Index Halacha

Home

PRAKTISCHE HALACHA VOOR DE MAAND ELOEL

Hieronder volgt een samenvatting van de Halacha voor de maand Eloel zoals die, met G-ds hulp, t.z.t. zal verschijnen in ons boekje „Praktische Halacha”. Het is om technische redenen nog niet gecorrigeerd door een bevoegde en praktiserende rabbijn, maar wij hebben ons best gedaan om te voorkomen dat er fouten in voorkomen. Mocht iemand er toch een fout in vinden, dat wordt hij/zij aan­gemoedigd dat zo spoedig mogelijk aan ons te melden. Voorts leggen wij er de nadruk op dat het volgende niet bedoeld is als „psak halacha” maar als hulpmiddel bij verder studie. Halacha moet men bestuderen samen met een bevoegde rabbijn.

Inleiding

1. ‘Rav Nachman bar Jitschak heeft gezegd: „[Rosj Hasjana is de dag van] de [G-ddelijk] recht­spraak, want er staat geschreven [in Dewariem 11:12: Een land, waar Hasjem, je G-d, voor zorgt, steeds zijn de ogen van Hasjem, je G-d, daarop gericht], van het begin van het jaar tot het einde van het jaar. Dat betekent dat aan het begin van het jaar [op Rosj Hasjana] beslist wordt wat er gebeuren gaat [het hele jaar] tot het eind van het jaar [de volgende Rosj Hasjana]”’. [1] Dat wil zeggen dat op Rosj Hasjana zal worden rechtgesproken en beslist worden wat er het komende jaar zal gebeuren.

Hoe zal die rechtspraak plaatsvinden? De Misjna [2] schrijft: „Op Rosj Hasjana passeren alle wereld­bewoners als schapen voor Hem langs”, een voor een, als schapen die hun hok in gaan en een voor een door de herder gecontroleerd en geteld worden.

‘Rabbi Kroespedai zei in naam van Rabbi Jochanan: „Drie boeken worden er geopend op Rosj Hasjana: één voor de volledig slechte mensen, één voor de volkomen rechtvaardigen en één voor de middelma­tigen. De volkomen rechtvaardigen worden onmid­del­lijk ingeschreven en bezegeld [in het boek] voor het leven [dat wil zeggen dat er over hen onmiddel­lijk wordt beslist dat zij het hele jaar zullen leven]; de volledig slechte mensen worden onmiddellijk ingeschreven [in het boek] voor de dood [dat wil zeggen dat er over hen onmiddellijk beslist wordt dat zij dit jaar zullen sterven]; de middelmatige men­sen krijgen uitstel van vonnis tot Jom Kippoer: wanneer zij het verdienen [d.w.z. als zij berouw tonen en hun leven verbeteren] worden zij alsnog ingeschreven in het boek voor het leven. Wanneer zij het niet verdienen, worden zij ingeschreven voor de dood” [3].

[Bovenstaande voorstelling van zaken, waarbij G-d boeken bijhoudt, is maar bij wijze van spreken, om aan te duiden dat G-d naukeurig ieders daden bijhoudt. G-d schrijft natuurlijk niet echt in boeken [4].]

Bij de nadering van Rosj Hasjana zal daarom iedereen zijn gangen van het afgelopen jaar nog eens nagaan en controleren of hij geen overtredingen begaan heeft. En over die overtredingen zal hij berouw tonen, en degenen die hij schade berokkend heeft zal hij om vergeving vragen en hij zal zich voor­­nemen zijn leven te beteren. Met andere woorden: hij zal tesjoewah doen - terugkeren tot Hasjem en diens wegen voortaan beter blijven volgen.

