige sfeer in huis is, want als men lichtzinnig is heeft men zichzelf vaak niet in de hand. Wel kan men eraan werken dat de sfeer in huis warm en prettig is.

In de laatste afleveringen bespraken we, als onderdeel van de nidaperiode, de achtergond van het liefhebben op afstand; in de huidige aflevering bespreken we de practische details ervan.

De hiervolgende halachot (“dinee harchakot”) moeten man en vrouw in acht nemen tijdens de nidaperiode, teneinde fysieke toenadering te voorkomen:

1.   Het elkaar aanraken.

ô    Het is verboden om elkaar op wat voor manier dan ook aan te raken. Dus geen kus, om­hel­zing of aai. Ook de kleren van elkaar raakt men niet aan wanneer ze gedragen worden. Dus b.v. geen vuiltje van de mouw van de ander afkloppen.

 ô    Men geeft elkaar geen voorwerp direct aan, ook al is het voorwerp zo groot dat men el­kaar niet kan aanraken. Ook een zwaar voorwerp mag men niet samen optillen. De een legt het neer en de ander pakt het op. Het is ook verboden om elkaar een voorwerp toe te gooien.

 2.   Met betrekking tot het eten.

 ô    Omdat het samen eten twee mensen sterk tot elkaar doet naderen hebben de geleerden het echtpaar geboden om een herinneringsteken tussen hen in te zetten. Dit hoeft alleen als ze zonder derden erbij eten.

Het teken kan een verandering zijn in de (a) voorwerpen die op tafel staan, bijv. een vaas neerzetten die gewoonlijk niet op tafel staat, of  placemats neerleggen i.p.v. een tafelkleed, enz., of (b) de plaats waar men zit: als man en vrouw een vaste plaats aan tafel hebben, kan een van beiden van plaats veranderen.

ô    Het echtpaar eet niet tegelijk van hetzelfde bord of uit dezelfde schaal. Wel kan ieder uit een opschepschaal, b.v. slabak, voedsel op zijn/haar bord scheppen.

 ô    De man mag niet in haar bijzijn datgene opeten of drinken wat zijn vrouw overlaat, zelfs als er voedsel of drank aan toegevoegd is. In de volgende gevallen mag het echter wel: Wan­neer eerst iemand anders wat van de restjes genomen heeft, of de restjes zijn overgeschept in een ander voorwerp, of zijn vrouw is inmiddels niet meer aanwezig. Als de man niet weet dat het de restjes van de maaltijd van zijn vrouw zijn, hoeft ze het hem niet te vertellen en mag hij ze op eten.

Een vrouw daarentegen mag in alle gevallen het eten of drinken dat haar man overlaat gebrui­ken.

ô  Het echtpaar mag elkaar alleen eten opscheppen of drinken inschenken als ze het “besjinoei” doen. D.w.z. niet op de manier zoals ze gewend zijn. B.v. met de linkerhand inschenken of het bord een beetje van de echtgenoot verwijderd neerzetten.

 ô    De man mag zijn vrouw geen wijn inschenken. Na het maken van kiddoesj zet hij de beker voor zich neer (niet voor haar) nadat hij ervan gedronken heeft en z’n vrouw kan de beker dan oppakken en eruit drinken. Hij mag niet een beker wijn specifiek naar haar toe sturen via derden b.v. door te zeggen tegen een van de kinderen: “Geef deze beker aan mama”.

Een vrouw daarentegen mag “besjinoei” wijn voor haar man inschenken.

3.   Het naast elkaar zitten.

ô    Het is verboden om samen te zitten op een gestoffeerde bank die uit een lang kussen (en dus niet uit meerdere afzonderlijke kussens) bestaat, omdat de een de bewegingen van de ander voelt. Wanneer er iemand tussen hen in zit of er ligt een duidelijk zichtbaar voorwerp tussen beiden dan is het wel toegestaan. De Beet Joseef volgens wie vele Sefardiem handelen, staat wel toe om naast elkaar op een bovengenoemde bank te zitten.

ô    Tijdens een rit in een auto of  bus naar allerdaagse zaken zoals werk, boodschappen of familiebezoek, mag men naast elkaar zitten als men maar oplet om elkaar niet aan te raken. Het is raadzaam om een groot voorwerp zoals een tas tussen beiden te zetten.

Bij een lange busrit kan men beter apart gaan zitten.

ô    De nidaperiode is geen goede tijd om met z’n tweeën een vakantiereisje te gaan maken of een romantische boottocht. Als ze samen met anderen gaan dan is het wel mogelijk maar moe­ten ze opletten, net als tijdens de rit naar het werk.

4.   In de slaapkamer.

ô    Man en vrouw mogen niet samen in een bed slapen. Noch als het bed heel breed is, noch als in het bed twee afzonderlijke matrassen liggen met voor ieder apart linnengoed.

De bedden moeten zodanig uit elkaar geschoven worden dat er een afstand van een “ama” (ong. 50 cm) ontstaat. Als dit niet mogelijk is dan schuift men de bedden dusdanig uit elkaar dat de dekens elkaar niet raken.

