Index Jodendom in de moderne samenleving

Home


 

De betekenis van Techelet
Dr. Baruch Sterman

Techelet, de antieke bijbelse blauwe kleurstof die de mantels van koningen, priesters en eenvoudige Joden versierden, raakte bijna 1300 jaar geleden verloren voor de wereld. Recente vooruitgang op het terrein van de archeologie, marine biologie en chemie, samen met intensief van historische en talmoed-bronnen hebben de bron van de kleurstof geïdentificeerd als de slak Murex trunculus. De mitswa (Gebod) om een draad techelet te dragen wordt weer opnieuw vervuld door Joden.

Dit artikel verhaalt over de herontdekking van techelet en onderzoekt de betekenis van de  van techelet in tsietsiet (rituele franjes), het doel en de betekenis ervan, volgens ver­schillende commentatoren en geleerden.    

Baruch Sterman werd geboren en groeide op in New Jersey. Hij studeerde aan Jesjivat Har Etsion, voltooide zijn studie in fysica aan de Yeshiva University, en behaalde het doctoraal diploma als electrisch ingineur aan de Columbia University. Hij maakte alia [emigreerde naar Israël] in 1987 en behaalde daar een Doctoraat in fysica aan de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem. Hij, zijn vrouw Judy, en hun vijf kinderen wonen in Efrat.

Dr. Sterman heeft een aantal patenten in laserontwerp op zijn naam staan en heeft uitgebreid ge­publiceerd op het gebied van laser fysica. Hij heeft ook artikelen gepubliceerd over onderwerpen die verband houden met godsdienst en wetenschap.

In 1991 richtte Dr. Sterman de P'Til Techelet Association op, samen met Rabbi Eliyahu Tauger, Joel Guberman, en Ari Greenspan. De organisatie kocht techelet kleurstof van de Murex trunculus slak en bevorderde research en andere activiteiten die verband houden met techelet.  

Achtergrond

In vroeger tijden was de kuststreek van noord Israël en Libanon bekend voor zijn kleurstoffen. De namen Kana’an en Phoenicië komen uit de wereld van handelaren in kleurstoffen van schaaldieren.[1]  De Midrasj (verklarende literatuur op de Bijbel) merkt op dat toen Jacob zijn zonen zei geschenken mee te nemen voor de onderkoning van Egypte „van het beste van het land” (Genesis 43:11) hij het o.a. had over de cchilazon, de uit het zeediertje afkomstige blauwe kleurstof techelet.[2]   In de hele antieke wereld werden de mantels van koningen, prinsen en priesters versierd met het koninklijke blauw en het Tyrische, het „karmozijn rood” (techelet en argaman). Ook in Israël werd techelet gebruikt voor de kleren van de Hoge Priester en in de kleren, gordijnen en de bedekkingen van het Misjkan (het heiligdom in de woestijn). Iedere Joodse man had een draad van techelet door de vier hoeken van zijn kleding, om hem te herinneren aan zijn status en verantwoordelijkheden.

De blauwe en purpere kleurstoffen, verkregen uit de klieren van slakjes, die gevonden werden in het Middenlandse Zeegebied waren de meest kostbare handelswaar in de. Wol dat met techelet geverfd was, was twintig maal zijn gewicht in goud waard,[3]  en er werden oorlogen gevoerd om vast te stellen wie de controle had over deze lucratieve handel. Veroveraars van Israël, van Sisera tot Nebuchadnetsar, van de Perzen tot de Romeinen, trachtten de handel in de kleurstof te beheersen. In de vierde eeuw na het begin van de Gewone Jaartelling [ndGJ] werd de privé handel in techelet en zelfs het dragen ervan beschouwd als een misdaad waarop de doodstraf stond.[4] 

Joden gingen door met het dragen van techelet tegen hoge kosten en zelfopoffering. De Talmoed vertelt over de gevaren van de handel in techelet in verhaal over de twee studenten die gepakt werden bij de adelaar (het symbool voor Rome) toen zij techelet smokkelden en op wonderbaarlijke wijze aan de dood ontsnapten.[5]  De prijs van techelet was prohibitief, en het was zó schaars dat de Talmoed sympathiek stond tegenover iemand die het niet kon verkrijgen; „De straf voor [het niet dragen] van wit [witte tsietsiet] is groter dan de straf voor het niet dragen van techelet."[6] 

Techelet werd aan het eind van de zesde eeuw ndGJ nog steeds van Israël naar Babylonië, [7]  maar tegen het midden van de achtste eeuw jammert de Midrasj: „en nu hebben we geen techelet meer, maar alleen nog maar wit, want techelet is verborgen."[8]   Het verlies van de techelet in de zevende eeuw viel samen met een enorme opleving van de joodse gemeenscahp Israël in die tijd. De Arabische verovering in 638 eindigde een oorlog die twintig jaar de regio geteisterd had, en gedurende welke tijd de joden massaal ver­moord werden door de verschillende partijen. De Geoniem [de geleerden uit de tijd na de afsluiting van de Talmoed], durfden zich in feite niet meer te verlaten op de gewoonten van de Joden in Erets Jisraël, omdat hun mishandelde ge­schiedenis niet betrouwbaar meer was voor de overlevering van de traditie. Het is dus geen verrassing dat de traditie en geheimen van de techelet kleurstof de onrust van die periode niet heb­ben overleefd. Niet alleen was de Joodse kleurstofindus­trie vernietigd, maar de associatie van de slak-kleurstof industrie met de Ro­mein­se bezetting gaf politieke betekenis aan de uitroeiing ervan door de in­val­lende Arabische legers. Binnen een paar eeuwen was het ambacht van de pro­ductie van kleurstoffen uit slakken voor de hele westerse wereld verloren gegaan.

