Index

Hilchot Tevila

Het touwelen van keukengerei

Inleiding

Keukengerei dat gebruikt wordt voor eten of voor de bereiding van voedsel en dat op enig tijdstip het eigendom is geweest van een niet-Jood en dat nu het eigendom is van een Jood, moet  getouweld – ondergedompeld – worden in een mikwe – ritueel bad – voordat zij gebruikt mogen worden.[1] Deze onder­dompeling is vergelijkbaar met die van een niet-Jood die tot het Jodendom wil overgaan; dat verheft de de proseliet tot de nieuwe heilige status van Jood en zo wordt het voorwerp van zijn onreine niet-Joodse status verheven tot die van de reine Joodse status, zoals de Jeroesjalmi – Jeruzalemse Talmoed – zegt:  „omdat het de niet-Joodse onreinheid verlaat en de Joodse heiligheid binnengaat.” Iedere handeling van een Jood, alles wat hij doet en alles wat hij zegt, dient te gebeuren om Tora in praktijk te brengen en om te wandelen vol­gens de wegen die Hasjem voor de Jood heeft uitgestippeld in Tora, d.w.z. om te leven naar het voor­beeld van G-d (Bereisjiet 1:26). Daarmee wordt ieder voorwerp dat door de Jood gebruikt wordt, een middel tot het bereiken van een hoger doel en wordt het voorwerp zelf verheven tot hogere heilig­heid.

De Talmoed (traktaat Avoda Zara 75b) leert de noodzaak van deze onderdompeling van het vers in Bamid­bar (31:23): „Ieder ding dat door het vuur gegaan is, zullen jullie door het vuur halen en het zal rein zijn.” De de Tora heeft het over de oorlogsbuit, die de Israëlieten veroverd hebben op de verslagen Midjanie­ten. Chazal – Chachamei­noe zichronam levracha [Onze Geleerden, hun aandenken zij ons tot zegen]  leren uit de extra toevoeging „en het zal rein zijn” dat behal­ve dat de voorwerpen gekasjerd moeten worden, ze ook onder­ge­dom­peld moeten worden in een mikwe. Volgens de meeste Risjo­niem[2] [Rasji 75b] leren Chazal dus dat de mitswa om keukengerei te touwelen een Tora-gebod is [hoewel sommigen, zoals de Ritva, Ran en Meïri menen dat het een rabbijns gebod is en dat het vers slechts een asmachta[3] is].

Deze onderdompeling is van toepassing op:

Ø  voorwerpen die gefabriceerd zijn door een niet-Joods bedrijf, zelfs als zij gekocht zijn in een Joodse winkel;

Ø  voorwerpen die gefabriceerd werden door een Joods bedrijf maar gekocht werden in een niet-Joodse winkel;

Ø  en ook voorwerpen die gefabriceerd werden door een Joods bedrijf en gekocht zijn in een Joodse winkel, maar die door een niet-Joodse groothandel of importeur  verhandeld werden.

Voorwerpen die geleend werden van een niet-Jood hoeven niet ge­touweld te worden. Echter voorwerpen die men leent van een Jood, die ze zelf niet getouweld heeft, moet men niet gebruiken zonder touwelen. Voor­werpen die men gekocht heeft en die niet getouweld zijn, mag men niet gebruiken, zelfs niet tijdelijk, zoals blijkt uit wat er geschreven staat in de Sjoelchan Aroech Joré Dea 120:16. Tevila moet plaatsvinden voordat men het de eerste keer gebruikt. Daarom is het aan te bevelen om, wanneer men nieuw keukengerei koopt of krijgt (zoals pasgetrouwden) om het bij de eerste de beste gelegen­heid te touwelen en dat niet uit te stellen totdat men het wil gebrui­ken, want dan kan het net niet mogelijk zijn.