De maand Eloel

2. De dagen vanaf Rosj Chodesj Eloel tot na Jom Kipoer zijn dagen van "goede wil". En hoewel HaKadosj Baroech Hoe het hele jaar door het berouw accepteert van die­genen die met een oprecht hart tot Hem terugkeren, zijn deze dagen toch meer ge­schikt om tot inkeer te komen, omdat het dagen van genade en goede wil zijn. Want op Rosj Chodesj Eloel klom Mosjé de berg Sinaï op en kreeg het tweede stel stenen tafels met de Tien Geboden. Hij bleef daarboven 40 dagen en hij ging op de 10de Tisjrei weer naar beneden, toen waren de dagen van verzoening voor de zonde met het gouden kalf voorbij. En sedert dien werden deze dagen speciaal bestemd als dagen van goede wil, en de 10de Tisjrei, dat is Jom Kippoer, als dag van verzoening [5].

3. Het is in vele plaatsen  minhag om de dag voor Rosj Chodesj Eloel te vasten, en te dawenen  volgens de dienst van Jom Kippoer Katan, opdat men zich voorbereidt op de dag van de Rechtspraak - Rosj Hasjana - door berouw te hebben van de overtre­dingen die men het afgelopen jaar begaan heeft - het doen van tesjoewah. Wanneer Rosj Chodesj op Sjabbat valt, verschuift men de vasten naar de donderdag daarvoor [6].

4. De Ari z"l schreef dat de beginletters [Alf-Lamed-Waw-Lamed] van de laatste vier woorden van de zin uit Sjemot 21:13: Weasjèr lò tsadá weHaëlokiem ana liedo wesamti lecha - "wanneer iemand niet de bedoeling had [iemand te doden], maar G-d zorgde ervoor dat het gebeurde, dan zal Ik zorgen [voor een toevluchtsoord voor jou]", het woord Eloel vormen [dit vers beschrijft de instelling van vlucht­steden]. Dat wil zeggen dat deze maand een geschik­te periode is om tesjoewah te accep­teren voor de zonden van het hele jaar. Het is ook een aanwijzijg dat men voor onopzettelijke overtredingen tesjoewah moet doen gedu­rende deze maand [7].

De geleerden vonden ook andere verzen waarvan de be­ginletters het woord Eloel vormen: De beginletters van de woorden et lewawecha weët lewaw uit de zin  [Dewariem 30:6]: Oemal Hasjem Èlokeicha et lewawecha weët le­waw zar'ècha - “en Hasjem, je G-d, zal je hart besnijden en het hart van je nakomelingen” - vormen het woord Eloel. En ook de beginletters van Ani ledodi wedodi li - “ik ben van mijn geliefde en mijn geliefde is van mij” [8] vormen het woord Eloel. Want gedurende deze veertig dagen, wanneer men tesjoewah doet, is het hart dichter bij de Geliefde [Hasjem] en dan zal de Geliefde ook dichter­bij zijn om het berouw te accepteren [9].

En ook de beginletters van: Iesj lere'ehoe oematnot laèvioniem - “stuurt iedereen geschenken aan zijn vriend en aan de armen” [10] vormen het woord Eloel.

Dit alles is een aanwijzing voor  de drie dingen: tesjoe­wah [berouw], tefillah [gebed], tsedaka [liefdadigheid], die men moet doen deze maand. En Hasjem zal besnij­den, enz. is een aanwijzing voor tesjoewah; Ik ben van mijn geliefde, enz. is een aanwijzing voor tefillah, want dat is als een lied voor geliefden; en Stuur geschenken, enz. is een aanwijzing dat men tsedaka moet geven [11].