Beschrijvingen van Techelet en de Chilazon

Joodse bronnen hebben een traditie onthouden, dat de bron van het techelet de chilazon is. Hoewel er enige verwarring bestaat over de exacte tint van de verfstof,[9]  verdient het charmante, indien niet over­tuigende bewijs van één autoriteit vermeld te worden: „De eenvoudige traditie in heel Israël is be­waard gebleven in alle mondelingen en geschreven interpretaties in de lessen aan schoolkinderen: ...techelet … is hemelsblauw.”[10]  Deze identificatie kan op een zorgvuldigere wijze worden weer­gegeven. De Talmoed vertelt op talrijke plaatsen dat techelet de kleur van de hemel (of de zee) heeft.[11]  De Septuaginta, de oudst bekende vertaling van de Torah, geeft techelet weer als iakinthos - blauw. De Babylonische geleerde Sa’adia (geboren in 882 ndGJ) vertaalt het als asma'ngon (als de kleur van de heldere hemel)[12] , en Maimonides (geboren in 1135) zegt: "Het is de kleur van de hemel, zoals die te zien is in de omgeving van de zon.”[13] 

De Talmoed vermeldt dat tengevolge de extreme schaarsheid van techelet, hebzuchtige individuën een valse kleurstof fabriceerden: kala ilan, die verkregen wordt uit een veel goedkopere plantaar­dige bron. Deze frauduleeuze  imitatie geeft de meest directe demonstratie van de kleur van techelet. De Talmoed zegt dat het absoluut onmogelijk was verschil te zien tussen het echte techelet en kala ilan[14]  - dat consequent geïdentificeerd werd als indigo[15] - de kleur van de heldere hemel.

Misschien de meest belangrijke karakteristiek van de techelet kleurstof was dat het kleurvast was. Maimonides schrijft dat „de kleurstof bekend staat om zijn kleurvaste schoonheid, die niet verandert.”[16] 

De Joodse traditie beschrijft ook de bron van de techelet: een organisme uit de zee, chilazon ge­noemd. Men moet oppassen dat men niet  „alle referenties aan de chilazon exclusief toe­past op de techelet chilazon."[17]  Inderdaad, wordt het woord chilazon in modern Hebreeuws ge­bruikt voor allerlei soorten slakken, zowel land- als zeesoorten. Niettemin kan een betrouwbaar portret van de techelet-producerende chilazon worden getekend.

De chilazon werd gevonden langs de noordelijke kust van Israël,[18]  het had een schaal,[19]  en de kleurstof moest er uitgehaald worden terwijl het nog leefde.[20]   Zijn kleur was gelijk aan die van de zee,[21]  het „kwam periodiek op”,[22]   en zijn voortplanting was gelijk aan die van een vis.[23]  Een belangrijke bron citeert de Jeruzalem Talmoed, waar techelet vertaald wordt met het woord porfiron,[24] de Griekse en Latijnse naam voor slakken van het geslacht Murex.

Antieke seculiere geleerden schrijven uitgebreid over purperen en blauwe kleurstoffen. Pliny[25]  en Aristoteles[26]  beschrijven de slakken, hoe en waar ze werden gevonden en hoe de kleurstof eruit werd gehaald. Vitruvius vertelt dat er een verband bestaat tussen de verschillende kleuren (purper en blauw) die verkregen kunnen worden uit de slakken onder verschillende graden zonlicht waaraan zij wor­den blootgesteld. „Want het levert overal dezelfde kleur op, maar het wordt gemodificeerd door de stand van de zon.... Wanneer we gaan tussen het noorden en het zuiden, wordt het lood-blauw.”[27]  Geleerden hebben deze schelpdieren met zekerheid geïdentificeerd (purpurae en bucinae in Pliny's terminolo­gie) met de weekdieren Murex trunculus, Murex brenaris, en Thais haemastoma.

De speurtocht naar Techelet

In het midden van de negentiende eeuw begon het onderwerp van techelet opnieuw naar boven te komen onder Joodse schrijvers. (Opgemerkt dient te worden dat het seculiere onderzoek naar dit onderwerp nog onbekend was bij de rabbijnse gemeenschap.) Samen met de vernieuwde Messiaanse interesse en problemen betreffende de herbouw van de Tempel, werd het probleem van hoe de kleren van de priesters gemaakt konden worden zonder techelet manifest. Rabbijn Baruch Isaac Lipshuets suggereert dat voor de priester­kleren techelet van de authentieke chilazon niet essentiëel was, maar dat iedere kleurstof met de juiste kleur en pemanente kwaliteit als techelet beschouwd kon worden.[28]   De grote chassidische Rebbe, Rabbijn Gershon Henoch Leiner uit Radzyn, accepteerde deze mening niet, en, geconfronteerd met het obstakel, dat de afwezigheid van techelet voor de herbouw van de Tempel vormde, nam het op zich om de sinds lang verloren chilazon terug te vinden. Rabbijn Leiner schreef een korte monografie, Sfuney Tmuney Hol, waarin hij zijn plannen uiteenzette en hij opende er een algemene inleidende discussie in over onder­werpen betreffende de chilazon. Hij had gehoord dat de beschrijving van het dier paste bij een bepaald type  inktvis, Sepia officinalis, en hij ging op weg naar het grote aquarium in Napels om de zaak nader te bestu­deren. Hij raakte ervan overtuigd dat sepia inderdaad geïdentificeerd kon worden met de bron van techelet, maar hij was niet in staat de kleurstof van de zwarte vloeistof van de inktvis te scheiden. Herzog suggereert dat de Radzyner Rebbe plaatselijke scheikundigen raadpleegde, die hem toonden hoe de zwarte inkt te verande­ren was in blauw. Met dit recept in de hand keerde Rabbi Leiner terug naar Radzyn, opende een kleurstoffen fabriek, en binnen een jaar droegen 10.000 van zijn volgelingen blauwe draden aan hun kleren.

