Index

aanmelden

Home


HET JOODSE GEZINSLEVEN
Door: Orli ben-Perach (Evers)-Weyel

HET JOODSE GEZINSLEVEN

 

 

Aflevering 27                    We-ahawta lere’acha kamocha.

 

 

Rabbi Akiwa zegt, dat de mitswa van “we-ahawta lere’acha kamocha – heb je naaste lief als jezelf” [wajikra 19:18] een van de basisprincipes is van de Tora [Rasji; Sifra; Talmoed Jeroesjalmi Nedariem 9:3]. Dit is ook de overkoepelende mitswa in het huwelijk. Als men deze mitswa niet probeert te vervullen, is er grote kans dat het huwelijk niet standhoudt.

De Rambam schrijft dat de eerste stap naar we-ahawta lere’acha kamocha is om de ander te prijzen [hilchot dee’ot 6:3]. Niet alleen zijn persoonlijkheid maar ook zaken die hem toebehoren en waarmee hij verbonden is: Ouders zijn gelukkig als men hun kinderen prijst, men vindt het prettig om een compliment te krijgen over de mooie inrichting van zijn huis of over de nieuwe auto of over zijn nette handschrift. Zo ook vindt een vrouw het fijn om lofuitingen over haar echtgenoot te krijgen en omgekeerd.

 

WAARACHTIGE WAARDERING

 

In de vorige aflevering zagen we dat gevoelsuitingen, complimenten, empathie e.d. broodnodige behoeftes van ieder mens zijn, en dat men deze zaken in het huwelijk van de partner verwacht te ontvangen. Daarom, opdat samen met het compliment de mitswa van we-ahawta lere’acha kamocha wordt vervuld, moet het compliment overeenkomen met de behoeftes van degene die deze ontvangt. Het compliment moet niet bestaan uit zomaar woorden die in het hoofd van de gever opkomen, maar moet in het soort, kwaliteit en frequentie beantwoorden aan de verwachtingen en behoeftes van de ontvanger.

 

In een huwelijk gebeurt het vaak dat de een het gevoel heeft de ander te complimen­teren en blijken van waardering te geven maar dat de ander dit niet opmerkt of als zodanig ervaart. Rav Simcha Cohen geeft een voorbeeld van een man die bij thuiskomst zijn vrouw vertelde dat zijn ouders lovend over haar spraken. “Wat zeiden ze dan?”  “Ze zeiden dat je vlijtig bent vanaf de vroege ochtend, het huis mooi schoon houdt en zuinig bent.” Haar reactie was: “Zie je wel, het enige dat ze zeggen is dat ik een voordelig werkpaard ben, maar ze zeggen niets over mijn persoonlijkheid.”

Wat voor de één een compliment is kan voor de ander een belediging zijn. Als men een groot Torageleerde prijst om zijn uiterlijk of om zijn lenigheid dan doet hem dat niets, misschien is het zelfs beledigend. Men moet de ander prijzen met de zaken die voor hem belangrijk zijn. Wanneer de een veel energie en tijd in iets steekt, b.v. een bepaalde studie of het verbeteren van een slechte eigenschap, dan is het belangrijk dat de partner hem/haar aanmoedigt. Dat kan b.v. door te zeggen dat men vooruitgang ziet of dat men het doorzettingsvermogen knap vindt. Daarmee krijgt de partner een goed gevoel. De complimenten moeten regelmatig herhaald worden, af en toe in andere bewoordingen. Het moet echter duidelijk blijven dat de complimenten welgemeend zijn, en uit het hele hart komen.

 

FREQUENTIE

Hoe vaak moet je elkaar complimenteren, woorden van waardering zeggen? Drie keer maand? Een keer per week, een keer per dag?

Het antwoord hier is weer: Naar behoefte. De een heeft genoeg aan een goed woord een maal per dag en de ander functioneert beter als hij/zij meermalen per dag woorden van waardering hoort. Om een richtlijn te geven: door dagelijks elkaar ten minste een maal te complimenteren bouwt men een prettige sfeer in huis op. Het complimenteren is een kunst die men zichzelf moet en kan aanleren. Hiertoe moet men leren het goede in de ander te zien (ook al zijn dat soms kleine dingen) en te waarderen.

 

Over tsedaka (liefdadigheid) zegt de Tora: “Open wijd je hand voor hem, en geef hem gul te leen, voldoende voor wat hem ontbreekt” [dewariem 15:8 vertaling J.Dasberg]. De geleerden zeggen hierop dat aan de ene kant je de arme genoeg moet geven om van te leven (je hoeft hem dus niet te verrijken), maar aan de andere kant moet je hem datgene geven dat specifiek hem ontbreekt. Wat houdt dat laatste in, “wat hem ontbreekt”?  “Zelfs een paard om op te rijden en een slaaf om voor hem uit te rennen” [ketoebot 67b]. Bijvoorbeeld iemand die heel rijk was en failliet is gegaan. Als hij toen hij nog rijk was een paard had om op te rijden en een slaaf om voor hem de weg vrij te maken, dan moeten we volgens de mitswa van tsedaka hem deze zaken verschaffen indien mogelijk. Dit is omdat zijn behoeftes niet samen met zijn kapitaal verloren zijn gegaan. De Malbiem voegt hieraaan toe dat zelfs als de meeste mensen een bepaalde zaak niet missen, alleen hij wel omdat hij eraan gewend was, men hem die zaak moet geven. Het paard en de slaaf komen geen materieele behoefte bevredigen maar een gevoelsmatige. Namelijk - het feit dat de gewezen rijke zonder paard en slaaf zit, benadrukt zijn miserabele positie. Door hem deze atributen te geven krijgt hij wat van zijn (zelf)respect terug. Vaak kan een tekort aan gevoelsmatige zaken een grotere psychische nood veroorzaken dan een tekort aan materieele levensbehoeftes. Daarom moet men een arme van al zijn tekorten, “wat hem ontbreekt”, voorzien.

 

De bovenstaande miswa van chesed geldt niet alleen voor een arme die geld nodig heeft, maar geldt voor ieder mens. Voor een buur, vriend of echtgenoot. Iedereen heeft een goed woord en aanmoediging nodig. Ook als men denkt zelf geen complimenten over bepaalde zaken nodig te hebben, kunnen die voor de ander wel heel belangrijk zijn.

In het huwelijk vallen de complimenten in het kader van “het paard en de slaaf”. Men denkt vaak dat de vele taken en handelingen in een huwelijk nou eenmaal een verplichting zijn en vanzelfsprekend. Of men denkt dat de ander die taken toch ook voor zichzelf verricht - het is toch ook zijn huis! Om deze redenen zouden de echtelieden geen complimenten of loftuigingen verdienen. Dit is een misverstand. Door complimenten te krijgen is de gemoedstoestand veel beter dan er zonder. De vele taken worden juist met meer plezier en energie uitgevoerd als ze beloond worden met blijken van waardering.

 

In masechet Baba Batra 9b staat dat “wie een arme geld geeft zes zegeningen krijgt, en wie hem moed inspreekt, elf zegeningen”. Laten we proberen de echtgenoot, in dit opzicht, als arme te zien.