Sjabbat en Jom Tov

Op Sjabbat en feestdagen mag men niet touwelen.[4] Wanneer men op Sjabbat of Jom Tov een nieuw voor­werp wil gebruiken dat men niet getouweld heeft, moet men een bevoegde Rav vragen wat men moet doen in zo’n geval.[5]

Lange tijd gebruikt eetgerei zonder tevila

Ook voorwerpen die lange tijd gebruikt zijn door een [zich niet aan Tora houdende] Jood, zonder dat ze ge­touweld waren, moeten, be­hal­ve dat ze gekasjerd moeten worden, ook getouweld worden.

Reparaties door een niet-Jood

Beschadigde voorwerpen die door een niet-Jood gerepareed worden, moeten onder bepaalde omstandigheden opnieuw getouweld worden. Men moet hierover een bevoegde rabbijn raadplegen. Hetzelfde geldt wanneer men verzilverde voorwerpen opnieuw laat verzilveren door een niet-Jood.

Voedsel dat gekookt werd in een ongetouwelde pan

Kosher voedsel dat gekookt is in en/of opgediend is op ongetouwelde pannen en schalen blijft kosher en mag gegeten worden, hoewel sommigen menen dat men streng moet zijn en dat niet moet eten. Let op: Men moet dit niet verwarren men voedsel dat gekookt werd in of opgediend op niet kosjere pannen en schalen.

Materialen die tevila vereisen

Metaal en glas

Alleen voorwerpen gemaakt zijn van metaal, zoals zilver, staal, koper of tin, en glas en aanverwante materialen, zoals pyrex, moeten getouweld worden met een beracha., voordat zij gebruikt worden als eetgerei.

Geglazuurd aardewerk en porcelein

Geglazuurd aardewerk en porcelein moet getouweld worden zonder beracha.

Plastic

Er bestaat verschil van mening of plastic eetgerei getouweld moet worden. Volgens sommige autori­teiten zou dat wel moe­ten, omdat sommige soorten plastic dezelfde eigenschappen als glas hebben, n.l. dat het net als metaal bij breuk gesmolten kan worden er er een nieuw voorwerp van gemaakt kan wor­den. Andere autoriteiten menen dat plastic geen tevila nodig heeft. Het is algemeen gebruikelijk dat plastic voorwerpen niet getouweld worden, maar men moet de plaatselijke gewoonte hierin volgen.[6]

Hout en aardewerk

Hout en ongeglazuurd aardewerk hoeft niet getouweld te worden.

Voorwerpen van twee of meer materialen

Voorwerpen die gemaakt zijn van twee materialen waarvan het belangrijkste onderdeel van metaal of glas is, moeten ge­touweld worden met een beracha. Voorbeelden hiervan zijn: een mes met een houten handvat, een pan met kunstsof grepen, e.d.

Maar wanneer het voorwerp voornamelijk gemaakt is van ma­teriaal dat geen tevila nodig heeft maar er zitten metalen of gla­zen onderdelen aan, bijvoorbeeld schroeven en moeren die de onderdelen bijelkaar houden, dan moet met het touwelen zonder beracha. Dit geldt alleen als de metalen of glazen on­derdelen essentiëel zijn en het voorwerp zonder dat niet bruik­baar is. Anders hoeft men het niet te touwelen.[7] Bij twijfel raadpleegt men een rabbijn.

Welke voorwerpen moeten getouweld worden

Voorwerpen die tevila vereisen zijn die voorwerpen die gebruikt worden:

a) om mee te eten

b) om voedsel mee te bereiden

c) om voedsel in te bewaren.

