Vorige blad

Index Noachidische Geboden

Volgende blad

De zeven Noachidische Geboden

Les 1: Status van de Wet

Blad 10

Alle schepselen zijn voor hun bestaan afhankelijk van elementen van buitenaf.

Alles, wat dan ook, hangt af van de wet van ‘oorzaak en gevolg’ .

Alle schepselen getuigen, op de meest scherpe manier, over het absolute bestaan van Hem. Het feit dat ze er zijn bewijst dat Hij er is.

Precies zoals warm water getuigt dat er vuur is. Want was er geen vuur dan kan het water ook helemaal niet warm zijn.

Regelmatig ervaren we, in de actualiteit, de weerslag van het niet toekennen van de absolute G’ddelijke status, in het bijzonder aan het wetboek en überhaupt algemeen gezien aan het begrip en het principe zelf van de wet.

Bij voorbeeld: In juni 1967, tijdens de zesdaagse oorlog in Israël, is Charles de Gaulle heel erg te keer gegaan tegen Israël. Hij beschuldigde het Israëlische leger van agressie: “Jullie zijn de agressors, de oorlogstokers!”

Hij baseerde deze beschuldiging op het feit dat het Israëlische leger inderdaad het eerst het vuur geopend had. Toen hebben ze De Gaulle een boekje onder zijn neus geduwd dat hij zelf geschreven had, over oorlogswetten en oorlogsregels. Hij zelf schrijft: “als een vijandig leger geconcentreerd en dreigend voor de grens staat, dan is dat een flagrante oorlogsverklaring. Daar mag je zonder meer zo op los schieten.”

En iedereen wist in die tijd dat het leger van Nasser al zes maanden ‘geconcentreerd’ voor de grens stond. Dat was geen geheim. En in die tijd hield Nasser verschrikkelijke toespraken over wat hij van plan was met de bevolking van Israël te doen: “Ze allemaal in de zee gooien.”

Hij stak dat helemaal niet onder stoelen of banken. Zijn bedoeling was het leger op te stoken en ze strijdvaardig te maken. Charles de Gaulle had daar dan ook geen wederantwoord op. Hij was wel moedig en eerlijk en heeft niet ‘rond de pot gedraaid’.

Zijn reactie was: “Quand les intérêts de la nation sont en jeu, il n’y a pas de morale ni d’éthique”!!

Als de belangen van de natie op het spel staan, dan bestaat er geen moraal en geen ethiek.

Dit verhaal bewijst en bevestigt het principe dat wij vanavond gepoogd hebben uiteen te zetten. Het is des temeer doorslaggevend omdat een president van een democratisch bewind het gedurfd heeft om zich op deze manier uit te drukken.

Het bewijst op de meest scherpe manier dat het echte en ware geloof in G’d, indien echt en eerlijk bedoeld, te zoeken en te vinden is in de G’ddelijke status, die men aan het wetboek toekent.