Vorige blad

Index Noachidische Geboden

Volgende blad

De zeven Noachidische Geboden

Les 2: Het verbod op afgoderij

Blad 11

In onze hypermoderne samenleving leeft bij de meeste mensen de gedachte dat het heidendom afgedaan heeft en dat het tot het verleden behoort.

Op grote schaal is men er van overtuigd dat afgoderij alleen nog maar voorkomt bij zekere primitieve onderontwikkelde stammen en volkeren. Men denkt daarbij aan Centraal Afrika, Centraal Australië en eventueel aan enkele Oost-Aziatische gebieden.

Niemand komt op de gedachte om het in gebieden te zoeken die algemeen bekend zijn als de beschaafde wereld.

Dit is een grote vergissing en toe te schrijven aan de bewuste -of meestal onbewuste- onwetendheid die de meeste mensen ten toon spreiden in verband met de definitie van het begrip afgoderij en heidendom.

Volgens de profeten, die het begrip heidendom op de meest uitvoerige manier toelichten, is de situatie ook in de moderne wereld helemaal niet veranderd. Eerder het tegenover-gestelde is waar, de heidense mentaliteit is niet veranderd.

De ‘beschaafde’ wereld ligt helemaal verzonken in het heidendom en dit op de verschrikkelijkste manier. Voor de meeste mensen is de toestand nog veel erger, want ze ontkennen iedere vorm van G’ddelijkheid en, in sommige groepen, ook iedere vorm van geestelijkheid.

Deze mensen beweren: alles is materie en schrijven daar dan ook een absolute waarde en eigen bestaan aan toe. Ze noemen zich atheïsten of materialisten.

De heidenen destijds geloofden tenminste nog in een G’ddelijke kracht en in het algemeen geloofden ze daarnaast ook nog in de Schepper van Hemel en aarde.

In deze les willen we proberen om aan de hand van de bronnen uit de Tora en uit de Profeten het begrip heidendom en afgoderij duidelijk te maken.

Het is een feit, dat de strijd tegen afgoderij het ‘leitmotiv’ van de Tora en ook van de 24 boeken van de Profeten is en blijft en dat niet zonder reden.

De bronnen om dit te kunnen aantonen zijn gewoonweg ontelbaar en daar zullen we ons hier nu niet mee bezig houden.

De bedoeling is om de bronnen te vermelden die duidelijk toelichten wat met afgoderij bedoeld wordt.

In de eerste plaats moet de nadruk gelegd worden op het onderscheid tussen het ritueel en de heidense gedachte.

Het ritueel heeft te maken met de Tempel, het afgodsbeeld, de liturgie en de offers - kortom de eredienst die men wijdt aan een zekere afgod -. Het ritueel als zodanig gebeurt aan de oppervlakte. Het zijn allemaal dingen die voor de ogen van de mensen gebeuren. Iedereen kan het zien. Daartegenover staat de heidense gedachte, het heidense geloof.

Het is inderdaad zo dat men, in ieder geval in het Westen, het ritueel in zekere zin geëlimineerd heeft. Daar bestaan geen tempels, afgodsbeelden of offers meer. Maar de geest van het heidendom is gebleven en dat is eigenlijk het wezen, de ziel zelf van de afgoderij.

Het enige vergrijp waaraan de mens zich op de meest absolute manier schuldig maakt, alleen maar door het heidense idee in zijn stel hersenen, is afgoderij.