Halacha Index

Hilchot Mezoezot

Inleiding tot de voorschriften voor mezoezot

„Het is een mitswa om de afdelingen Sjema’ [Dewariem 6:4] en Wehaja iem sjemo’a [Dewariem 11:12] op een stukje perkament te schrijven en op de deurposten te bevestigen, zoals er geschreven staat [Dewariem 6:9]: En je moet ze schrijven op de deurposten van je huis en aan je poorten. En wie zich hier aan houdt, diens levensdagen zullen verlengd worden, zoals er geschreven staat aan het eind van de tweede afdeling … En bovendien wordt ons huis er door bewaakt. Een gewone koning van vlees en bloed slaapt in zijn paleis en zijn bewakers staan buiten op wacht. Maar wij slapen in ons bed in ons huis, we hoeven niets te doen, en onze Koning, de Koning van alle koningen, waakt over ons, buiten, voor de deur (Menachot 33b)” [Toer 285].

Beide afdelingen moeten op één stukje perkament met de hand geschreven worden, in de juiste volgorde, zoals ze in Tora voorkomen. Wanneer de sofeer [de schrijver] ook maar één letter vergeten is, dan is het onbruikbaar en mag hij het naderhand niet meer verbeteren [Sj.A. Joré Dea’ 288]. Voordat de sofeer begint te schrijven dient hij hardop te verklaren dat hij de mezoeza schrijft voor de heiligheid van G’ds naam, en dat moet hij herhalen iedere keer als hij de Naam van Hasjem schrijft (dit zelfde geldt ook voor het schrijven van tefillien of een Tora-rol). En wanneer hij dat is vergeten te zeggen en zich dat pas achteraf, nadat hij 1½ tot 3 uur geschreven heeft, herinnert, dan is de mezoeza onbruikbaar. Verbeteren is dan niet mogelijk [Kesset Hasofeer 10:1-4]. Daarom ook is het heel belangrijk mezoezot te kopen van een zeer betrouwbare sofeer met veel Jirat Sjamajim, want dit soort fouten worden gemaakt en zijn naderhand door niemand te controleren. Of men moet ze kopen van een betrouwbare handelaar, van wie bekend is dat hij de mezoezot betrekt van een G’dsvrezende sofeer. Want hoe kan men anders weten of de mezoezot die men kocht, en die zo een belangrijke functie vervullen, kosjer zijn. Het belang van mezoezot blijkt onder andere uit de woorden van de Gemara, Eroevien 13a: „Er wordt geleerd in een Beraita: Rabbi Meïer vertelde: Toen ik bij Rabbi Jismaël leerde, vroeg hij mij: mijn zoon, wat is je beroep? Ik antwoordde hem: ik ben sofeer. Daarop zei hij tegen mij: mijn zoon, wees heel voorzichtig met je werk, want jouw werk is het werk van de hemel. Wanneer je [per ongeluk] ook maar één letter vergeet of één letter te veel schrijft, dan zou het resultaat kunnen zijn dat je de hele wereld vernietigt”!

Helaas zijn er veel mezoezot in de handel die niet kosjer zijn, zelfs met een verklaring van kasjroet er bij, want ook die worden vervalst! En zelfs worden er mezoezot verkocht die gedrukt zijn, in plaats van geschreven en men moet daar erg goed op letten!

Fig. 11.1

In deze mezoeza is de Naam van Hasjem overal met een kleine verandering geschreven, om ontwijding van de Naam te voorkomen.

 

Hilchot Mezoezot

1. Het is een positief gebod om aan iedere ingang een mezoeza te bevestigen.

[Het gebod geldt voor ook voor vrouwen en men moet kinderen leren een mezoeza aan hun kamerdeur te maken.1]

[Voor een eigen huis gaat deze verplichting in op de eerste dag dat men er in woont, ook buiten Israël. 2]

En zelfs al heeft men vele kamers en iedere kamer heeft een aantal ingangen die bestemd zijn om naar binnen en naar buiten te gaan, ook al is men gewend slechts een van hen te gebruiken, dan moeten ze toch allen voorzien zijn van een mezoeza. En zelfs al neemt het aantal bewoners af en heeft men nu nog slechts één ingang nodig, dan toch hebben ze allen een mezoeza nodig. Maar is er een ingang die alleen bestemd is om goederen binnen te brengen en er is nog een ingang om naar binnen en naar buiten te gaan, dan hoeft de ingang, die alleen bestemd is voor goederen, geen mezoeza.