De nieuwe techelet werd niet algemeen geaccepteerd door de rabbijnse wereld. De Radzyner rebbe schreef er nog twee boeken over, Ptil Techelet en Ein HaTechelet, om zijn ideeën nader te verklaren en om de oppositie van andere rabbijnen te weerleggen. Deze boeken staan nog steeds bekend als de basis-werken over het onderwerp en vormen de halachische grondslag voor iedere discussie over het onderwerp.

Intussen ging de seculiere wereld ook door met het zoeken naar de antieke kleurstof. Het apocryfe verhaal over de herontdekking van de oude slakken laat de Franse zoöloog Henri de Lacaze-Duthiers in 1858 zeilen van de haven Mahon op Majorca, waar hij opmerkte hoe vissers gele strepen op hun kleren verfden met het sap van een slak die hij zojuist had opengebroken. De vlekken veranderden spoedig in rood in het zonlicht, en de geleerde realiseerde zich dat het schaaldier, Thais haemastoma de bron was voor het antieke Tyreense purper.[29]  Lacaze-Duthiers identificeerde vervolgens drie weekdieren in de Middellandse Zee die kleur­stoffen produceerden: Murex brenaris, Thais haemastoma, en Murex trunculus.[30]  In 1909 identificeerde de Duitse scheikundige Paul Friedländer de chemische structuur van de purpere kleurstof als dibromo-indigo, en later werk door hem en van anderen toonde aan dat dit de voornaamste component was van de Mediter­rane species, zowel als van andere weekdieren elders op de wereld.[31] 

Terug naar de Joodse wereld. In 1913 zond Rabbijn Isaac Herzog, de toenmalige Opperrabbijn van Dublin en later de eerste Opperrabbijn van de Staat Israël, als onderdeel van een onderzoek voor zijn doctoraal proefschrift, monsters van Radzyn techelet naar vooraanstaande scheikundigen en kleurstofspecialisten in Duitsland, Frankrijk en Engeland voor nadere analyse. De resultaten die hij verkreeg waren verbazingwek­kend. De experts stelden vast dat de blauwe kleurstof van Radzyn niet organisch van oorsprong was, maar een anorganische kleurstof was, bekend als Pruisisch blauw– ferri-ferrocyanide. Herzog weigerde te geloven dat de Radzyner Rebbe moedwillig zijn volgelingen misleid had en schreef naar de verfmeesters van Radzyn en vroeg hun naar hun werkwijze. Bij nader onderzoek werd de oplossing van het raadsel duidelijk. Het Radzyn recept vereiste de verhitting van de inktvis-inkt tot zeer hoge temperaturen, waarna er ijzervijlsel aan werd toegevoegd. Onder deze omstandigheden worden de organische moleculen afgebroken en de  vrijkomende carbon en nitrogen atomen verbinden zich met het ijzer en dat levert het Pruisisch blauw op. De inkt van de inktvis is geen essentiëel onderdeel van deze reactie; iedere organische substantie kan daarvoor in de plaats komen, daar de structuur van de moleculen  irrelevant is en alleen de elementaire componenten gebruikt worden. Herzog kon het idee niet accepteren dat de talmoedische vereiste van een speciaal zeeschepsel, de chilazon, als bron voor het techelet, op zo’n indirecte en vage relatie gebaseerd was. Hij kwam daarom tot de slotsom dat het techelet van Radzyn niet als authentiek beschouwd kon worden[32] 

(Als een interessante voetnoot aan deze geschiedenis: tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de techelet-fabrieken van Radzyn, samen met het Oost-Europese Jodendom vernietigd en raakte het fabricage proces verloren. Toen de overlevenden van Radzyn na de oorlog in Israël aankwamen, vroegen zij Rabbijn Herzog naar de correspondentie tussen hem en de Radzyn verfmakers, door middel van deze brieven werd een nieuwe techelet industrie in Israël opgericht, die tot op deze dag bestaat. Dus Herzog was verantwoordelijk zowel voor het in discrediet brengen van het Radzyn techelet, en tegelijker tijd voor de redding van hun fabricageproces van de ondergang.)

