Home

Is G-d mannelijk of vrouwlijk?

 Op een dag stormden mijn zoon Ananiel en twee dochters, Leyadya en Ne'ema, mijn studeerkamer binnen. Ze hadden duidelijk ergens ruzie over gehad en waren behoorlijk van streek. Ik begreep dat ik de gelukkige uitverkorene was om wederom als scheidsrechter een geval van broederlijke rivaliteit te beslechten. Ze schreeuwden naar elkaar, “Jij gaat het aan papa vragen.” “Nee, nee! Jij gaat het vragen.” Uiteindelijk nam Ananiel, die toen vijf was, de uitdaging aan en zei, “Ok, ok. Papa, het is toch waar dat G´d  een jongen is? Ne'ema en Leyadya, respectievelijk acht en negen jaar, hadden tranen in hun ogen. Ik kon ze stil horen pleiten “alsjeblieft niet, alsjeblieft niet. Zeg ons dat het niet waar is. Het is al erg genoeg dat onze broer een jongen is. G´d is zeker echt een meisje.” Ik zei tegen ze, “G`d is geen jongen en geen meisje. G`d staat daarboven. Misschien spreken we over G´d alsof hij een jongen is. Maar dat bedoelen we niet echt letterlijk.” Ze keken me verward en geschokt aan. Er was een vreemde stilte en plots barste mijn zoon uit, “Je hebt het verkeerd! Hij is een jongen.” En hij stampte de kamer uit.

Jammer genoeg geloven vele volwassenen dat G´d mannelijk is. Zo op het eerste gezicht als je een blik in het boek Genesis werpt, lijkt het erop dat de Tora het ermee eens zou zijn. Het hele boek door wordt hij aangeduid als “Hij.” Alhoewel in veel Joodse tradities G´d omschreven wordt als vader en koning, zijn er ook verwijzingen naar G´d als “Zij”, moeder of koningin.

Nochtans begrijpt iedereen met kennis van zaken dat dit allemaal heilige poëzie is. Alles wat we over G´d zeggen kan niet letterlijk genomen worden.

Volgens de Kabbala staat G´d boven beschrijvingen die beperkend zijn en gebruik maken van simpele logische hokjes van “het één of het ander.”

Laat ons nu de vrouwelijke en mannelijke aspecten van G´d onderzoeken.

De meeste mensen denken dat G´d oneindig is. Maar dat is niet juist. Oneindig is iets dat steeds maar door gaat in de ruimte. Nochthans schiep G´d de ruimte en daarom is Hij niet gebonden aan de wetten en beperkingen van ruimte. Als we G´d omschrijven als oneindig, bedoelen we daar in werkelijkheid mee dat G´d plaatsloos is. Oneindig is het tegenovergestelde van eindig, terwijl plaatsloos “vrij van de beperkingen van de ruimte” betekent. Die Ene die plaatsloos is, is vrij om tegelijkertijd zowel buiten de ruimte te zijn als in de ruimte. Daarom staat G´d buiten deze eindige wereld en toch bestaat Hij volledig in elke centimeter van de aarde.

De meeste mensen denken dat G´d eeuwig is. Maar dat is niet juist. Eeuwig is datgene dat altijd maar door gaat in de tijd. Maar G´d schiep de tijd en daarom is Hij niet gebonden aan de beperkingen van tijd. Als we G´d beschrijven als eeuwig, dan bedoelen we daar in werkelijkheid mee dat G´d tijdloos is. Eeuwig is het tegenovergestelde van tijdelijk, terwijl tijdloos “vrij van de beperkingen van tijd” betekent. Die Ene die tijdloos is, is vrij om tezelfdertijd zowel buiten de tijd als binnen de tijd te zijn. Daarom is G´d zowel buiten de tijd als in elk moment, dat Hij volledig vult met Zijn hele aanwezigheid.  

En wanneer we zeggen dat G´d één is, bedoelen we in werkelijkheid dat G´d niet tweeledig is. Eén is beperkend; het is het tegenovergestelde van veel. Maar niet-tweeledig is vrij van de beperkingen van één of vele. Niet-tweeledig is vrij om boven de menigte te staan en in de menigte te zijn. Daarom is G´d boven jou, mij en iedereen in de wereld, maar Hij is ook binnenin ons.

