Vorige blad

Index Noachidische Geboden

Volgende blad

De zeven Noachidische Geboden

Les 3: De G’ddelijkheid van het Recht

Blad 15

In onze eerste les hebben we de status van de wet behandeld.

We hebben geprobeerd zo duidelijk mogelijk het verschil aan te tonen tussen de wet in het burgerlijk wetboek en diezelfde wet door G’d in de Tora voorgeschreven.

Het burgerlijk wetboek is het product van de mens die juist daardoor heer en meester wordt over het recht.

Dezelfde wet, voorgeschreven in de Tora, staat daar lijnrecht tegenover. Ook de gewone burgerlijke wet krijgt daarin een G’ddelijke status. Daarom zijn de wet en het recht in de Tora heer en meester over de mens op de meest absolute manier. De gewoonste en ele-mentairste menselijke regels krijgen daardoor een objectieve waarde naar het uitdrukke-lijke voorbeeld van de natuurwet.

We hebben de gevolgen van deze twee definities voor de menselijke samenleving behan-deld. Onder andere zou er dan ook geen verschil gemaakt mogen worden tussen het ge-drag van de enkeling en dat van de staat.

In deze les wil ik aantonen dat het niet alleen maar gaat om de status van de wet. Deze status is op zich zelf al een heel erg revolutionair idee waarin G’d direct betrokken wordt bij de intermenselijke verhoudingen op alle gebieden van de maatschappij. Maar in wezen gaat het om veel meer. De gewone menselijke regels zoals eerlijkheid, respect voor de medemens en rechtvaardigheid zijn op zichzelf

G’ddelijk. Het zijn in wezen G’ddelijke principes.

Er bestaat een uiterst intiem verband tussen G’d en die gewone menselijke regels zoals de zeven Noachidische geboden.

In dit verband zou ik naar een tekst willen verwijzen in Deuteronomium 10: 17: “Want de Eeuwige uw G’d, is de G’d over alle G’ddelijke schepselen. Hij is de Heer over alle gezagvoerende schepselen, de Grote, de Machtige en de Ontzagwekkende G’d Die niemand bevoordeelt en geen steekpenningen aanneemt.”

Nu even een kleine toelichting op deze tekst waar de Tora drie verschillende namen gebruikt voor G’d:

het Tetragram, de naam Elokiem en de naam Adon.

De Joden kennen tien namen voor G’d en daarmee worden verschillende G’ddelijke functies bedoeld.

Het Tetragram is eigenlijk een uitzonderlijke vervoeging van het werkwoord ‘zijn’ in alle drie tijden tegelijk.

De bedoeling is: Hij Die was/is/zal zijn tegelijkertijd.

Met andere woorden: Hij de Onbegrensde, Die niet gebonden is aan de begrenzingen van tijd en ruimte. Daarbij wordt met het Tetragram impliciet de functie van G’d bedoeld die met Zijn onbegrensde kracht alles in het ‘zijn’ roept, ‘ex-nihilo’, uit het niets, en alles doet voortbestaan en onderhoudt zolang Hij dat wil.

De naam Elokiem duidt op de functie waarbij Hij wetmatige structuren invoert, zowel in de hogere als in de lagere werelden. Bijv. In onze wereld de natuurwetten en de menselijke wetten zoals het recht.

Het woord Elokiem wordt in de teksten ook gebruikt voor rechters die inderdaad de taak hebben om de rechtspraak te beoefenen.