Index

 

Levende Orgaan Donatie

Door Daniël Eisenberg, M.D.

Staat de Joodse wet de donatie van een nier toe? En hoe zit dat met verkopen?

Het orgaan-tekort

Er is een ernstig tekort aan organen voor tranplantatie over de hele wereld, zelfs in de meest ontwikkelde landen. Volgens de Nederlandse Transplantatiestichting wachtten er eind 2005 1426 mensen in Nederland op een donororgaan.

Hoewel aan de ene kant orgaantransplantatie aan diegenen, wier aangeboren organen tekortschieten, een nieuw leven biedt, heeft het aan de andere kant duizende ethische vragen opgeroepen. Hoewel het pro-bleem verschillend is voor donatie bij leven en na de dood, hebben alle vragen over orgaantransplan-tatie drie ethische problemen gemeen, die moeten worden verhelderd: die welke betrekking hebben op de donor, de ontvanger en de samenleving in het algemeen.

De Donor

Daar onze discussie zich concentreert op donors die in leven zijn, zijn problemen als schennis van het dode lichaam en uitstel van de begrafenis niet aan de orde. De problemen die wel opkomen zijn: mag de donor zichzelf verwonden bij het doneren van een orgaan, en of de operatie, waarbij het orgaan wordt weggehaald, voldoende veilig is. In de meeste gevallen zal het verbod op het zichzelf een wond toe brengen, worden ver­drongen door andere overwegingen, zoals medische noodzakelijkheid, of, zoals in ons geval, het redden van een ander leven.

De consensus van moderne poskiem[1] (rabbinale wettelijke beslissers) is dat men een klein risico mag onder­gaan om iemand anders van een zekere dood te redden. Niettemin mag men nimmer iemand dwingen of moreel verplichten om een orgaan te doneren, zelfs niet om het leven van een ander te redden. Bovendien mag men niet zijn eigen gezondheid significant in de waagschaal leggen om het leven van een ander te red­den, en wie zoiets toch doet, wordt een „vrome dwaas” genoemd.[2]

Nierdonatie

Ten aanzien van nierdonatie is de vraag of de operatie een significant risico voor de donor oplevert en of het leven met één nier een acceptabel risico is.

Rabbijn Moshe Feinstein zts”l,[3] één van de meest vooraanstaande Rabbijnse autoriteiten,[4] stond de donatie van een nier aan een heel erg ziek persoon toe, en beschouwde dat als een vroom gebaar, maar hij vond het geen vereiste.

Rav Shlomo Zalman Auerbach zts”l, de meest prominente poseek [beslisser over Joodse wetten] in Israël gedurende de tweede helft van de 20e eeuw, besliste dat „wanneer de ernstig zieke patient aanwezig is (en aan de donor bekend is), dat het dan zeker is toegestaan voor iemand om zelfs veel lijden te ondergaan, door bijvoorbeeld zijn nier te schenken, om daarmee het leven van de patient te redden.”[5]

Rav Josef Shalom Elyashiv sjlita, een leidende poseek in het hedendaagse Israël, paskent [beslist] ook dat niertrans­plantatie van een levende donor is toegestaan, en goed is, hoewel niet verplicht. Rav Elyashiv werd persoonlijk betrok­ken bij een geval van een bekend Knesset-lid Rabbijn Awraham Ravitz, die een niertrans­plantatie nodig had. De 12 kinderen van Rabbijn Ravitz streden met elkaar over de vraag wie het voorrecht had om de nier te mogen geven aan hun vader. Ten slotte werd de keuze, met behulp van Rav Eliashiv, be­perkt tot twee zonen, en de uiteindelijk beslissing werd gemaakt door middel van het lot.[6]

Dr. Avraham Steinberg, auteur van de Encyclopedia of Jewish Medical Ethics, vat de vier vereisten voor ethische orgaantransplantatie als volgt samen:[7]

1. De operatie voor de verwijdering van het orgaan mag niet gevaarlijk zijn;

2. De donor moet in staat zijn om zijn leven op de normale wijze voort te zetten na de donatie;

3. De donor moet geen langdurige of chronische medische behandeling nodig hebben;

4. De kans op succes voor de ontvanger van het orgaan moet hoog zijn.

Sommige poskiem hebben geaarzeld om hun toestemming te geven voor levende orgaantransplan-tatie, uit bezorgdheid dat het risico te groot is voor de donor. Nu echter het risico voor complicaties sterk vermin-derd is, staan zelfs deze poskiem waarschijnlijk levende niertransplantaties toe. Uit zorgvuldigheid bren-gen wij hier de paar voorzichtige meningen:

Rabbijn Jitschak Weiss[8] was zeer bezorgd over het gevaar dat verbonden was met de operatie van de donor en het risico van het leven met één nier. Het gevolg was, dat hij geneigd was een dergelijke transplantatie te verbieden, maar hij suggereerde dat niertransplantatie toegestaan kan zijn, wanneer het zeker is, dat de donor daarmee het leven van de ontvanger redt. Maar zelfs in dat geval bleef hij behoedzaam.