2. Ook poorten van binnenplaatsen, van straten, van steden en provincies hebben een mezoeza nodig, want er staat geschreven [Dewariem 6: 9]: En aan uw poorten (zie verder § 16).

3. Men moet ze bevestigen aan de rechter kant als men binnen komt.

[Een deur naar een achtertuin die geen rechtstreekse toegang tot de straat heeft, moet ook een mezoeza hebben, en wel rechts als men het huis binnengaat 3. Rabbi Eliyahu Touger schrijft in zijn engelse vertaling van de Kitsoer Sjoelchan Aroech dat het volgens de Misgeret Hasjoelchan rechts van de uitgang naar de tuin moet.]

En indien men er een aan de linker zijde bevestigd heeft, dan is hij ongeschikt en moet men hem losmaken en aan de rechter zijde bevestigen en daarbij een beracha maken. Het maakt hier geen verschil of men links- of rechtshandig is

Een deuropening tussen twee vertrekken, waarvan het ene vertrek wel en het andere geen ingang vanaf de straat heeft, daar bevestigt men rechts van de deur wanneer men dàt vertrek binnen gaat, dat het verst van de straatdeur is verwijderd 4.

4. Indien twee huizen ieder een eigen deuropening naar de straat of naar de binnenplaats hebben en er is ook een deuropening in de tussenmuur tussen beide huizen, zodat er twijfel bestaat aan welke kant van deze deuropening men de mezoeza moet bevestigen, dan laten wij ons daarbij leiden door de scharnier, d.w.z. de kant waar men de scharnieren van de deur bevestigde waarop de deur naar binnen draait, beschouwt men als de eigenlijke binnenruimte en men bevestigt de mezoeza aan de rechter kant als men daar binnen gaat. Maar dit geld alleen wanneer beide huizen gelijkwaardig zijn in gebruik. Echter wanneer de ene hoofdzakelijk gebruikt wordt, dan laten wij ons niet leiden door de plaats waar de scharnieren zitten, maar dan bevestigen wij de mezoeza steeds aan de rechterkant, wanneer wij de belangrijkste woning binnengaan, zelfs al zou de deur naar de andere kant open gaan.

[Wanneer beide vertrekken een ingang van de straat hebben, maar de één is een hoofdingang en de andere is bijvoorbeeld een achteruitgang, die minder gebruikt wordt, dan wordt het vertrek met de achteruitgang als de binnenste kamer beschouwd en hangt men de mezoeza rechts als men die kamer via de tussendeur binnenkomt. 5]


Fig. 11.2 De mezoeza zit rechts als men binnenkomt, 1/3 van boven.

5. De plaats [voor de mezoeza] is bij het begin van het bovenste derde deel van de hoogte van de poort [zie fig.11.2]. Heeft men het daar boven bevestigd, dan is het in orde, mits de afstand tot de bovendorpel [minstens] een handbreedte is. Heeft men het onder het bovenste derde deel bevestigd, dan moet men het losmaken en correct bevestigen met een beracha.

[Wanneer de deuropnening erg hoog is, bevestigt men op schouderhoogte, ook wanneer dat onder het bovenste derde deel is. 6]

Wanneer men het heeft bevestigd binnen een handbreedte van de bovenkant moet men het ook [opnieuw] bevestigen zoals het hoort, echter zonder beracha. Men dient het te bevestigen binnen een handbreedte van de buitenkant van de muur [fig. 11.3], maar wanneer men het anders heeft gedaan is dat niet erg.