Herzog was zelf niet in staat om tot een definitieve conclusie te komen betreffende de chilazon. Bijna zijn gehele doctoraal thesis gaat over de slakken van het genus Murex, hetgeen aantoont hoe de consensus in de wetenschappelijke gemeenschap is dat zij (met name trunculus) de bron waren voor de techelet­-kleurstof. „Van de species waarvan bekend is dat zij gebruikt werden door de Phoeniciërs bij het purper verven, is die welke in enige mate beantwoordt aan de traditie van de techelet-tint, geen ander dan de Murex trunculus.”[33]  Herzog toont beslissend aan dat deze mollusks gebruikt werden in vroeger tijden voor het blauw verven, en hij wijst op het probleem van het standpunt dat de Joodse techelet afkomstig was van een of ander zeedier, dat onbekend was bij de klassieke geleerden, en dat geen archeologsch bewijs heeft nagelaten. Herzog geeft toe dat „het erg onwaarschijnlijk is dat de techelet-chilazon niet de slak is die Murex trunculus genoemd wordt, maar hoewel het onwaarschijnlijk is, is het mogelijk.”[34]

Ondanks het overweldigende bewijs was Rabbijn Herzog wegens een aantal redenen niet in staat de chilazon categorisch te identificeren met de trunculus. In de eerste plaats had hij het gevoel dat trunculus niet paste in de beschrijving van de Talmoed van domee lejam – gelijkend op de zee. In feite had Herzog echter alleen schone en gepolijste specimen gezien. In die toestand zijn de schelpen gekleurd met bruine en witte strepen. Trunculus schelpen die in de oceaan worden gevonden, zijn daarentegen bedekt met kleine organismen, waarvan de structuur en kleur variëert van plaats tot plaats, maar dezelfde zee-vervuiling wordt op alle rotsen en schel­pen gevonden in een bepaald gebied. Soms zijn ze blauw of groen gecoat, en dat past bij de beschrij­ving van „gelijkend op de zee”. Bovendien, daar het woord jam in het bijbels en talmoedisch Hebreeuws ook „zeebed”[35] betekent, wordt de chilazon misschien afgebeeld als gelijkend op het omringende zeegezicht, hetgeen een perfect passende beschrijving is van de trunculus in zijn natuurlijke habitat.[36]

Ten tweede, trunculus heeft geen periodieke cyclus van zeven of zeventig jaar, om te voldoen aan de be­schrij­ving van de talmoed dat het op die tijden „opkomt”. Herzog geeft toe dat „de wetenschap niets afweet van een derge­lijke zeventigjarige „verschijning” van welke zeebewoner dan ook.[37] 

Maimonides vermeldt de periodieke verschijning van de chilazon ook niet, hetgeen commentatoren er toe leidde om te concluderen dat hij dit geen essentiële eigenschap van de chilazon vond. En inderdaad, zowel hij[38]  als de Radzyner Rebbe[39]  bespreken dit bijzondere criterium van de chilazon. Zij werpen de moge­lijkheid op dat deze cyclus betrekking heeft op perioden van grotere of minder grote beschikbaarheid of toegankelijkheid, maar het dier zelf is altijd verkrijgbaar.

Ten derde had Herzog de indruk dat de kleurstof die van de trunculus verkregen werd, niet erg vast was. Moderne verfstof experts zijn het daar niet mee eens en menen dat zowel indigo als dibromoindigo zich wel degelijk stevig aan de wol hechten en behoren tot de snelste natuurlijke verfstoffen. Hoewel indigo niet bepaald bekend staat als een langdurig standhoudende verfstof, geldt dit alleen voor katoen dat met indigo geverfd is. Zowel dibromoindigo (purper) als indigo hechten zich echter zeer sterk aan wol en worden niet uitgewist, noch vervagen zij in de loop der tijd.

Professor Otto Elsner van het Shenkar College voor Vezels in Israël, [40] een vooraanstaand verfstoffen expert, heeft verzekerd dat deze verfstoffen tot de snelst werkende verfstoffen behoorden die in de antieke wereld beschikbaar waren. Onze eigen ervaring heeft aangetoond franjes die met trunculus blauw geverfd werden, hun kleur behouden in het dagelijks gebruik en periodiek wassen, gedurende meer dan tien jaar.

Het vierde en meest belangrijke probleem dat Herzog had met trunculus, was dat de verfstof die van dat slakje verkregen werd, een blauw-violette kleur had, en niet de hemelsblauwe aanblik gaf waar de techelet traditioneel mee geassociëerd werd. Dit vormde werkelijk de kern van het probleem om de chilazon te iden­tificeren met de trunculus. Wanneer in feite techelet halachisch geen spoor van violet kan hebben, dan was het duidelijk dat de Murex, waarvan de verfstof violet bevat (voor zover Herzog had waar genomen) niet de chilazon kon zijn.[41]

Herzog stelde nog een andere candidaat voor als de chilazon: de slak Janthina. Hoewel hij nimmer met die slak iets had geverfd, voldeed het feit dat de schelp een blauwe kleur had, aan de beschrijving van „gelijkend op de zee”. Moderne research echter heeft aangetoond dat Janthina niet gebruikt kan zijn voor enig verfproces. Het leeft in drijvende kolonies, spoelt aan op de stranden van de Middellandsezee na stormen, hetzij dood of stervende, en het is zo schaars dat het bijna niet beschikbaar is. Wat belangrijker is, het produceert geen verfstof die gebruikt kan worden om kleren mee te kleuren. Het scheidt een blauwe vloeistof af, maar die vloeistof wordt na een paar minuten bruin en is oplosbaar in water. Scheikundigen hebben tot nu toe geen methode gevonden om de vloeistof te gebruiken als een bruikbare fabricage kleurstof.[42]

De herontdekking van techelet 

In het begin van de tachtiger jaren van de 20ste eeuw ontdekte Otto Elsner, toen hij antieke verftechnieken bestudeerde, geheel toevallig het geheim van de productie van een zuivere blauwe kleur uit de trunculus slak, en daarmee loste hij Herzogs vierde en meest problematische moeilijkheid op. Elsner merkte op dat wanneer wol op bewolkte dagen geverfd werd, het de neiging had om purper te kleuren, terwijl op zonnige dagen de kleur zuiver blauw was. Samen met Ehud Spanier van de Universiteit van Haifa onderzocht hij de foto-chemische eigenschappen van de trunculus kleurstof en ontdekte dat wanneer de kleurstof in een gereduceerde staat was (een vereiste voor het verven van wol) en werd blootgesteld aan ultra-violet licht, de purper-blauwe kleur overging in een zuiver blauw.