Rabbijn Eliëzer Jehoeda Waldenberg[9] aarzelt ook om levende orgaantransplantatie toe te staan, maar hij schrijft dat, hoewel het geen mitswa is, als de specialisten er zeker van zijn dat er geen gevaar bestaat voor de donor, dat hij dan een nier mag geven aan een zeer ernstig zieke patient. Dr Avraham Steinberg schrijft dat de mening van Rav Waldenberg zeker niet betekent „dat er geen kans op schade bestaat”, maar dat „er een goede mogelijkheid bestaat dat er geen schade geleden zal worden.”[10]

Rabbijn Ovadiah Yosef evolueert de bezwaren van zowel Rabbijn Weiss als Rabbijn Waldenberg, maar beweert dat aangezien het werkelijke risico van een nier-donatie nu zo klein is, het een grote mitswa is om een nier te geven.[11] Hij suggereert zelfs de mogelijkheid dat de donatie van een nier om iemands leven te redden mogelijk een Tora-gebod is, namelijk: „Je zult er niet werkloos bijstaan, als het bloed van je naaste verspild wordt.”[12] Rabbijn Josef eindigt zijn responsa met de woorden: „Het blijkt dus, dat de standaard regel is, dat het is toegestaan en dat het ook een mitswa is om een van zijn nieren te geven, ten einde een leven van een mede-Jood, die aan een ernstige nierfunctie-storing lijdt, te red-den.[13]

Donatie van bloed en beenmerg

Donaties van bloed en beenmerg zijn veel gemakkelijker halachisch te rechtvaardigen. Bloed en been-merg worden snel weer vernieuwd, en hoewel het donatie-proces soms wat pijnlijk is voor een been-merg-transplantatie (die soms algehele anesthesie vereist), zijn beide vormen van donatie zeer veilig en er bestaat minimaal risico voor de donor. Om deze reden worden deze soorten van levende transplan-taties door iedereen toegestaan.

Rabbijn Shlomo Zalman Auerbach meende dat het een mitswa is om beenmerg te geven om een Joods leven te redden.[14] Zowel Rav Auerbach als Rav Moshe Feinstein paskenden dat het is toegestaan bloed te doneren aan een bloedbank, zelfs al weet men daarbij niet, of het een leven zal redden.[15] Het is inte-ressant dat Rav Auerbach zegt dat een competente minderjarige erin mag toestemmen beenberg te doneren en dat de ouders van een incompetente minderjarige dat voor hem mogen beslissen.[16]

Daarentegen zijn de donaties van andere organen, die een hogere graad van risico met zich meebrengen (zoals leverlobben en longlobben) moeilijker te rechtvaardigen.

(Wordt vervolgd)


[1] Responsa Igrot Moshe, Yore Deah II, 174:4.

[2] Responsa Radvaz, deel 3:627 (1052).

[3] Responsa Igrot Moshe, Yore Deah II, 174:4.

[4]   Zie Herschler, Rabbi Moshe, „Where Organ Donors are considered Mentally Incompetent by the Halacha,” Halacha OeRefoeah, deel 2:122-128, Regensberg Institute, 198; Zilberstein, Rabbi Yitzchak, “May Parents Give Permission to Donate the Kidney of a Child to a Sibling,” Halacha Urefuah, vol. 4:156-57, Regensberg Institute, 1985; Halevi, Rabbi Chaim Dovid. “Donating Organs from Living Donors and Cadavers in Jewish Law,” Assia vol.4:251-259, Machon Schlesinger, 1983.

[5] Nishmat Awraham, ibid.

[6] Persoonlijk gesprek met Dr. Avraham Steinberg. Rav Elyashiv baseerde zich o.a. op de uitspraken van de Gaon van Wilna, een tra­ditioneel middel om gecompliceerde problemen op te lossen.

Zie ook het Sha’arei Tsedek Medical Center website, http://www.szmc.org.il/index.asp?id=110&top=2&page_id=985.

[7]  Steinberg, Dr. Awraham. Encyclopedia  of Jewish Medical ethics; pp. 1095; Feldheim, New York, 2003.

[8]  Responsa Minchat Jitschak 6:103.

[9]  Responsa Tzitz Eliëzer X, 25:7.

[10]  Avraham, Dr. Avraham. Nishmat Avraham, Yoreh Deah P. 347 (Engelse versie).

 [11]  Het risico van mortaliteit voor levende niertransplantatie is wordt nu geschat op 0,03% [3 op de 10.000] met een lage graad van ernstige complicaties. Zie Surman, O.S.: „Perspective: The ethics of Partial-Liver Donation,” New England Journal of Medicin, 346: 1038 (Nummer 14, 4 april 2002).

[12]  Leviticus 19:16.

[13]  Responsa Jechava Da’at III:84.

[14]  Avraham, Dr. Avraham. Nishmat Avraham, Yore Deah (deel 2) p. 346 (Engelse vesie).

[15]  Responsa Igrot Moshe, Chosjen Misjpat 1:103.

[16]  Zie Ecyclopedia of Jewish Medical Ethics, blz. 1096 voor een volledige discussie over bloed en beenmerg donatie.