Fig. 11.3 Bij een brede deurpost bevestigt men dicht bij de buitenmuur.

6. Hoe bevestigt men het? Men rolt [het perkament] van links naar rechts op, d.w.z. van [het woord] Echad naar [het woord] Sjema’, men doet het in een kokertje of in een ander soort houder en bevestigt het met spijkers diagonaal aan de deurpost.

[Indien men het met lijm of cement bevestigt [of met schroeven] is het ook in orde. 7]

[De bovenkant moet schuin naar binnen zijn gericht (zie fig. 11.3). 8]

Het woord Sjema’ moet tegen het huis rusten en de linker kant [van de tekst] naar de kant van de deuropening. Wanneer de deurpost niet breedt genoeg, is bevestigt men het recht op. Dat is beter dan dat men het achter de deur zou ophangen. Wanneer men het niet bevestigd heeft maar het slechts heeft opgehangen, [dat wil zeggen, slechts aan één spijker bovenaan 9] dan is het ongeschikt. Daarom moet men er goed op letten, dat men het met een spijker zowel aan de boven- als aan de onderkant bevestigt, opdat het niet hangt.

7. Voordat men het ophangt zegt men de beracha asjèr kiddesjanoe bemitswotav we tsiwanoe likbo’a mezoeza [die ons geheiligd heeft met Zijn geboden en ons heeft opgedragen een mezoeza te bevestigen].

[Wanneer men een mezoeza heeft bevestigd zonder beracha voordat men in een woning betrok, dan zegt men de beracha op het moment dat men er intrekt. 10]

[Wanneer iemand anders dan de bewoner de mezoeza bevestigt, mogen zowel de bewoner als degene die bevestigt de beracha zeggen. 11]

Wanneer men een aantal mezoezot moet bevestigen dan is één beracha voldoende voor allemaal. [En men mag niet onderbreken, bijvoorbeeld door te praten of aan andere dingen te denken of iets anders te doen, totdat alle mezoezot bevestigd zijn. Wanneer men toch onderbroken heeft, maakt men opnieuw de beracha en gaat verder met bevestigen, want iedere mezoeza is een mitswa op zich zelf. 12]

Indien een mezoeza vanzelf [van de deurpost] valt, moet men hem opnieuw bevestigen mèt een beracha. Maar wanneer men hem afneemt om te controleren, bestaat onzekerheid of men opnieuw een beracha moet zeggen. [Volgens Chowot Hadar moet men dan opnieuw een beracha maken. Maar sommige acheroniem zijn van mening dat wanneer de mezoeza kosjer bleek te zijn dan hoeft het niet. 13]


Fig. 11.4 Een klein toegangsdeurtje in een grote poort.

8. In sommige poorten bevindt zich een kleine deuropening in de grote deur [zie fig. 11.4] en door deze kleine deuropening pleegt men naar binnen en naar buiten te gaan, terwijl de grote poortdeur slechts een enkele keer wordt geopend. Omdat het hier dus twee deuropeningen betreft waartussen een brede deurpost zit van een handbreed, moeten beide een mezoeza hebben. [Ook wanneer de kleine deur geen aparte deurpost heeft maar direkt aan de grote poort bevestigd is, dan bevestigt men een mezoeza, en wel aan de poort zelf, rechts naast de kleine ingang.]

9. Op een plaats waar vrees bestaat dat men het [de mezoeza] zal stelen, daar maakt men, indien mogelijk, een inkeping in de deurpost van het huis, en daarin plaatst men de mezoeza. Maar de inkeping mag niet een handbreedte diep [of meer] zijn want dan is er geen sprake meer van [een mezoeza] op de deurposten van uw huis maar van één in de deurpost. En dat is niet goed. Men moet in ieder geval goed opletten dat de mezoeza zichtbaar is. Wanneer het niet mogelijk is om het in de deurpost van het huis te bevestigen, mag men zich in geval van nood er op verlaten het binnen, achter de deur te bevestigen, maar wel aan de deurpost zelf en niet aan de muur (zie ook Chochmat Adam en Nisjmat Adam).

