Vorige blad

Index Noachidische Geboden

Volgende blad

De zeven Noachidische Geboden

Les 4: Het Democratisch systeem en de G’ddelijke Waarden.

        Blad 25

De mens heeft zich op die manier ook op dat zuiver G’ddelijke gebied het allerhoogste, opperste gezag toegeëigend. Dit is een brutaliteit en wekt de verschrikkelijkste vormen van wreedheid in de hand. Het is een verschrikkelijke wreedheid om het leven van een mens te onderbreken, op welke manier dan ook. Het is een meest misdadige wreedheid als deze moordpraktijken nog op de koop toe gelegaliseerd worden. En wat het nog meer crimineel maakt en het toppunt is van hypocrisie, is dat het allemaal voorgespiegeld wordt als liefdadigheid, vrijheid en rechten. Het meest paradoxale (schijnbaar paradoxale) van de zaak is dat het juist de democratie is die al deze afschuwelijke wreedheden ingevoerd heeft. Het doet me denken aan iemand die een etiketje met het opschrift ‘limonade’ plakt op een fles gevuld met zwavelzuur. Hij mengt dan de inhoud van de fles met een grote hoeveelheid honing om het aantrekkelijk te maken!

Dit is overigens ook de ergste en meest verschrikkelijke degradatie en vernedering van de mens. Men doet zaken met het lichaam van de mens en met zijn organen. Het lichaam is vernederd tot de status van materiële goederen die verhandeld kunnen worden net zoals alle andere commerciële transacties.

Persoonlijk zie ik de situatie nu veel erger in dan in de tijd van het slavernij, want de mensen zien het niet. Ze worden met dit soort schijnwaarheden opgevoed en grootgebracht. In de allereerste plaats erkent men het menselijke gezag, de staat, als het allerhoogste gezag.

Daarna vangt men de mensen door tegen hen te zeggen, dat ze heer en meester zijn over hun lichaam. Dat horen ze graag, want dat vleit hun hoogmoed. De slaven wisten en beseften dat ze verdrukt en uitgebuit werden.  Ze ondervonden de pijn en het leed fysiek, in hun lichaam.

Nu moeten de mensen nadenken en hun verstand gebruiken, want het gaat om de ziel en dat merken ze niet. De grote meerderheid van de mensen accepteert deze dingen als een vanzelfsprekende en logische zaak en niemand verzet zich daartegen. Ze vinden het nog  fijn ook.

De bron van dit euvel ligt in, en begint met, het zich toe eigenen van het recht. Daar begint het mee en dat is het uitgangspunt van alle kwalen die het mensdom nu treffen.

Onze leermeester Moshe waarschuwt het Joodse Volk tegen dit verschrikkelijke virus. In het vijfde boek van de Tora, hoofdstuk 8 - Deuteronomium - is het hele hoofdstuk één en al waarschuwing over dit punt.

Het Joodse Volk stond toen op het punt om de Jordaan over te steken. In die tijd

zegt Moshe tegen het Volk: “Vergeten jullie nooit hetgeen jullie hier in de woestijn ervaren hebben. Hier hebben jullie alles direct van Hem gekregen: het manna - het voedsel - hebben jullie uit de hemel gekregen.