Voorwerpen om mee te eten

Alle voorwerpen die gebruikt worden om mee of van te eten moeten getouweld worden (en die gemaakt zijn van materiaal dat tevila vereist), zoals: messen, vorken en lepels, borden, kop­jes, bekers en drinkglazen, opdienschalen en opschep­le­pels, e.d.[8]

Voorwerpen waarin voedsel bereid wordt

Men hoeft alleen maar voorwerpen te touwelen die gebruikt wor­den voor voedsel of drinken, dat direct gegeten of gedron­ken kan worden, zonder verdere bereiding. Maar voorwerpen die alleen in aanraking komen met voedsel dat nog verder be­reiding nodig heeft om gegeten te worden,  zoals de ijzeren voorwerpen die men gebruikt om matsot te maken, waarmee men het deeg snijdt en de naald waarmee men gevuld vlees  [of rollade en worsten e.d.] mee dichtnaait e.d. die hoeven niet getouweld te worden. Maar een slacht­mes en een mes dat ge­bruikt wordt om een dier mee te villen,[9] die moeten getouweld worden zonder beracha, omdat men die mes­sen ook kan ge­brui­ken voor kant en klaar voedsel. En ook de roosters waarop men de matsot legt, moeten getouweld worden zonder bera­cha. Maar de driepoot [metalen onderzettertjes] waarop men een pan zet hoeft niet getouweld te worden want het komt niet in aanraking met het voedsel. Maar een metalen braadspit, waar vlees aan gebraden wordt, moet getouweld worden met beracha.[10]

Electrische keukenmachines

Elektrische keuken apparatuur, zoals elektrische waterketels, brood­roosters e.d. moeten getouweld worden. Wanneer er een probleem bestaat hoe met het moet touwelen zonder het apparaat te bescha­digen, moet men een rav raadplegen. In ieder geval moet men om veilgheidsredenen dat soort apparatuur na het touwelen voldoende tijd laten liggen voordat men het gebruikt, zodat het volledig van binnen kan drogen.

In mixers zitten doorgaans metalen onderdelen die met het eten in aanraking komen en die moeten getouweld worden.

Voorraadbussen waarin voedsel wordt bewaard, dat geschikt is om te eten, moeten getouweld worden zonder beracha. Voorbeelden hier­van zijn broodtrommels en koekblikken.[11]

Sommigen zeggen dat grote glazen voorwerpen, zoals flessen, waar­uit men niet drinkt, maar waarin de dranken alleen maar bewaard worden en waaruit men in de glazen en bekers schenkt, niet als eetgerei beschouwd worden en daarom niet getouweld hoeven te worden. Anderen zeggen dat ze wel getouweld moeten worden (zie Jad Efraim). Men moet ze daarom touwelen zonder beracha.[12]

Flessen drank en conservenblikjes e.d.

Als men dozen, blikjes of flessen e.d. koopt van een niet-Jood of niet-Joodse firma, die etenswaren bevatten, hoeven die niet getouw­eld te wor­den, ook niet wanneer het blik of de fles is opengemaakt, en men mag de originele inhoud erin bewaren. En men mag ook uit het blik eten of uit de fles drinken en wat er over is mag men erin bewaren of erin terug doen, en  een deksel op het blik of een kurk op de fles doen.[13]

Maar nadat men het blik, de doos of de fles heeft leeg gemaakt, mag men er geen ander voedsel in doen om te bewaren, voordat men het touwelt. Maar een doos of blik dat geen eigen deksel heeft, maar aan de bovenzijde opengesneden wordt, daarin mag men wel ander voedsel bewaren[14].

Wanneer men een blik (bijvoorbeeld een koekjestrommel) koopt van een niet-Jood om dat te vullen om aan iemand (Jood of niet-Jood) cadeau te geven (of te verkopen), hoeft men dat niet eerst te touwelen[15].

Voorwerpen die niet getouweld kunnen worden

Een voorwerp dat niet getouweld kan worden, zoals elektrische apparaten, waarvan het gevaarlijk is als ze in water komen, of die daardoor kapot zouden gaan, moet men onklaar maken, zodat zij niet meer bruikbaar zijn, want dan hoeven zij niet getou­weld te worden. Een elektrisch voorwerp kan men daartoe zodanig uit elkaar halen dat het niet meer werkt. Daarna laat men het door een Joodse vakman (geen leek!) repareren. Het wordt dan beschouwd als te zijn vervaardigd door een Joodse vakman en het heeft geen tevila meer nodig[16].

