Index

aanmelden

Home


HET JOODSE GEZINSLEVEN
Door: Orli ben-Perach (Evers)-Weyel

Aflevering 22                         TELLEN EN REKENEN

 

In een vorige aflevering hebben we geleerd dat zoals er in de onreine periode voorbe­reidingen zijn voor de reine periode, zo zijn er in de reine periode voorbereidingen voor de onreine periode. Deze uiten zich in de dinee periesja (periesja = afzonde­ring). Er moet voorkomen worden dat de menstruatie zich voordoet precies tijdens een echtelijke samenleving, en men zich dan in een situatie van een zware overtreding bevindt. Daarom moet men de dinee periesja in acht nemen.

In gesprekken met vrouwen die de mitswa van taharat hamisjpacha willen houden maar de halachot niet precies kennen, blijkt dat ze reeds dagen voor de te verwachten menstruatie (in extreme gevallen zelfs een week) zich van hun echtgenoot afzonderen. Hierdoor verzwaren ze de wet onnodig voor zichzelf en hun echtgenoot. Het resultaat hiervan kan zijn dat de onthoudingsperiode (onnodig) zo lang wordt dat er echtparen zijn die die periode niet kunnen volhouden tot na het mikwe. Daarom:

1.     Net zoals men niet op eigen initiatief verlichtingen op de wet mag toepassen (mekeel zijn), mag men ook niet op eigen initiatief de wet verzwaren (machmier zijn).

2.     Is het heel belangrijk de halachot goed te kennen.

In de gemara (Sjawoe’ot 18b) zegt R. Josjia dat uit de pasoek: ,,Houden jullie de Bnee Jisraeel (kinderen van Israel) verre van hun onreinheden….” (Wajjikra 16:31) (vertaling dr. I. Dasberg) we kunnen leren, dat de Bnee Jisraeel zich als voorzorgs­maatregel van hun vrouwen moeten afzonderen vlak voor haar menstruatie.

Hoe lang van te voren moeten ze zich afzonderen? Rabba zegt: ,,Een onna (d.i. een dagdeel)”, d.w.z. een dag of een nacht.

Om nu te weten wanneer die onna valt moet een echtpaar berekenen wanneer de volgende menstruatie zou kunnen komen. Hiertoe is het heel belangrijk dat de vrouw elke menstruatie precies noteert: Ze noteert de Joodse datum, en of het voor of na de sjekie’a (zonsondergang) verscheen.

Voor het berekenen van de onnot periesja (afzonderingsdagen) moeten we een aantal definities kennen:

·       Onna                    = dag of nacht

·       Onnat jom          = de tijd vanaf zonsopgang tot zonsondergang

·       Onnat lajla         = de tijd vanaf zonsondergang tot zonsopgang

·       Onnat hare’ija   = het dagdeel waarin de laatste menstruatie begon

·       Onnat haperiesja = het dagdeel waarin het echtpaar zich van elkaar moet afzonderen

·       Haflaga               = het aantal dagen tussen twee opeenvolgende menstruaties (inclusief de eerste dag van de eerste en de eerste dag van de tweede menstruatie).

Zoals bekend verschijnt de menstruatie maandelijks in een bepaalde regelmaat. Over deze regelmaat, en de halachische gevolgen, spreken we in deze aflevering.

Er zijn vrouwen die in een vaste regelmaat menstrueren. De halacha kent verschillende soorten van regelmaat. De belangrijksten zullen we hier noemen.

1.     De menstruatie verschijnt iedere maand op dezelfde Joodse datum in hetzelfde dagdeel. Bijv. altijd op de 12e van de Joodse maand ‘s nachts (de nacht tussen de 11e en de 12e van de maand).  Dus 12 Tewet, 12 Adar, 12 Nisan enz. Deze wordt een vaste “maand-menstruatie” (wesset hachodesj) genoemd.

2.     Het aantal dagen tussen twee menstruaties is altijd hetzelfde. B.v. er is altijd een verschil van 28 dagen tussen de ene en de volgende menstruatie. De eerste dag van de vorige en de eerste dag van de huidige worden beiden meegeteld. Deze menstruatie wordt een vaste wesset haflaga genoemd.

3.     Wanneer de menstruatie altijd voorafgegaan wordt door een bepaald lichamelijk gevoel, b.v. rillingen of heel erg gapen, dan wordt deze menstruatie wesset hagoef  genoemd.

4.     De menstruatie verschijnt naar aanleiding van een bepaalde handeling. (altijd dezelfde handeling).

 

Een vrouw heeft een vaste menstruatie wanneer ze driemaal achtereenvolgens

a.   op dezelfde dag van de maand ongesteld wordt, of

b.  een zelfde haflaga heeft (dat wil zeggen drie tussenperiodes van hetzelfde aantal dagen tussen vier achtereenvolgende menstruaties), of

c.   hetzelfde gevoel heeft voorafgaand aan de menstruatie, of

d.   eenzelfde handeling aanleiding voor de menstruatie is, of

e.   een andere vaste regelmaat heeft.

 

Wanneer een vrouw een bepaalde regelmaat ziet in haar menstruaties, doet ze er goed aan om een rabbijn te vragen of ze zichzelf mag beschouwen als een vrouw met een vaste menstruatie.

 

Bovenstaande vastheid wordt ongedaan gemaakt als ze drie maal achtereenvolgens niet meer menstrueert volgens haar vaste patroon (voor de haflaga zijn hiervoor dus vier menstruaties nodig).                  

 

De onnat haperiesja (het dagdeel waarin het echtpaar zich van elkaar moet afzonderen) is gemakkelijk vast te stellen voor een vrouw met een vaste menstruatie, n.l. de onna waarin ze haar menstruatie verwacht  B.v. een vrouw met een wesset hachodesj voor de 7e van de maand heeft haar periesja dan op 7 Ijar, 7 Tamoez enz. Een vrouw met een wesset haflaga van 29 dagen heeft haar periesja dan iedere 29e dag na aanvang van de laatste menstruatie. Een vrouw met een wesset hagoef heeft haar onnat periesja meteen wanneer ze het specifieke lichamelijke gevoel heeft. Een vrouw die ongesteld wordt na het doen van een bepaalde handeling, heeft haar onnat periesja na die bepaalde handeling.

 

In de tijd van de Misjna hadden bijna alle vrouwen een vaste menstruatie zelfs op een bepaald uur, daarom wordt er in de Misjna bijna niet gesproken over onregelmatige menstruaties. Vandaag de dag echter hebben de meeste vrouwen geen vaste menstruatie meer omdat de lichamen minder sterk zijn dan vroeger. De berekeningen van de onnot periesja zijn voor deze vrouwen  iets uitgebreider.

 

Hierover m.G.h. de volgende keer meer.