Het enzym purpurase, dat de klier-secretie van de slakken omzet in de kleurstof wanneer dat wordt bloot ge­steld aan het licht, is alleen aanwezig in levende slakken maar valt snel uiteen bij het overlijden van de slak, dus om de kleurstof te verkrijgen, moet de klier snel worden uitgeknepen nadat die uit de levende slak is ge­haald (in overeenkomst met de talmoedische passage dat de techelet uit de slak gehaald moet worden terwijl die nog leeft). In de trunculus levert de purpurase reactie een mengsel op van dibromo-indigo (purper) en in­digo. De kleurstof moet in de oplossing gedaan worden (hetgeen gewoonlijk verkregen wordt door de kleur­stofmoleculen te reduceren) opdat het zich aan de wol vastbindt. Wanneer in die toestand het dibromo-indigo aan ultra-violet licht wordt blootgesteld, worden de bromide-verbindingen verbroken en het verandert in in­di­go, en het trunculus kleurmiddel gaat over van purper-blauw naar zuiver blauw. Opgemerkt dient te wor­den dat de blauwe kleurstof die van de Murex trunculus verkregen wordt, moleculair equivalent is aan indi­go, het door de Talmoed genoemde vervalste kala ilan. Wanneer de trunculus kleurstof niet gebruikt mag worden voor techelet, dan, zoals Herzog beweert, had de Talmoed moeten beweren dat niet alleen kala ilan onacceptabel is, maar zelfs techelet dat verkregen is uit sommige zeedieren – namelijk de murex – is dan ook ongeschikt voor de mitswa, daar de twee (kala ilan en murex-blauw) gelijkwaardig zijn.[43] Het feit dat de Talmoed nergens melding maakt van enige kleurstof die ongeschikt is voor techelet, behalve kala ilan, bewijst dat de kleurstof die uit de murex verkregen wordt, acceptabel is voor de mitswa van techelet.

Elsners werk werd voor het eerst onder de aandacht gebracht van de halachische gemeenschap door Dr. Israël Ziderman. In 1985 begon Rabbi Eliahu Touger uit Jeruzalm een boek over het onderwerp tsietsiet te bestuderen. Hij raakte ervan overtuigd dat de ware techelet ­– van de trunculus – ontdekt was. Hij was vast besloten zijn nieuw gevonden kennis de realiseren en na veel zoeken en fouten slaagde Touger erin het proces toe te passen overeenkomstig de halachische details, van begint tot eind. Een paar jaar later sloten Joël Guberman, Ari Greenspan en ik ons bij Rabbi Touger aan, in een poging om techelet voor het grote publiek beschikbaar te stellen. In 1993 richtten wij de Ptil Techelet Stichting op om techelet-draden te produceren en de research  en opvoedkundige projecten daarin te stimuleren en te bevorderen. Momenteel dragen duizende Joden over de hele wereld, van allerlei gemeenschappen techelet, verkregen uit de ware chilazon, de Murex trunculus.

De betekenis van Techelet

Het vers in Tora, dat wij dagelijks lezen in Keriat Sjema’ beschrijft het gebod om tsietsiet te dragen (Bamidbar 15:37-40):

 En Hasjem sprak tegen Mosjé als volgt: Spreek tegen de Israëlieten en zeg hen dat zij zich franje maken aan de hoeken van hun kleding,  in alle generaties, en dat zij aan iedere hoek een draad techelet aan de franje moeten bevestigen. Zij zullen voor julliee zijn als tsiietsiet en dan zullen jullie ze zien en je al de Geboden van Hasjen herinneren en ze uitvoeren en  niet achter je hart aanlopen en achter je ogen, waarbij je op het verkeerde pad zou komen, maar je zult je  al Mijn Geboden herinneren en heilig zijn voor jullie G-d”.

Nummerieke associaties

 Het mechanisme waarmee men naar de tsietiet kijkt en al de Geboden van Tora herinnnert is het onderwerp van discussie van vele commentatoren. Rasji haalt Tanchoema aan en verklaart dat de associatie tot stand komt door gematria:

De nummerieke waarde van [het woord] öÄéöÄéú [tsietsiet] is 600 [90 + 10 + 90 + 10 + 400]. Voeg daarbij 8 draden en 5 knopen aan iedere tsietsiet en dat telt op tot 613.

Er zijn 613 geboden in Tora en door naar de tsietiet te kijken wordt men herinnerd aan dit getal, hetgeen op zijn beurt ons doet herinneren aan de geboden zelf. Maimonides accepteert Rasji’s verklaring niet. Hij wijst erop dat het woord tsietsiet in Tora geschreven is als öéöú, dus zonder de tweede joed, zodat de nummerieke waarde ervan slechts 590 is. Bovendien zijn niet alle geleerden in de Talmoed het eens over het aantal draden in de tsietsiet: Beit Hillel [de School van Hillel] beweert in feite dat er zes draden zijn, niet acht. En het minimum aantal benodigde knopen is slechts twee.