Daarom is G´d volgens de Kabbala vrij om zowel boven de tijd als in elk moment te zijn, boven de ruimte en in iedere centimeter, boven de menigte en in miljarden beperkte menselijke wezens. G´d is vrij om zich voor honderd procent als buitenzintuiglijk  (transcendent) te manifesteren en tegelijkertijd voor honderd procent als immanent. (het woordenboek zegt “inwonend”)

Natuurlijk is dit een tegenstrijdigheid en het is onlogisch. We moeten ons nochtans blijven realizeren dat dit allemaal vanuit ons beperkte standpunt bekeken is. Vanuit G´ds perspectief zijn er geen twee aspecten aan het G´ddelijke. Het is alleen wanneer wij de G´ddelijke waarheid omschrijven met onze beperkte taal, dat er behoefte ontstaat om op deze tegenstrijdige manier te spreken. Zoals een geleerde het uitdrukte: Kabbala is niet de weg naar het paradijs, maar naar paradox.

Metaforisch gezien zouden we kunnen spreken van de twee gezichten van G´d –“het gezicht van transcedentie (buitenzintuiglijkheid) en het gezicht van immanentie.” De Kabbala legt uit dat het gezicht van de G´ddelijke buitenzintuiglijkheid (transcedentie) geïndentificeerd wordt met de mannelijke kracht waar naar verwezen wordt met “De Heilige, gezegend is Hij.” Het gezicht van het G´ddelijk inwonen (immanentie) wordt geïndentificeerd met vrouwelijke kracht en er wordt naar verwezen met de Sjechina – “De G´ddelijke aanwezigheid” of “de Inwonende Geest.”

Daarom is G´d noch mannelijk noch vrouwelijk. G´d staat boven “het één of het ander.” De manifestatie van G´d buiten tijd, ruimte en beperkte wezens wordt omschreven als mannelijk. De manifestatie van G´d binnen de tijd, ruimte en beperkte wezens, wordt omschreven als vrouwelijk.

HIS-TORY OR HER-STORY

Mensen zeggen vaak “Als er werkelijk een G´d is, waarom doet hij dan geen wonderen meer? Ik zou in G´d geloven als ik de zee zag splijten of een ander bovennatuurlijk gebeuren.”

Deze vraag komt van een mannelijke georiënteerdheid op G´d. G´d de wonderdoener is geschiedenis, His-story “Zijn verhaal” maar niet zozeer Her-story “Haar verhaal.” In het verleden deed G´d wonderen om verschrikkelijke tragedies te voorkomen. G´d hief de natuurwetten op om het verhaal te laten doorgaan, anders zou het geeindigd zijn. Maar dit soort van interventie is niet G´ds ideale manier van handelen. G´d doet liever geen wonderen. Hij doet het alleen als er geen andere manier is om het verhaal te laten doorgaan.

Vanwaar die onwil bij G´d om wonderen te doen? Omdat het verhaal van het leven Haar verhaal is. De ster van de show is de ontplooiende manifestatie van G´ds geest in de mensheid. Wonderen verstikken de groei van de uiting van de Sjechina binnen in ons. Het licht van de G´dddelijke immanentie moet uitstralen door onze keuzes, onze toewijding en ons harde werken.

Dit verklaard het vreemde gedrag van de Israëlieten, die gedurende veertig jaar in de woestijn met de betekenis van hun indentiteit worstelden.De woestijn was een wonderbaarlijke plaats voor de Israëlieten. Ze genoten dagelijks van een portie manna, het hemelse brood dat dagelijks uit de hemel viel. Ze dronken ook water dat overvloedig uit een steen vloeide. Gedurende veertig jaar verbleven de Israëlieten in een wonderbaarlijke woestijn waar alles omgekeerd was. Normaal gesproken komt graan uit de grond en water uit de hemel, maar gedurende veertig jaar was het juist het tegenovergestelde.  

In de woestijn leefden de Israëlieten in een G´ddelijke baarmoeder, zoals een feutus in wiens behoeftes volledig voorzien wordt. En toch klaagden en protesteerden ze telkens opnieuw, ondanks alle gemakken. Waarom?

Omdat onder deze wonderbaarlijke omstandigheden hun innerlijke gestalte belemmerd werd met groeien. Het was zoals wanneer jij en ik onder de schaduw van onze ouders zouden leven. Er is een rusteloze energie in ons die eist om bevestigd te worden en tot uitdrukking te komen. Deze energie is de manifestatie van het G´ddelijke in ons dat zich moet ontplooien en naar buiten moet komen. Dit is de reden waarom de wonderbaarlijke woestijn niet het uiteindelijke doel van de Israëlieten was. Het was slechts een deel van hun ontwikkeling en reis.

