Vorige blad

Index Noachidische Geboden

Volgende blad

De zeven Noachidische Geboden

Les 2: Het verbod op afgoderij

Blad 12

Bij de zes andere Noachidische geboden is de mens uitsluitend in overtreding als hij tot actie over gaat. Alleen maar met de gedachte om te stelen of te moorden enz. is men nog niet in overtreding.

Zodra iemand gelooft aan een afgod, of aan het heidense principe, is hij meteen in overtreding.

Zou iemand bij voorbeeld voor getuigen verklaren dat hij in een afgod gelooft, dan is hij direct strafbaar.

De Tora is zeer streng wat dat betreft en schrijft daarvoor de doodstraf voor.

De Tora heeft iedere vorm van afgoderij verboden voor vele redenen, maar in de eerste plaats omdat het de ergste misleiding is.

G’ddelijkheid wordt alleen aan Hem toegeschreven en mag alleen aan Hem toegeschreven worden Die Hemel en aarde geschapen heeft uit het niets. Alleen aan Hem Die op ieder moment en iedere deeltijd van de seconde ervoor zorgt dat dit Heelal en alle schepselen blijven voortbestaan. Aan Hem, voor Wie alle schepselen van het kleinste micro-organisme tot en met het grootste macro-organisme functioneren als instrumenten in Zijn hand. Dit blijkt overduidelijk uit de tekst in het boek Isaï 10:15: zal de bijl zichzelf de roem toe-schrijven die toekomt aan diegene die hem zwaait?”. Zal de zaag zich groot maken over (in opstand komen tegen) diegene die hem hanteert” en beweegt de stok diegene die hem optilt ?” Isaï onderricht eens en voor al dat dit Heelal, in de meest ruime zijn van het woord - zowel de hogere als de lagere werelden - functioneert in handen van de Schepper zoals de bijl in de handen van de houthakker.

Zodra iemand een zelfstandige functie toeschrijft aan wie of wat dan ook, is hij een heiden en vergrijpt hij zich aan afgoderij.

Op die manier is het te begrijpen dat afgoderij en heidendom nog steeds voortleven in onze moderne samenleving.

Het heidendom heeft gewoon van gedaante verwisseld en daarom denken de meeste mensen dat het niet meer bestaat in de moderne wereld.

In de Tora wordt onze verhouding tot de Schepper van A tot Z toegelicht. Er worden vier verschillende situaties naar voren gebracht:

1. het geloof dat het Joodse Volk opgelegd wordt

2. het geloof dat aan alle mensen - de Noachieden - opgelegd wordt

3. het verbod op afgoderij. Dit geldt voor alle mensen, Joden zowel als niet-Joden

4. het verbod om het bestaan zelf van G’d te ontkennen.

Dit laatste verbod is de ergste overtreding i.v.m. het geloof.