Er is bovendien nog een grammaticaal probleem met Rasji’s verklaring: het woord ŕÉúĺÉ [oto] is mannelijk. Maar tsietsiet is vrouwelijk en kan dus niet het onderwerp zijn waarnaar verwezen wordt. Het enige mannelijke voorwerp waar het Tora-vers naar kan verwijzen is de ptil techelet, de blauwe draad.

De kleur blauw

Maimonides biedt een alternatieve verklaring voor hoe de techelet draad ons aan alle geboden herinnert: de herinnering gebeurt via de kleur techelet van de draad… want techelet heeft de kleur van de zee en de zee heeft de kleur van de hemel en de hemel is G-ds heilige troon (Maimonides op Bamidbar 15:38).

De verklaring van Maimonides is gebaseerd op de kleur techelet. De diepte van zijn kleur, die gelijk is aan de schijnbare eindeloze zee en hemel, doet de Jood denken aan het Oneindige, hetgeen hem ertoe brengt om aan al G-ds Geboden te denken.

Deze twee interpretaties, de een gebaseerd op de numerieke waarde 613 en de ander op de symbolische betekenis van de kleur, worden overbrugd door een fascinerende wetenschappelijke vondst. Onze ogen vangen een kleur op in een complexe samenstelling van variërende golflengten, die het oog treffen. De kleur van iets wordt bepaald door de golflengten van het licht dat het voorwerp uitstraalt of reflecteert. Wit licht, of zonlicht is samengesteld uit al de kleuren van het spectrum. Wanneer een dergelijke breedband lichtstraal op een voorwerp valt, worden sommige lichtstralen van bepaalde golflengten door het voorwerp geabsor­beerd en anderen worden gereflecteerd en die geven het voorwerp zijn karakteristieke kleur. Bijvoorbeeld, het metaal goud absorbeert blauw licht en refecteert de rest. Wanneer ons oog al de gereflecteerde stralen van het spectrum opvangen, waar het blauw uit is weg gelaten, ziet het dat als goud-kleurig. Tenslotte wordt de kleur die wij van een voorwerp waarnemen, volledig bepaald door welke kleuren het voorwerp absorbeert en welke kleuren het reflecteert. Geen twee substanties hebben precies dezelfde kleur, omdat geen twee moleculen precies dezelfde golflengten van licht absorberen. De preciese maat van de golflengten (gewoon­lijk gemeten in eenheden van nanometers – nm [een miljardste meter]) welke een molecuur absorbeert (zijn zogenaamde absorptiespectrum) is als een vingerafdruk van dat molecuul en een unieke methode om het te identificeren.

J. Wouters en A. Verhecken[44]  bestudeerden de eigenschappen van verschillende kleurstoffen die verkregen werden uit de Murex trunculus slak. Zij ontdekten dat de techelet-molecuul (indigotin) zijn kleur krijgt van een sterke absorptiepiek met als centrum precies 613 nanometers.

                         Golflengte

Figuur 1: Een molecuul techelet-kleurstof verkregen uit Murex trunculus krijgt zijn kleur van een sterke absorptiepiek met als centrum precies 613 nanometer.

Priester- en koningskleding

Een andere manier om de mitswa van techelet te begrijpen, is gebaseerd op de associatie van techelet in tsietsiet met de techelet die gevonden werd in de priesterkleren. Professor Jacob Milgrom merkt op dat techelet een deel vormde van de priesterkleren en gevonden werd bij de Tempel en die ook geassociëerd wordt met koninklijkheid. De priesterkleren werden ook gemaakt van linnen en wol, een combinatie die gewoonlijk door Tora verboden wordt als sja’atnez. De tsietsiet kunnen ook gemaakt worden van wol of linnen en hebben een draad van techelet.

Tsietsiet, verklaart Milgrom, is het symbool van de democratische ideologie binnen het Jodendom, dat niet door nivellering gelijkschakelt, maar door verheffing: heel Israël is geboden om een natie van priesters te zijn. In de oudheid waren de tsietsiet (en de zoom van een kledingstuk) het sym-bool van autoriteit, hoge afkomst en adel. Door een blauwe wollen draad aan de tsietsiet toe te voegen, combineerde Tora adel met priesterschap: Israël heeft niet als taak de mensheid te regeren, maar G-d te dienen. Voorts zijn tsietsiet niet beperkt tot de leiders van Israël, of zij nu koningen, rabbijnen, priesters of geleerden zijn: het is uniform voor heel Israël.[45] 

De techelet-draad was het priester-gewaad van de gewone Jood, om hem eraan te herinneren dat hij inderdaad een priester was en dat zijn verantwoordelijkheid als zodanig waren om de Geboden van Tora te houden. „En nu, wanneer jullie naar Mijn stem luistert en Mijn verbond in acht neemt, dan zullen jullie voor Mij een kost­baar bezit zijn, uitverkoren boven alle volken, want de gehele aarde is van Mij. Maar jullie zullen voor Mij een konkinkrijk van priesters zijn, een heilig volk” (Exodus 19:5-6).

In feite wordt er al op de associatie van de techelet-draad met de priesterkleren door middel van sja’atnetz gezinspeeld in de Talmoed.