Hun uiteindelijke bestemming was het Beloofde Land. Het gekke is, dat ze gingen twijvelen op het moment dat ze op het punt stonden om het land binnen te treden. Ze zonden een groep spionnen om het uit te zoeken. De groep kwam terug na een snelle blik en vertelde het volk dat het Beloofde Land zijn inwoners opeet. In andere woorden, het was een plaats dat een boel werk vereist.

Het volk vroeg zich af “Waarom zouden we de comfortabele baarmoeder van G´d, die ons dagelijks omringt met wonderen verlaten? Waarom zouden we deze wonderbaarlijke woestijn verlaten voor een land dat zoveel menselijke inspanning en werk vereist? Wat is er nou zo veelbelovend aan het Beloofte Land?”

Dit was hun dilemma: aan de ene kant wilde de G´ddelijke energie in hun to manifestatie komen door hun keuzes, vastberade inspanning en harde werk. This was their dilemma: On the one hand, the divine spirit within them wanted to become manifest through their choices, determined efforts, and hard work. Daarom hadden ze zo een hekel aan alle cadeautjes in de woestijn. Aan de andere kant was het natuurlijk ook erg fijn om alles op een wonderbaarlijke manier op een zilveren dienblad aangereikt te krijgen en zich te koesteren in het licht van G´d. Waarom zouden ze zich vuil maken aan het werk in deze fisieke wereld, wanneer ze in gelukzaligheid konden blijven genieten van de bovennatuurlijke woestijn? Waarom zouden ze het spirituele leven van de woestijn verlaten en gaan werken?

In wezen vat dit verhaal de ware indentiteitscrisis van de gehele mensheid: “Is G´d in ons of boven ons?” Zijn we deel van Zijn verhaal, getuigen van hoe G´d van boven met zijn vingers knipt en de natuurwetten verbuigt en wonderen veroorzaakt? Of zijn we deel van Haar verhaal en dienen we als voertuig voor de manifestatie van het G´ddelijke aspect van binnen, dat een weg zoekt om tot uitdrukking te komen, door onze worstelingen, onze keuzes en onze inspanning?

En weer is het antwoord ja en ja.

De veertig jaar in de woestijn was een tijd voor de openbaring van het gezicht van G´ds buitenzintuigelijkheid, tonend dat G´d de Kracht is die boven en buiten de wetten en de  beperkingen van de natuur staat. Gedurende die tijd ontwikkelden de Israëlieten een onpijlbaar diep geloof in G´ddelijke transcedentie. G´d manifesteerde zich als de Heilige Gezegend is Hij. En ze begrepen dat zij geen G´d waren. Maar toen kwam de tijd voor de manifestatie van het gezicht van de G´ddelijke immanentie, dat aspect van G´d dat van uit de mensheid tot uitdrukking komt.

Dit zijn de twee gezichten van de enige echte G ´d.

Het probleem met het wonderbaarlijke leven in de woestijn was dat het licht van de G´ddelijk transcedentie overschaduwde het licht van de G´ddelijke immanentie. Maar het gevaar in het beloofde land was dat het licht van de G´ddelijke immanentie, het licht van de G´ddelijke transcedentie kon overschaduwen. In het beloofde land konden de Israëlieten beginnen te geloven dat ze al hun succes aan hun zelf te danken hadden en dat het niets met G´d te maken had.

Het dilemma van de Israëlieten net voordat ze het Beloofde Land zouden binnen gaan, werpt licht op ons eigen dilemma vandaag de dag. Elke dag zijn we getuigen van de ongelovelijke vooruitgang in de wetenschap en de technologie. Wij zelf zijn ook scheppers van werelden. Het lijkt alsof we tot de status van goden gestegen zijn. Laten we deze kracht naar ons hoofd stijgen en ons zo gek maken dat we denken dat we goden zijn die kunnen doen wat we willen? Of zullen we nederig accepteren dat deze krachten geschenken zijn van G´d, tekenen van het groeiende licht van het G´ddelijke binnen in ons?

Misleiden we onszelf en denken we dat het leven ons verhaal is, of zullen we tot het ultieme besef komen dat het werkelijk allemaal Zijn/Haar verhaal is en dat het ons genot is om te dienen?

Rabbi David Aaron
Author of Endless Light, Seeing G-d, The Secret Life of G-d and Inviting G-d In  

Rabbi Arons website: http://www.isralight.org/html/Sparks.htm