Vorige blad

Index Noachidische Geboden

Volgende blad

De zeven Noachidische Geboden

Les 5: De eerlijkheid van de mens.

        Blad 31

De Talmoed vertelt: “Hetgeen waar is houdt stand en zet door, hetgeen niet waar is moet verdwijnen en kan zich uiteindelijk niet handhaven.”

Zo is ook het kruisen of steriliseren van dieren Noachieden verboden. Hij, de Schepper, heeft aan de mens eigendomsrecht toegekend over de dieren. Ook heeft Hij toegestaan dat men het dier mag slachten en eten. Ook alle fysieke materie van het dier mag de mens zich eigen maken voor gebruik. Maar Hij heeft wel wreedheid jegens dieren verboden en dat op de meest absolute manier.

Zo is het ook verboden te manipuleren met het soort. Het soort is een zuiver G’ddelijke zaak en dat geldt ook voor de plantenwereld. Het is ook verboden planten en bomen te kruisen of te enten. Nachmanides licht dit verbod toe op de volgende manier: “Alles wat eeuwig is, is G’ddelijk en daar hebben mensen geen recht of gezag over. Het individu vergaat, maar het soort blijft eeuwig voortbestaan en daarom is het soort, op wat voor gebied dan ook - planten, dieren of mensen - een zuiver G’ddelijke zaak. Daarom is het mensen verboden om met het soort te manipuleren. De Profeet Isaï vertelt ons over de eeuwigheid van de Schepper: “Hij wordt nooit moe.”

Ook Zijn woord is eeuwig en verandert nooit en zo is het ook met het soort. Al het aardse is begrensd en vergaat en alles wat vergaat is niet G’ddelijk. In het scheppingsverhaal wordt verteld dat Hij opdracht heeft gegeven dat de aarde planten, kruiden en bomen die vruchten dragen, zal voortbrengen. De planten en de vruchten zullen hun zaad dragen naar hun soort voor de voortplanting. Ditzelfde geldt ook voor de dieren en voor de mensen.

Via de voortplanting stroomt het leven eeuwig door het soort en het eeuwigheidsprincipe is zuiver G’ddelijk.

Zo verklaart Koning David in Psalm 19: “De Hemel (lichamen) zingen de eer van G’d omdat hun omwenteling altijd geschiedt op hetzelfde ritme. Het perpetuum mobile van de hemellichamen, hun eeuwig draaiende beweging op dezelfde snelheid, bewijst dat dit geen natuurkracht is. Een beweging die nooit vertraagt, die nooit ‘moe’ wordt, is toe te schrijven aan de directe G’ddelijke kracht. Deze beweging bewijst Zijn ingrijpen omdat de Eeuwigheid een zuiver G’ddelijke zaak is. Nachmanides bevestigt overigens dat mensen geen nieuw soort kunnen verwekken. Om bijv. muilezels te verwekken, wordt een paard met een ezel gekruist, maar de muilezel zelf is steriel en werpt geen vrucht af.

Ook op dat gebied merken we hoe nauw het G’ddelijke betrokken is bij het aardse gebeuren op alle niveaus.

Er zijn G’ddelijke waarden die helemaal niet rationeel zijn, want Hij is onbegrensd en daarom zijn Zijn regels ook niet vatbaar voor het menselijk verstand.

Deze irrationele G’ddelijke waarden en regels heeft Hij het Joodse Volk opgelegd. Aan de Bne Noach heeft Hij rationele, voor het verstand vatbare, regels opgelegd.

Juist omdat de zeven Noachidische wetten logisch zijn wordt van alle volkeren verwacht, dat ze deze regels zullen accepteren en respecteren. Alles wat daarvoor nodig is, is gewoon eerlijkheid, intellectuele eerlijkheid.