[Dit zelfde geldt wanneer men om andere redenen de mezoeza niet aan de buitenkant kan bevestigen, bijvoorbeeld wanneer er gevaar bestaat voor anti-semitische reacties.]

En men bevestigt het niet een handbreedte [of meer] van de deuropening want dan is het ongeschikt.

10. Een ruimte hoeft alleen een mezoeza te hebben wanneer zijn afmeting [minstens] vier bij vier el is. [Rav Eliyahu Touger schrijft dat volgens de Misgeret Hasjoelchan ook een kleinere ruimte in een huis een mezoeza moet hebben wanneer dat een speciaal doel heeft, bijvoorbeeld wanneer het als opslagruimte dienst doet, zoals een opbergkast of wijnkelder, of wanneer het als doorgang naar een grotere ruimte dienst doet.] Wanneer het niet vier bij vier el is maar het heeft wel een oppervlak van vier maal vier el, bijvoorbeeld als de lengte groter is dan de breedte of wanneer het rond is, dan menen sommigen dat het wel [een mezoeza] nodig heeft, en anderen zeggen dat het niet hoeft. [Wanneer er een vierkant ter grootte van 4 x 4 el in kan, is het verplicht er een mezoeza te bevestigen en zo ook indien het vertrek vijf-hoekig is 14. Chowot Hadar schrijft in naam van de Sjach dat men dan een mezoeza bevestigt zonder beracha. 15]


Fig. 11.5 De muren vormen de deurposten en bovendorpel.


Fig. 11.6 Eén deurpost links en een doorlopende muur rechts.


 

 

 

 

Fig. 11.7 Eén deurpost rechts en een doorlopende muur links.

11. Een deuropening heeft alleen een mezoeza nodig wanneer het twee deurposten heeft van elk minstens tien handbreedten hoog en een boven dorpel daar boven op. En zelfs wanneer er geen aparte deurposten van hout of van andere steen zijn, maar wanneer slechts de muren van het huis zelf als deurpost dienen, met daar op het dak, ook dan heeft het een mezoeza nodig [zie fig. 11.5]. Maar heeft het huis slechts één deurpost, bijvoorbeeld doordat de muur aan een kant doorloopt [zoals in fig. 11.6] en wanneer die ene deurpost links zit, dan is er geen mezoeza nodig. Maar wanneer de deurpost zich aan de rechter zijde bevindt [zie fig. 11.7] dan bestaat er twijfel of er wel of geen mezoeza moet zijn. Dan moet men er een bevestigen zonder beracha of men bevestigt er een, nadat men er al een heeft bevestigd met beracha aan een deuropening waar er wel een moet zijn, en daarmee wordt men hier bevrijd van de verplichting van een beracha. En zo doet men op iedere plaats waar twijfel bestaat.


Fig. 11.8 Twee rechte deurposten met een koepelvormige boog.


Fig. 11.9 De gebogen deurposten lopen door tot de grond.

12. Indien de deuropening twee deurposten heeft [Van elk minstens 10 handbreedten hoog] maar daar ligt geen bovendorpel op maar een koepelvormige boog [zie fig. 11.8], of zelfs als er helemaal geen [verticale] deurposten zijn maar de boog loopt door tot op de grond, dan, indien de deuropening een hoogte heeft van tien handbreedten en een breedte van vier handbreedten [zie fig. 11.9], dan is een mezoeza verplicht (zie Toeré Zahav). Winkels waar men één deurpost maakt van de grond tot de bovendorpel, en een deurpost die niet tot de bovendorpel rijkt, maar die in de muur één amma of meer inspringt, dan, wanneer de deurpost die tot de bovendorpel rijkt, aan de rechter kant zit [zie fig. 11.10], bevestigt men daar de mezoeza aan. Wanneer de korte deurpost rechts zit, en die tien handbreedten [of meer] hoog is, bevestigt men daar aan de mezoeza [zie fig. 11.11]. Maar indien hij minder dan tien handbreedten hoog is, bevestigt men de mezoeza aan het brede, inspringende gedeelte [Dus rechts tegen de muur of post boven de toonbank].