5. Het is de gewoonte om op de sjofar te blazan gedurende deze maand. Sommigen beginnen hiermee op de eerste dag Rosj Chodesj, en anderen beginnen  hiermee op de tweede dag Rosj Chodesj Eloel. Dit laatste is het meest gebruikelijk en wenselijk [12]. Men blaast iedere ochtend na Sjacharit, behalve op de dag voor Rosj Hasjana, om dui­de­lijk onderscheid te maken tussen een minhağ, waarvan wij de ver­plichting vrijwillig op ons genomen hebben, en het blazen op Rosj Hasjana, dat een gebod is van Torah. Ook als de eerste dag Rosj Hasjana op Sjabbat valt, blaast men niet op de dag voor Rosj Hasjana. Men mag dan echter wel oefenen. De reden om niet op Erev Rosj Hasjana te blazen, aldus Sefer Minhagim, is om de Satan in de war te brengen. Volgens die reden zou men ook niet mogen oefenen, maar als men dat thuis doet, achter gesloten deuren, dan is het toe­gestaan [13].

6. Men blaast een Teki'ah - Sjewariem - Teroe'ah - Teki'ah. De reden dat men op de sjofar blaast, is om zo de mensen op te wekken tot tesjoewah, want de klank van de sjofar heeft de werking om harten te beroeren en een gevoel van vrees in te boezemen, zoals er geschrevn staat [14]: Zal er dan ergens in een stad op een sjofar geblazen worden zonder vrees op te wekken? [15]

7. Het is minhağ van de Askenazische [Hoogduitse] gemeenten om psalm 27, LeDavid Hasjem ori wejisj'ie - Van/voor David: Hasjem is mijn licht en mijn redding - te zeggen aan het eind van sjacharit en mincha of ma'ariv gedurende de maand Eloel tot Sjemini Atsèret. De wezen zeggen erna kaddisj. Op dagen dat moesaf gedawend wordt, zegt men het na beëindiging van sjacharit. [16] Sommigen beginnen hiermee op de eerste dag Rosj Chodesj, anderen op de tweede dag Rosj Chodesj. Sommigen zeggen het tijdens de mincha-dienst, an­deren tijdens ma'ariv. [17] In Israël wordt het gezegd tot en met Hosja'ana Rabbah [18]. Ieder volgt zijn plaatselijke minhağ.

De bron voor deze minhağ is de Midrash Sochor Tov, die uitlegt dat de beginwoorden van deze psalm: „Hasjem is mijn licht” betrekking hebben op Rosj Hasjana, terwijl de volgende woorden „en mijn redding” betrekking hebben op Jom Kippoer. De psalm bevat ook een toespeling op het Soekot feest in de zin: Kie jitspĕneinie wesoekoh - want Hij zal mij verbergen in zijn tent. Het is ook in vele plaatsen minhağ om gezamelijk psalmen te zeggen, ieder over­eenkomstig zijn plaatselijke minhağ. [19]

8. Wanneer iemand een brief schrijft gedurende de periode van Rosj Chodesj Eloel tot Jom Kippoer, dan is het gebruikelijk dat men daarin bij het begin of het einde van de brief wensen en zegeningen opneemt voor de komende dagen van rechtspraak en daarin de wens uitspreekt dat de ander ‘zal worden ingeschreven en bezegeld voor een goed jaar, in het boek van de levenden. Aan een man schrijft men: Sjè tikateev we tichateem lesjanah towah, [20] [aan een vrouw schrijft men: Sjè tichatewie we tichatemie lesjanah towah, aan een aantal mensen tesamen (een familie bijvoorbeeld) schrijft men: Sjè tichatevoe we tichatemoe lesjanah towah].

9. Wie de mitswot nauwkeurig neemt laat nu zijn tefillien en mezoezot controleren en zo ook besteedt men extra attentie aan alle mitswot [21].

