Vorige blad

Index Noachidische Geboden

Volgende blad

De zeven Noachidische Geboden

Les 1: Status van de Wet

Blad 6

Doen ze het gewoon omdat ze deze wetten logisch vinden, en uitteraard zijn al deze zeven wetten gewoon logisch te verklaren, dan verdienen ze niet de titel van ‘Vromen onder de volkeren’ en ze verdienen ook geen aandeel in de toekomende wereld. Ze worden zelfs niet beschouwd als de wijzen onder de volkeren.

Ik moet ronduit zeggen dat, toen ik deze regels voor het eerst onder ogen kreeg, ik het er heel erg moeilijk mee had. Ik was toen nog erg jong en dit bleef mij heel lang op mijn maag liggen. Er rezen bij mij vragen zoals: “Wat maakt dat nu uit, tenslotte doen ze het toch. Ze vertonen toch een moraal, een ethiek en een heel erg fatsoenlijke gedragslijn.” Er zijn vele jaren overheen gegaan voordat ik begreep waar het in essentie om ging en hoe erg belangrijk het was om welke reden een Noachied zich hield aan de zeven wetten.

Om dit punt toe te lichten moet ik weer beroep doen op een Midrash uit de mondelinge leer, uit de Talmoed. Daar is overigens een nauw en intiem verband tussen deze Midrash en de vorige Midrash.

Deze Midrash vertelt het volgende verhaal:

Voordat G’d de Tora heeft opgedragen aan het Joodse Volk op de Sinaï, heeft Hij deze eerst aan alle andere volkeren aangeboden.

Hij is eerst naar Ezau gegaan en die heeft meteen geïnformeerd wat voor plichten hem daar opgelegd werden.

Toen zei G’d: “Je mag niet doden.”  Dat vond Ezau onaanvaardbaar. Hij bracht daar nog op in dat de Tora zelf schrijft over hem (Ezau) in verband met de zegen die hij van zijn vader kreeg: “Je zult leven van je zwaard.”

Toen is Hij naar Jismaël gegaan en die heeft ook geïnformeerd. Toen hij te horen kreeg dat de Tora verbiedt te stelen, weigerde hij ook. Hij vond dat hij aan deze eis nooit kon voldoen. Ook beweerde hij het bewijs te leveren uit de Tora zelf dat hij mocht stelen. Daar staat uitdrukkelijk geschreven over Jismaël: “Zijn hand zal gericht zijn tegen iedereen.” Volgens hem was dit bedoeld als toestemming om te stelen.

Toen is Hij verder naar de Amonieten en de Moabieten gegaan en heeft hun antwoord gegeven over het verbod op incest. Ook zij beweerden dat dit verbod niet voor hen gold. Ze verwezen naar het verhaal in de Tora waaruit blijkt dat deze twee volkeren hun ontstaan te danken hebben aan het vergrijp op incest. De twee dochters van Lot kregen ieder een zoon van hun vader. De ene noemde haar zoon Amon en de andere noemde haar zoon Moab. En, vertelt de Midrash, zo is Hij naar alle volkeren toegegaan en ze hebben allemaal geweigerd. Zo gezien gaat het in deze Midrash gewoon om de zeven wetten van de Noachieden. Het is niet zo dat G’d de hele Tora wilde opleggen aan alle volkeren.