Fig. 11.10 Een hoge deurpost rechts en een lage deurpost links.


Fig. 11.11 Rechts een lage deurpost van minstens 10 handen hoog.

13. Sommigen zeggen dat zelfs deuropeningen zonder deur een mezoeza moeten hebben. [In een deuropening zonder deur bevestigt men een mezoeza zonder beracha en zo ook in een deuropening met [rechtopstaande] deurposten die lager dan 10 ammot zijn.16] Anderen zeggen dat dit alleen moet als er een deur in zit. Daarom bevestigt men de mezoeza nadat de deur is opgehangen, en niet andersom, eerst de mezoeza en daarna de deur, want dan heeft men niet iets gemaakt, maar gerepareerd (zie hierboven hfd. 9, § 6.

14. Een huis dat niet voor permanente bewoning gemaakt is, is vrij [van een mezoeza] (zie verder hfd. 134, § 8). Daarom hoeft een soeka voor het loofhuttenfeest op dat feest geen mezoeza nodig.

[Een Beet Knesset die niet tevens dienst doet als woning en alleen gebruikt wordt voor sjoeldiensten, heeft geen mezoeza nodig. Sommigen verplichten een Beet Midrasj, omdat de leerlingen daar zitten en leren en soms ook eten. Men bevestigt dan zonder beracha. 17]

[Daarom hebben bijvoorbeeld een vacantiehuisje en een hotelkamer, ook al huurt men dat voor enkele maanden, of een ziekenhuiskamer, ook al liggen sommige patienten daar langer dan een maand, geen mezoeza nodig [Sja’ariem Metsoejaniem, t.p.n. 13 in naam van diverse responsa] (Dit geldt alleen als de eigenaar een niet-jood is)].

Zo ook marktstalletjes en markthallen [En een „stand” op een beurs of tentoonstelling ] die alleen maar voor de marktdag worden opgesteld of ingericht en die daarna weer worden afgebroken of leeg blijven staan, ook die zijn vrij [van een mezoeza]. Maar een winkel waar permanent voorraad ligt vereist een mezoeza.

15. Een zuilengang met drie wanden en een plafond daar overheen, en die aan de vier zijde open is, behoeft geen mezoeza, ook al zijn daar twee pilaren die op een ingang lijken, want die pilaren werden daar niet gemaakt als een deurpost, maar om het dak te stutten. Maar wanneer er ook aan de vierde zijde een wand is, ook al is die laag en rijkt hij niet tot aan het plafond en zit er een winkelruit in, dan is [een mezoeza] verplicht.

16. Een poortwachtershuisje naast de hoofdpoort is vrijgesteld [van een mezoeza] en ook een balkon. [Bedoeld wordt hier een „overloop” in het trappenhuis. De gewone buiten-balkons van moderne huizen hebben zeker een mezoeza nodig, want men zit daar soms op en gebruikt het dan als woonruimte. 18] Ook een opgang naar een hogere verdieping, en een omheining voor vee is vrijgesteld, want zij zijn niet voor bewoning gemaakt. Indien echter een huis dat een mezoeza nodig heeft op een van deze ruimten of op een gallerij uitkomt, dan moet ook de toegang tot al deze [ruimten] van de openbare straat een mezoeza hebben. Daarom moeten toegangspoorten tot binnenplaatsen, tot steegjes, tot straten en tot steden, allen een mezoeza hebben, omdat daar huizen op uitkomen die een mezoeza moeten hebben. Zelfs tien woningen die allen naar elkaar open gaan, (zelfs wanneer de negen buitenste ruimten zodanig gebouwd zijn dat ze er geen nodig hebben), hebben allen een mezoeza nodig, wanneer de binnenste ruimte er een nodig heeft. Daarom heeft ook de poort, die toegang geeft van een voortuin naar een binnenplaats, een mezoeza nodig. Sommigen zeggen dat ook een poorthuis en balkon een mezoeza nodig hebben, zelfs wanneer er geen woning op uitkomt. Men bevestigt dan zonder beracha.