Wanneer het voorwerp te groot is om te touwelen, geeft men het cadeau aan een niet-Jood en leent het dan vervolgens van hem terug. Men mag dat dan tot in alle eeuwigheid gebruiken zonder tevila[17].

Waar touwelt men

De tevila gebeurt in een mikwe dat geschikt is voor vrouwen.[18] Tegenwoordig hebben vele mikwaot een speciale bor – put – voor tevilat keliem.

Men mag ook voorwerpen in een natuurlijke waterbron touwelen, zoals een bron, een rivier of de zee. Echter als het geregend of ge­sneeuwd heeft, en de rivieren opgezwollen zijn, moet men daarin in niet touwelen. Dit komt men name veel voor in het voorjaar na de winterregens.[19] Daar het moeilijk is om vast te stellen of een rivier geschikt is of niet om daarin te touwelen, is het beter om dat pro­bleem te vermijden en te touwelen in een mikwe. Indien er geen andere mogelijkheid bestaat, raadplege men eerst een bevoegde Rabbijn.

Hoe touwelt men?

Voordat men iets touwelt, moet men alles wat aan het voorwerp kleeft, verwijderen, zoals etiketten, prijs-mer­ken. Ook moet alle eventuele roest en andere verontreiniging verwijderd worden.Het artikel moet schoon zijn en er mag niets tussen het voorwerp en het water zitten.[20]                                                                                                                  

Het water moet het voorwerp aan alle kanten kunnen raken. Echter iets dat aan het voorwerp vastzit en er niet van kan worden verwijderd, en het is niets iets afschuwelijks, dan kan het beschouwd worden als behorend tot het voorwerp en dan hoeft men het niet te verwijderen.[21]

De beracha

Voordat men het voorwerp in het mikwe-water laat zakken zegt men een beracha:[22]

áÌÈøåÌêÀ àÇúÌÈä ä' àÁìÉ÷ÅéðåÌ îÆìÆêÀ äÈòåÉìÈí, àÂùÑÆø ÷ÄãÀùÑÈðåÌ áÌÀîÄöÀåÉúÈéå åÀöÄåÌÈðåÌ òÇì èÀáÄéìÇú ëÌÆìÄé (ëÌÅìÄéí)

Baroech Ata Ad. E-lokeinoe Melech haolam, Asjer kidesjanoe bemitzotav wetsivanoe al tevilat kèlie (keliem)

[Gezegend bent U, Hasjem onze G-d, Die ons geheiligd heeft met Zijn geboden en ons heeft opgedragen een voorwerp te touwelen (en als men meer voorwerpen tegelijk of achter elkaar touwelt zegt men keliem – voor­werpen[23]]. Men moet geen onderbreking maken door te praten tussen de beracha en de tevila.

Wanneer men meer voorwerpen wil touwelen, mag men al die tijd niet praten, totdat het laatste voorwerp ge­touweld is. Opmerkingen ten behoeve van het touwelen worden niet als een onderbreking be­schouwd.

Wanneer men voorwerpen heeft die getouweld moeten worden zonder beracha, verdient het de voorkeur die de touwelen samen met voorwerpen die wel een beracha nodig hebben, om eventuele twijfel weg te nemen.

In geval van twijfel

Wanneer men twijfelt of een voorwerp getouweld moet worden met of zonder beracha en men heeft niet ook een ander voorwerp dat in ieder geval met een beracha getouweld dient te worden, dat touwelt men het zonder beracha, want de algemene regel is bij om safeek berachot lehakeel – bij twijfel over berachot zijn wij soepel. Maar als het mogelijk is touwelt men het samen met een voorwerp dat zeker wel een beracha nodig heeft.[24]

De tevila

Het voorwerp moet in zijn geheel onder water gedompeld worden[25]. Het is niet voldoende als men eerst de ene helft en daarna de andere helft onderdompelt. Als het voorwerp een handvat heeft, moet dat mee onder­ge­­dompeld worden[26].

