Vorige blad

Index Noachidische Geboden

Volgende blad

De zeven Noachidische Geboden

Les 4: Het Democratisch systeem en de G’ddelijke Waarden.

        Blad 22

We weten dat Napoleon het Consistoire ingevoerd heeft. Alle religieuze instellingen werden staatsinstellingen en op die manier werden ze tegelijkertijd ondergeschikt aan de mens. Ze waanden zich zo de baas over G’d zelf, G’d behoede !

Koning David, in Psalm 1, heeft het over de ideale individuele mens en daarna in Psalm 2 behandelt hij de plichten van de volkeren als staten. Die zijn precies dezelfde als voor de enkeling. Hetgeen de individu niet mag, mag ook de staat niet.

Dit neemt niet weg dat in onze samenleving het principe van de ‘raison d’état’ erkend wordt als de laatste waarheid. Niemand trekt deze schijnwaarheid in twijfel. Ik heb het verhaal verteld over De Gaulle, hoe hij dit openlijk en in het openbaar toegegeven heeft. Hij zei toen dat als het belang van de staat in het gedrang komt en op het spel staat, de moraal en de ethica dan niet meer tellen. Toch is De Gaulle uniek in de geschiedenis. Hij heeft de moed opgebracht om het onomwonden, openhartig toe te geven. Hij heeft niet geprobeerd om het op een diplomatieke manier goed te praten.

Vanavond zou ik het eigenlijk in hoofdzaak willen hebben over zaken die in wezen altijd en overal erkend worden als zijnde G’ddelijke waarden. Want ook over deze zuiver G’ddelijke regels en waarden hebben de mensen zich meester gemaakt zoals we dat hier verderop zullen toelichten. Zo constateren we in de Tora drie geboden, waarbij ons de opdracht gegeven wordt liever te sterven dan ze te overtreden, i.e.:

1. afgoderij

2. ontucht, overspel of incest

3. doodslag.

Wordt iemand bijv. tot afgoderij, ontucht, overspel of moord gedwongen onder bedreiging van zijn leven, dan moet hij zijn leven geven en geen overtreding begaan.

Afgoderij hebben we in les 2 behandeld. We hebben ook de mentaliteit van de heidenen behandeld. We hebben gepoogd duidelijk te maken met teksten uit de profeten hoe erg de moderne samenleving verzonken is in afgoderij. Het gebeurt in onze tijd op een gecamoufleerde manier. Ik zou willen zeggen ‘pijnloos’,  zonder argwaan, zonder dat de mensen het beseffen. Dat maakt de zaak in zekere zin veel erger en veel gevaarlijker want de meeste mensen weten helemaal niet waar ze mee bezig zijn.

De Profeet Isaï definieert de mentaliteit van de heidenen in hoofdstuk 2: 8: “Zij buigen voor het product van hun handen.” Ook in hoofdstuk 44: 9-17 brengt de profeet deze mentaliteit erg scherp en uitvoerig naar voren. Hij vertelt in detail hoe het afgodsbeeld gemaakt wordt en als het ‘product’ klaar is, dan gaat de producent er voor knielen. Ze knielen voor hun handwerk. Dit principe leeft nog tot in onze zogenoemde moderne samenleving.