17. Een badhuis, een leerlooierij en een mikwa hebben geen mezoeza nodig, omdat zij niet als een respectabele woning geschikt zijn. Maar een koeiestal en een kuiken-broedhuis [hebben wel een mezoeza nodig. Vroeger leefde men vaak met de koeien en kippen in één ruimte. Tegenwoordig, nu men niet meer zo leeft, laat de mezoeza een koeiestal of kippenhok vaak weg vanwege de stank en het afval dat daar gevonden wordt. Men moet handelen volgens de plaatselijke situatie.19]

Een hooi- of houtopslagplaats of een wijnkelder of een ruimte voor opslag van andere dranken, die hebben een mezoeza nodig, wanneer tenminste hun afmetingen aan de minimale eisen voldoen. Maar sommigen zeggen dat het niet hoeft.

18. Op plaatsen waar kleine kinderen zijn of waar men zich soms wast of urineert, daar bedekt men de mezoeza. Deze afdekking is alleen voldoende wanneer dergelijke handelingen daar incidenteel voorkomen. Maar wanneer het daar regelmatig voor onfatsoenlijke zaken wordt gebruikt, bijvoorbeeld wanneer men daar een voorwerp plaatst om afvalwater op te vangen, dan mag men zich niet op het afdekken [van de mezoeza] verlaten. (Pitchei Tesjoewa in de naam van Jad Haketan).

19. Een huis of een binnenplaats, waar ook een niet-jood woont is vrijgesteld. [Aldus de Rema in Sj.A. J.D. 286:1, maar Sefer Chowot Hadar (Hilchot Mezoezot 2:2) haalt de Rasjba en andere acheroniem aan die van mening zijn dat men ook dan verplicht is en dan bevestigt men zonder beracha.]

[Een kamer, waarin alleen een jood woont, in een woning die hij samen met een niet-jood heeft gehuurd, heeft een mezoeza nodig. 20]

20. Een kelder, waar de deurposten van het kelderluik horizontaal op de vloer liggen, is vrijgesteld, want dat wordt geen deurpost genoemd, alleen wanneer ze rechtop staan (Nodé BiJehoeda).

[Zo is ook een luik in het plafond, dat toegang geeft tot een zolder of vliering, vrijgesteld van een mezoeza.]

21. Wie buiten Israël een woning huurt, is [de eerste] dertig dagen vrijgesteld van een mezoeza want dan wordt men geacht er nog niet permanent in te wonen.

[Dit zelfde geldt voor wie een huis „leent”, d.w.z. gratis tijdelijk in een huis woont, waar een ander eigenaar van is. De genoemde vrijstelling geldt alleen voor de huurder, maar wanneer de verhuurder een jood is, is hij verplicht een mezoeza op te hangen. 21]

[Wie binnen die dertig dagen toch een mezoeza wil bevestigen, doet dat zonder beracha en sommigen zeggen dat men dan na dertig dagen de mezoeza moet losmaken en opnieuw bevestigen met een beracha en anderen zeggen dat dat niet nodig is, omdat een huurhuis in ieder geval alleen door de rabbijnen verplicht werd gesteld. 22]

[Maar wie tijdelijk gemeubileerde kamers verhuurt voor overnachting e.d., zoals een pension- of hotel houder, die is verplicht mezoezot aan te brengen. 23]

22. Wie [gaat verhuizen en] zijn huis verlaat en een andere jood trekt in de woning, dan mag de oorspronkelijke bewoner niet de mezoezot verwijderen, maar hij laat ze zitten en de nieuwe bewoner betaalt hem ervoor.