Ten einde het water in de gelegenheid te geven alle kanten van het voorwerp te raken, moet men het losjes vasthouden, zodat het water ook daar waar men het voorwerp vasthoudt, het kan aanraken[27]. Het verdient aanbeveling van te voren zijn handen nat te maken door ze in het mikwe-water onder de dompelen. Het is het beste om te trach­ten het voorwerp even helemaal onder water los te laten.

Wanneer men het voorwerp aan een koord hangt bij het onderdom­pelen, moet dat er losjes omheen zitten. Het is in het algemeen de gewoonte het voorwerp in een net te hangen of in een ander, geper­foreerd voorwerp te leggen, zodat het water het aan alle kanten te­gelijk kan bereiken. Wanneer men er meer voorwerpen tegelijk inlegt, moet men er wel voor zorgen dat het water alle voorwerpen aan alle kanten kan bereiken.

Wanneer men flessen, potten e.d. touwelt, moet men er goed op let­ten dat het water ook aan de binnenkant komt en het voorwerp dus helemaal gevuld wordt bij de onderdompeling[28].

Het is voldoende wanneer men het voorwerp eenmaal onderdompelt, maar velen hebben de gewoonte om het driemaal onder te dompe­len[29].

Kinderen onder de leeftijd van bar of bat mitswa mogen alleen onder toezicht touwelen.[30]


[1]. Sjoelchan Aroech Joré Dea 120:1

[2]. De grote geleerden van de 10de tot eind 15de eeuw.

[3] Een asmachta – steun – is een verst uit Tora dat steun geeft aan een Rabbijnse verordening. Het vers geeft als het ware de Rabbijnen de bevoegdheid om de verordening te maken.

[4] Misjna Beroera 323:33.

[5] Zie Sj.A. O.Ch. 233:7 en de Rema.

[6]. Rabbijn mr.drs. R. Evers zegt dat het in Nederland niet de ge­woonte is om plastic eetgerei te touwelen.

[7]. Zie Sj.A. J.D. 120:7 Rama.

[8]. Sj.A. J.D. 120:1

[9]. Andere voorbeelden: een keukenmes dat speciaal bestemd is om bevroren vlees mee te snij­den, een keukenschaar  om vis of gevogelte mee stuk te knip­pen.

[10]. Voorwerpen door wiens gebruik het voedsel eetbaar wordt, moeten met een beracha getouweld worden (als ze van metaal of glas zijn gemaakt), zoals een aardappel-dunschiller (die ook gebruikt kan worden om worteltjes te schrapen of om een appel te schillen), fruitmesjes, een eiersnijer, water­ketels, potten en pannen, bakblikken e.d. Ook de pan-deksel moet met een beracha getouweld worden.

[11]. R. Akiva Eiger J.D. 120.

[12] K.Sj.A. 37:8

[13] T.K. 4:12.

[14] T.K. 4:13

[15] T.K. 4:14

[16] T.K. 4:16

[17]. T.K. 4:17

[18]. Sj.A. 120:1

[19]. K.Sj.A. 37; Sj.A. J.D. 201:2

[20]. Sj.A. 120:13 en Chochmat Adam 73:14

[21]. Rema J.D.  120:2

[22]. Sj.A.J.D. 120:3

[23]. id.

[24]. Sjach J.D. 120:5

[25]. Kitsoer Sjoelchan Aroech 37:10

[26].  Sj.A.J.D. 120:12

[27]. Sj.A. J.D. 120:2

[28]. K.S.A. 37:11

[29]. Sefer Chassidoet, siman 394.

[30]. Rema J.D. 120:14