Voor een echtpaar dat tot nog toe bovenstaande halacha niet kende en zich er vanaf nu aan wil gaan houden, kunnen we verschillende mogelijkheden adviseren:

o      Het beste is om twee aparte bedden aan te schaffen. Als dit te kostbaar is dan

o      Kan men een goede timmerman in de arm nemen die het tweepersoonsbed doormidden zaagt en er twee afzonderlijke bedden van maakt.

o      Als ook dit niet tot de mogelijkheden behoort, dan kan men een matras op de grond leggen of een stretcher in de kamer er bij zetten.

Het is niet aan te bevelen dat een van beiden in een andere kamer gaat slapen. Dat wekt o.a. vragen van de kinderen op. Het moet duidelijk zijn voor de kinderen dat de ouders een eenheid zijn die ten alle tijden samen een kamer delen. Ook voor het echtpaar zelf is het niet goed want het kan hen een gevoel geven alsof ze G’dbewaar boos zijn op elkaar.  

ô    De man mag niet op het bed van zijn vrouw zitten of liggen zelfs als ze niet thuis is.

De vrouw daarentegen mag niet op het bed van haar man liggen als hij in de kamer aanwezig is. Maar wanneer hij er niet is, is het wel toegestaan. Ook mag zij op zijn bed zitten zelfs in zijn aanwezigheid.

ô    Man en vrouw mogen niet in elkaars aanwezigheid voor elkaar het bed gereed maken om in te stappen

 5.   Het wassen.

 Man en vrouw mogen niet in elkaars aanwezigheid het bad met water vullen. Zelfs niet wat water toevoegen.

De een mag ook niet voor de ander de kraan open draaien terwijl de ander haar/zijn handen er onder houdt. Wel mag men voor elkaar in elkaars bijzijn water klaar zetten dat voor een mitswa gebruikt wordt zoals “majim acharoniem” (water om vingers over te gieten na het gebruiken van een broodmaaltijd en voor het bensjen), of water om de handen over te gieten bij het ont­waken.

6.   De verzorging in geval van ziekte.

Wanneer de man (ongevaarlijk) ziek is en in bed moet blijven, moet men proberen een vrijwil­liger te vinden om hem te verzorgen. Als men niemand kan vinden, mag zijn vrouw hem ver­zorgen behalve het wassen van zijn gezicht, handen en voeten, en zijn bed spreiden. Het is beter om zijn lichaam niet direct aan te raken maar met handschoenen of een stukje stof er tussen.

Daarentegen, als de vrouw (ongevaarlijk) ziek is moeten de “dinee harchakot” in acht genomen worden en moet men iemand anders zoeken, zelfs tegen betaling, die haar verzorgt.

Wanneer zich een bovengenoemd geval voordoet kan men het beste een rabbijn raadplegen over hoe te handelen.

7.   Verdere beperkingen.

ô    De man mag de lichaamsdelen die normaal gesproken bedekt moeten zijn, niet zien en daarom mag de vrouw zich niet in zijn aanwezigheid verkleden. Ze moet er op letten dat ze in kuise kleding loopt (dit geldt ook bij nachtkleding), en niet b.v. met een doorzichtig nachthemd.

Ze mag mooie kleding dragen en ook make–up op doen, maar ze moet niet opzichtig zijn opdat haar man niet sexueel geprikkeld zal worden.

ô    De man mag niet aan de parfum van zijn vrouw ruiken. Niet als ze hem op heeft en ook niet aan de kleren als die b.v. over een stoel hangen.

ô    De man mag zijn vrouw niet horen zingen.

ô    Man en vrouw moeten niet samen over zaken spreken die tot lichamelijke benadering prikkelen. Ze mogen wel samen leren, b.v. hilchot nidda.

ô    Er is een Asjkenazische minhag (gewoonte) om tijdens de menstruatie niet in de Torarol zelf te kijken wanneer die in sjoel wordt opgeheven en aan de gemeente wordt getoond. Tijdens de sjiw’a nekiïem mag het wel (Misjna Beroera siman 88).

In de nidaperiode gaat een vrouw niet naar een begraafplaats. Als ze dat moeilijk vindt, moet ze een rabbijn om een uitspraak vragen.

Tot zover de “dinee harchakot”. Het zal niet altijd makkelijk zijn om deze in acht te nemen. Maar ten eerste: na een bepaalde periode went het en worden de harchakot een tweede natuur, twee weken per maand. Ten tweede moeten we bedenken dat er nog vele andere mitswot zijn die niet makkelijk zijn en discipline en inspanning kosten. B.v. Sjabbat voorbereiden, Pesach maken, mannen die drie maal per dag met minjan (tien mannen boven de leeftijd van bar-mitswa) moeten dawwenen. De geleerden zeggen:”Lefoem tsa-ara agra” - De beloning die men krijgt is evenredig groot aan de moeite en inspanning die het kost.

In geval van zwakte moet men het verstand gebruiken en dat laten heersen over de gevoelens en driften.

 

Bibliografie:

“Netiewot tohar”, Roet Sjemesj

“The secret of Jewish femitiny”, Tehila Abramov