„Iedereen is verplicht tsietsiet te dragen: priesters, levieten en Israëlieten.” Dit is duidelijk, want als priesters, levieten en Israëlieten niet verplicht zijn, wie dan wel?! [Deze zin] is echter nodig [om ons te leren] dat priesters [verplicht zijn het te dragen]. Men zou kunnen denken dat aangezien er geschreven staat [in Deu­teronomium 22:11-12]: „Je zult je niet kleden met sja’atnez, wol en linnen samen – je zult je franje maken…”, degene voor wie kelaim [sja’atnez] aan zijn kleren niet is toegestaan, die is tsietsiet verplicht, maar priesters die wel kelaim mogen dragen zijn niet verplicht [om tsietsiet te dragen]. Dit [bovenstaande vers] leert ons, dat hoewel het hun is toegestaan [om sja’atnez te dragen] tijdens hun dienst, is het hun niet toegestaan buiten de tijd van hun dienst.[46] 

De betekenis van dit vers is inderdaad dat tijdens hun dienst in de Tempel, priesters niet verplicht waren tsietsiet te dragen. Dit kan als volgt begrepen worden, als wij de techelet-draad zien als het kleding­symbool van de lagere graad van priesterschap van de gewone Jood in vergelijking met de priesterkleren. Wanneer de priester zijn priesterkleren droeg, hetgeen zeker een hogere graad van priesterschap uitdrukte, was hij niet verplicht het kleed van het lagere ambt te dragen. Maar zodra hij zijn speciale kleren uittrekt, moet hij weer het speciale kleed van alle Joden dragen, de tsietsiet.

Dit begrip dat techelet ons doet herinneren aan adel wordt ook gevonden in de Talmoed:

Wij leren dat Rabbi Meïr gewoon was te zeggen: De straf voor [het niet dragen van] wit [witte draden van de tsietsiet] is groter dan de straf voor [het niet dragen van] techelet. Waar kan dit mee worden vergeleken? Met een koning van vlees en bloed die tegen twee van zijn dienaren spreekt. Tegen de een zegt hij: ‘breng mij een zegel van klei’ en tegen de ander zegt hij: ‘breng mij een zegel van goud’ en beiden zijn ongehoorzaam en brengen hem niets. Wie zal hij de zwaarste straf geven? Men zou zeggen: degene die de opdracht kreeg een zegel van klei te brengen en die het niet bracht.[47] 

Met deze verklaring bedoelt de Talmoed dat er twee aspecten zitten aan tsietsiet, het wit en de techelet. Beide kunnen worden vergeleken met een zegel, de witte draden met een zegel van klei en de techelet-draad met een zegel van goud. Een zegel dient als een geheugensteuntje. Het wordt gebruikt om er een dier of slaaf een brandmerk mee te geven, zodat duidelijk is wie zijn eigenaar is. De Talmoed bedoelt te zeggen dat aan de ene kant de tsietsiet ons eraan doen herinneren dat wij slaven zijn, gebonden  door onze belofte en de daaruit voortvloeiende verplichting om onze instructies en geboden na te leven. Dit aspect is het wit in de tsietsiet, het zegel van klei. Aan de andere kant zijn wij geen gewone slaven, maar slaven van de Koning. Ons zegel is van goud, om ons eraan te herinneren dat deze verantwoordelijkheden niet zijn afgeleid van een gebrek aan vrijheid, maar van te zijn uitverkozen voor een hoog en verheven positie, de dienaren van de Koning der Koningen. De Geboden zijn geen last, maar een privilege, dat wij G-ds opdrachten mogen uitvoeren en de wereld mogen verbeteren, waarover Hij regeert.[48] 

De Symboliek van Wit en Blauw

Er zijn verschillende suggesties voorgesteld om de symbolische betekenis van de witte en blauwe draden van de tsietsiet te verklaren. De Zohar bijvoorbeeld, associeert het met de G-ddelijke eigenschap van erbarmen en techelet met die van rechtvaardigheid en het vergelijkt techelet met het binnenste van een vlam.[49] Sefer HaChinoech identificeeert het wit met het fysieke en techelet met het spirituele.[50]

Een van de mooiste interpretaties is die van Rabbijn J.B. Soloveitchik.[51] De Rav merkt op dat wit vaak geas­socieerd wordt met het begrip van helderheid, van begrip dat gebaseerd is op eenvoudige logica. De woorden hadewariem meloebaniem (het onderwerp is wit) is een idioom dat uitdrukt dat dit vanzelfsprekend is. Wit sym­boliseert een element van waarheid, het wijst op de locica in het universum.

Techelet aan de andere kant symboliseert het mysterieuze. Het heeft de kleur van de hemel en de zee die afstand en onbereikbaarheid suggereren, dingen die buiten iemands bereik liggen en buiten de controle van een mens. Het drukt oneindigheid uit, grenzeloosheid, inmense uitgestrektheid. Techelet suggereert de irrationele en mysterieuze kant van de wereld.

De Joodse benadering van de wereld, zegt de Rav, is nooit eenduidig geweest maar is altijd ambivalent, om­dat de wereld rondom ons twee aspecten vertoont. De eerste is rationeel, de wereld van oorzaak en gevolg, van de wetenschap die de mens op de maan kan zetten door middel van wiskundige berekeningen en com­puterprogramma’s, gebaseerd op logische redenatie. Maar aan de andere kant is de wereld vaak verwarrend en onbegrijpelijk, zoals de mens zelf. De wetenschapper die een mens op de maan kan zetten is hulpeloos als het gaat om de genezing van bepaalde degeneratieve ziekten. Anorganisch materiaal geeft zijn geheimen mak­kelij­­ker prijs dan organisch materiaal.