10. Vanaf de Sjabbat na Tisj’ah beAv worden de zeven troost-haftarot gelezen. Maar wanneer Rosj Chodesj Eloel op Sjabbat valt, dan zegt men de haftorah Hasjamaïm kiesie (Jesjajahoe 66, 1-24), omdat daarin ook troostwoorden over Jeruzalem voorkomen. In dat geval wordt de haftorah ’Anijja so’arah (Jesjajahoe 54, 11-17) die anders gelezen zou worden, gelezen na Ranie ’akarah (Jesjajahoe 54,1-10) op Sjabbat parasjat Kie Tétsé, want die volgen elkaar op in het boek Jesjajahoe.[22]

11. Wanneer men zich vergist en de haftorah Anijja so’arah leest in plaats van de haftorah Hasjamaïm kiesie en dat wordt opgemerkt voordat men de na-berachot gezegd heeft, dan zegt men alsnog de haftorah Hasjamaïm kiesie en daarna zegt men de na-berachot. Wanneer het echter pas opgemerkt wordt nadat de na-berachot al gezegd zijn, dan leest men toch alsnog de haftorah Hasjamaïm kiesie, maar nu zonder voor- of na-berachot [23]

12. Wanneer Rosj Chodesj Eloel op zondag valt, dan wordt niet de haftorah Machar Chodesj gelezen, zoals op andere Sjabbatot wanneer wanneer het de volgende dag Rosj Chodesj is, want daarin komen geen troostwoorden voor over Jeruzalem. Dan leest men Anijja so’arah [24].

13. Vanaf de zondag voor Rosj Hasjana is het de gewoon­te om vroeg op te staan om selichot te zeggen. In de mees­te Azkenazische gemeentes is het de gewoonte om de seli­chot te zeggen kort voordat het licht wordt of kort daarna. Op de eerste avond begint men echter direct na chatsot [middernacht volgens de halacha, dat is niet om 12.00 uur ’s nachts volgens de klok, maar middernacht volgens de zonnestand. In Israël is dat omstreeks 23.40 uur win­tertijd of 00.40 uur zomertijd; in Nederland is dat om­streeks 00.40 uur wintertijd, 01.40 zomertijd. De juiste tijden hangen af van de dag in het zonnejaar (de niet joodse datum).

Het is de laatste jaren in vele Azkenaziche sjoels in Israël de gewoonte geworden om de selichot eerder op de avond te zeggen, vóór chatsot. Dit vindt men makkelijker, zo hoeven de mensen niet zo laat nog naar sjoel te komen, hetgeen niet comfortabel is. Om de zelfde reden zegt men in steeds meer sjoels ook de rest van de week selichot ’s avonds, in plaats van ’s ochtends vroeg. Rav Sjlomo Aviner antwoordt op de vraag hierover of dit geoorloofd is, het volgende in zijn resposa [25]:

A. De Rambam heeft geschreven: „Laat ieder zich eraan gewennen om vroeg in de nacht op te staan om in de synagogen de dawenen en tachanoen  te zeggen totdat het licht wordt”, want de tijd voor het zeggen van selichot is gedurende de ochtendwake [de nacht wordt verdeeld in drie gelijke gedeelten, drie wachten of waken, tussen het uitkomen van de sterren tot het eerste ochtendlicht].  De poskiem schreven dat men geen selichot zegt vóór chatsot en zeker niet de 13 midot, behalve op Jom Kippoer [26]. „Echter in gevallen zoals bij ons, waar er geen mogelijkheid is om gedurende de ochtendwake selichot te zeggen en ook niet na chatsot, dan zegt niemand van de gemeente selichot en is er geen opwekking tot tesjoewah, aldus Rav Mosjeh Fein­stein [27],  „kan men voor een speciale gelegenheid dispensatie geven”. Echter Rav Ovadia Joseef is het hier niet mee eens, hij houdt zich vast aan de mening van die poskiem die menen dat men niet ’s avonds reeds selichot kan zeggen [28]. Hij voegt daar aantoe, dat als men niet in staat is om ’s ochtends vroeg de selichot te zeggen, dan moet men ze voor mincha zeggen. En dit lijkt een juiste beslissing.