[Indien echter de mezoezot van een bekende sofeer en erg duur zijn, en de nieuwe huurder wil die dure mezoezot niet betalen maar wil alleen de prijs van eenvoudige mezoezot betalen, dan mag diegene die zijn huis verlaat de mezoezot omwisselen voor meer eenvoudige mezoezot, mits er geen twijfel bestaat aan hun bruikbaarheid. 24]

23. Men moet erg zorgvuldig zijn in de uitvoering van de mitswa van mezoezot, want het is een verplichting die voor iedereen permanent geldt. Iedere keer dat men naar binnen gaat, of naar buiten komt ontmoet men de eenheid van Hasjem, de naam van de Heilige, gezegend zij Hij, en dan zal men zich zijn liefde herinneren. Dan zal men ontwaken uit zijn slaap en van zijn dwalingen in de ijdelheid van de tijd en dan zal hij beseffen dat niets eeuwig bestaat en onvergankelijk is dan de erkenning van de Rots der Wereld. Dan zal hij onmiddelijk tot bezinning komen en de rechte weg bewandelen. (Rambam) Onze geleerden, hun aandenken zij tot zegen, hebben gezegd [Menachot 43b]: „Ieder die tefillien op zijn hoofd en arm draagt, tsietsiet aan zijn kleren heeft en een mezoeza aan zijn deuropening heeft, die is ervan verzekerd dat hij niet zal zondigen, want hij heeft vele dingen die hem daaraan doen herinneren. Dit zijn de engelen die hem ervan weerhouden om te zondigen, zoals er geschreven staat [Tehillien 34:8]: „Een engel van G’d heeft zich gelegerd rondom degenen die Hem vrezen, en hij redt hen”. Voorts hebben onze geleerden gezegd Sjabbat 32b: „De overtreding van [het voorschrift van] de mezoeza heeft de dood ten gevolge van iemands zoontje of dochtertje. Maar ieder die [het voorschrift van] de mezoeza ernstig neemt, diens dagen worden verlengd, zoals er geschreven staat [Dewariem 11.21] Zodat je levensdagen en de levensdagen van je kinderen verlengd zullen worden.

24. Omdat de moezoeza ons de eenheid van Zijn Naam, gezegend zij Hij, doet herinneren, moet men iedere keer, wanneer men door de deur van zijn huis naar binnen of naar buiten gaat, hem kussen. Maar men mag zijn hand niet op de mezoeza zelf leggen; men moet er voor zorgen dat er glas over de naam zit (zie het boek: kesset Hasofeer [De inktpot van de schrijver], 2e uitgave, onderzoek 19). Wanneer men zijn huis verlaat en de mezoeza aanraakt, zegt men: “Hasjem is mijn beschermer, Hasjem is mijn schaduw ter rechter zijde, moge Hasjem mij beschermen bij mijn naar buitengaan en bij mijn terugkeer, nu en voor eeuwig”.

25. De mezoezot van een individue moeten tweemaal in de zeven jaar gecontroleerd worden. Die van een gemeenschap tweemaal in de vijftig jaar (opdat het niet tot een last wordt) (zie ook de Rosj, eind Hilchot tefillien).


Bronnen van de Halacha

1. Sj.A. J.D. 291:3
2. Chowot Hadar 3:1
3. Sj.M.BeH. t.p. n. 3
4. Ch.H. 8a:3
5. Ch.H. 8a:4
6. Ch.H. 8b:1
7. Ch.H. 9:8
8. Ch.H. 9:7
9. Ch.H. 9:8
10. Ch.H. 11:3
11. Ch.H. 11:4
12. Ch.H. 11:9
13. Ch.H. 11:14
14. Sj.A. J.D. 286:13
15. Ch.H. 4, § 7, n. 18
16. Ch.H. 7:15-17
17. Ch.H. 2:13
18. Chowot Hadar 2:5
19. Rav Eliyahu Touger in naam van de Misgeret Hasjoelchan 12
20. Misgeret Hasjoelchan 15
21. S.A. J.D. 286:22
22. Ch.H. 3:2
23. Sj.M.Be. t.p. n. 17
24. Sj.M.Be. t.p. n. 22