Vorige blad

Index Noachidische Geboden

Volgende blad

De zeven Noachidische Geboden

Les 3: De Gddelijkheid van het Recht

Blad 19

De ziel, het allereerst e en ook het hoogste geestelijke niveau.

De samensmelting van ziel en lichaam roept een nieuwe situatie in het leven: de synthese tussen twee verschillende, uiteenlopende materialen.

Het is deze synthese die mens genoemd wordt.

De Maharal illustreert dit met het bouwen van een huis waarbij verschillende materialen worden gebruikt: stenen en hout.

Zodra echter het huis klaar is, is er geen sprake meer van stenen en hout, het is gewoon een huis. Het huis vertegenwoordigt de synthese van hout en stenen en dit wordt dan een nieuwe situatie. Als men het huis afbreekt dan komen we weer terecht in de oude situatie van twee verschillende elementen.

Zo verklaart de Maharal de band die de mens met Gd heeft, op drie verschillende niveaus. Iemand die steelt, verbreekt de band met Gd op een zuiver fysiek niveau.

Het recht en ook de rechtspraak is een zuiver geestelijke zaak. Door onrechtvaardig recht te spreken, verbreekt de mens de band met Gd op geestelijk niveau. Met doodslag en moord verbreekt men de band op het niveau van de synthese tussen ziel en lichaam.

Zo geschiedt het ook in zijn relatie met Gd. Met ontucht verbreekt de mens zijn band met Gd op een zuiver fysiek niveau. Want ontucht is een zuiver fysieke zaak en heeft alleen maar een fysieke aanleiding. Met afgoderij verbreekt de mens zijn band met Gd op een zuiver geestelijk niveau. Want afgoderij is het enige vergrijp, dat je met de geest alleen kunt doen. Als iemand plannen maakt om in te breken, of voor getuigen verklaart dat hij van plan is om te stelen, dan is hij nog niet in overtreding. Totdat hij het echt doet!  Maar als iemand voor getuigen verklaart dat hij in de een of andere vorm van afgoderij gelooft, dan is hij meteen strafbaar.

Als iemand Gd vloekt, dan verbreekt hij de band met Gd in zijn synthese als mens. De kracht om te spreken vertegenwoordigt op de meest scherpe manier de synthese tussen lichaam en ziel.

De band met Gd maakt dat de mens de mogelijkheid heeft om goed en rechtschapen te zijn, en dit zowel in verband met Gd als in verband met de medemensen. De mens mag zich niet slecht gedragen, noch tevenover Gd, noch tegenover zijn medemens. Het begrip zonde is in het Hebreeuws vertaald: Cheth en het begrip cheth in het Hebreeuws betekent falen. Als de mens zondigt, dan faalt hij in zijn band met Gd, want de band wordt dan verbroken en dat is een falen. In het verhaal van David en Goliath wordt verteld hoe David haarscherp met zijn slinger op een doel kon mikken, zonder zelfs maar op een haarbreed te missen. Hier wordt ook het woord cheth gebruikt voor falen.

Zo zijn er nog veel meer passages in de Tora waaruit duidelijk blijkt, dat er een nauw verband bestaat tussen zondigen en falen. De moraal van de analyse van de Maharal is, dat ook wanneer iemand zondigt tegen zijn naaste, hij automatisch ook zondigt tegen Gd.