[Opgemerkt dient te worden dat Rav Moshe Feinstein schrijft over een speciaal geval, waarbij het gevaarlijk is om ’s avonds laat nog op straat te gaan. Alleen in dat geval stond Rav Moshe Feinstein het toe en hij voegde daar aan het slot nog aan toe: „Men moet wel bekendmaken dat dit slechts een horaät sja’ah - een eenmalige maatregel voor een speciaal geval - is van wege een noodsituatie en die uitsluitend dit jaar [5620 (1960)] geldig is, maar volgend jaar moet men weer selichot zeggen op zijn tijd”. Het lijkt mij toe dat men hieraan geen argument mag ontlenen om toe te staan dat men selichot zegt op een niet daarvoor geschikt tijdstip, omdat de leden van het minjan  het te vermoeiend vinden om iets later naar sjoel te komen. Zwi.]

B. Verder is er nogal wat discussie in de halacha over het zeggen van de 13 midot van barmhartigheid gedurende het eerste deel van de avond [zie wat de schrijver hierboven schrijft in naam van de Misjna Broera] en het is daarom beter dit niet te zeggen als onderdeel van de tefillah. Men mag ze wel lezen zoals men bijbelverzen leest, bijvoorkeur op de tonen van Tenach.

C. Men valt ’s avonds niet op zijn gezicht [29].

D. Op Motsé Sjabbat  is er nog een groter probleem om selichot vóór chatsot te zeggen, omdat de heiligheid van de Sjabbat nog wat over het eerste deel van de avond zweeft. Daarom zegt men dan zeker geen 13 midot en ook geen widoej.

E. Wanneer men selichot vóór chatsot zegt, mag men ook niet die zinnen zeggen die een toespeling zijn op het vroeg opstaan en de ochtendwake, anders vertelt men leugens.

14. Wanneer Rosj Hasjana op maandag of dinsdag valt, begint men selichot te zeggen op de zondag de week daarvoor [30]. De reden hiervoor is dat de geleerden hebben vast gesteld dat men minstens gedurende tien dagen selichot moet zeggen, met inbegrip van Jom Kippoer. Echter tussen Rosj Hasjana en Jom Kippoer vallen een aantal dagen er tussenuit, zoals Sjabbat en de beide dagen van Rosj Hasjana en Erev Jom Kippoer (wanneer het verboden is te vasten). Die vier dagen moet men goedmaken vóór Rosj Hasjana. Om het de mensen niet te moeilijk te maken, door hen ieder jaar te laten uitrekenen wanneer zij moeten beginnen met de selichot, hebben de geleerden voorts vastgesteld dat de selichot altijd op zondag beginnen. Als echter Rosj Hasjana op maandag of dinsdag valt, zijn er geen vier dagen tussen zondag en Rosj Hasjana en dus begint men dan op zondag de week daarvoor [31].


 

Bronnen van de Halacha

[1]. Talmoed Traktaat Rosj Hasjana 8a

[2]. Rosj Hasjana 1:2

[3]. Talmoed Traktaat Rosj Hasjana 16b

[4]. Sefer Hachinoech 311

[5].              KSA 128:1

[6].  KSA 128:1

[7].  KSA 128:1

[8].  Hooglied 6:3

[9].  M.B.581, inleiding

[10]. Esther 9:22

[11]. KSA 128:1

[12]. M.B. 581:3

[13]. M.B. 581:24

[14]. ’Amos 3:6

[15]. KSA 128:2

[16]. M.B. 581:2

[17]. M.B. 581:3

[18]. Siddoer Rinat Jisraĕl en Siddoer Tefillat kol péh.

[19]. M.B. 581:3

[20]. KSA 128:2

[21]. KSA 128:3

[22]. KSA 128:4

[23]. KSA 128:4

[24]. KSA 128:4

[25]. ’Am keLawie 183

[26]. M.B. 565:12

[27]. Igrot Moshe, Or.Ch. dl.2, hfd. 105

[28]. Jechaweh Da’at dl. 1, 46.

[29]. Sj.A. Or.Ch. 131:3

[30]. Rama 581:1

[31]. M.B. 581:6