Rav Soloveitchik gaat verder en zegt dat de dichotomy van het rationele tegenover het irrationele niet alleen gevonden wordt binnen de natuurlijke wereld, maar ook binnen de geschiedenis en het menselijk begrip. Iedereen heeft het lavan – het wit, de ratio van het universum ervaren en iedereen is ook geconfronteerd met het onbegrijpelijke, met mysterie, met het techelet. Het blauw en het wit zijn beide nodig voor de tsietsiet,  ze zijn onderling afhankelijk.

Als de Joodse benadering voor de geschiedenis rationeel, lawan – wit – was geweest, zouden wij nu niet in Erets Jisraël zijn. Om terug te keren naar een land dat ons vierduizend jaar geleden beloofd was, betekent dat er een mysterieus, irrationeel element van techelet meespeelt. Wij moeten absolute, ongekwalificeerde, onvoorwaardelijke toewijding tonen voor de verplichting die wij vierduizend jaar geleden op ons genoemen hebben.

Conclusie

De mitswa van techelet is de enige van de Geboden die wij verloren zijn en nu hebben wij de moge-lijkheid om die weer in te voeren. Als zodanig biedt het een enkelvoudige mogelijkheid om de aard van de mitswot in het algemeen en de verhouding tussen wet, traditie en nieuw gevonden informatie te onderzoeken. Vele Joodse denkers worden nu gegrepen met deze ideeën.

Techelet is ook in dat opzicht uniek, dat het het enige Gebod van Tora is dat dient om ons te her-inneren aan alle andere Geboden. Op deze manier, door het geheim van techelet te ontrafelen, kunnen wij hopen dat wij het karakter en de betekenis van de Geboden in hun geheel beter zullen kunnen begrijpen.

In dat opzicht is techelet met name geschikt om de hele Tora te representeren, want in de diepte van de blauwe kleur kan men een kortstondige blik verkrijgen van de eeuwigheid. Het geeft niet hoe hard wij ons best doen om de hemel en de zee te begrijpen, of het centrum van de eeuwige vlam, maar wij zullen nimmer volledig begrip hebben van de diepste plannen van de A-lmachtige of van Zijn eeuwige Tora.

 

[1]  M.C. Astour , "The Origin of the Terms Canaan, Phoenician en Purple" in Journal of Near Eastern Studies, Volume 24, 1965, pages 346-350.  

[2]  Genesis Rabba 91:11.  

[3] W. Born, Ciba Review, Volume 1, 1937 pages 106-111 en 124-128.  

[4] J.T. Baker, "Tyrian Purple: An Ancient Dye, a Modern Problem" in Endeavour, Volume 33, 1974, pages 11-17.  

[5]  Talmoed Sanhedrin12a.  

[6]  Talmoed Menachot43b.  

[7]  Rabbi Herzog citeert de Jeruzalem Talmoed Taanit 43b.  

[8]  Midrash Tanchoema en Midrash Rabba Bamidbar Sjelach.  

[9] Een deel van de verwarring kan voorkomen uit de verschillen in de benamingen voor kleuren tussen de moderne en klassieke terminologie. Bijvoorbeeld, Rasji op Exodus 25:4 schrijft over techelet, „en zijn kleur groen," terwijl op Nummeri 15:41 hij verklaart: „en zo lijkt de kleur van techelet op de kleur van de donker wordende hemel bij zonsondergang.”  

[10]  Kol Kitvey Hertsog; Orach Chaim artiekel 8, pagina 59.  

[11]  Babylonische Talmoed Menachot 43b, Choellin 89a, Sota 17a; Jerusalem Talmoed Brachot , chapter 1, halacha 2; Sifre Bamidbar 15-38; Midrasj Rabba Numeri, Naso 14:3; Midrasj Rabba Numeri, Sjlach 17:5; Midrasj Psalmen 24:9 en 90:10; en Yalkut Sjimoni on Psalm 90.  

[12]  Kapich 's versie, Exodus 25:4, pagina 71, note 2.  

[13]  Misjneh Torah, Laws of Tsitsit 2:1.  

[14]  Talmoed Bava Metsia 61, „De Heilige Gezegend is Hij heeft gezegd: Ik heb onderscheid gemaakt tussen de druppel [zaad] waaruit een eerstgeborene [zal voortkomen] en dat van een niet-eerstgeborene. Ik zal vergelding eisen van wie kala ilan aan zijn kleding bindt en beweert dat het techelet is.”  

[15]  Aroech Woordenboek op het woord kala ilan; Misjneh Torah, Wetten voor Tsietsiet 2:1 en Kapach commentary; Herzog, The Royal Purple, pagina 94-96.  

[16]  Misjneh Torah, Wetten voor Tsietsiet 2:1.  

[17] Herzog, The Royal Purple , pagina 60.  

[18]  Talmoed Sjabbat 26a, „Tussen de ladders van  Tyrus en Haifa.” Zie ook Talmoed Megilla 6a. In zijn boek Ha'Techelet (Jerusalem: Keter Publisjing House, 1987) op pagina 29, voetnoot 22, behandelt Rabbi Borstein het probleem betreffende de exacte demarcatie van het deel van Israël dat aan Zewoelon toebehoort.  

[19]  Misjna Rabba Deuteronomium, paragraaf 67:11; Talmoed Sjabbat 85a.  

[20] ibid. en Rasji ad loc.  

[21]  Talmoed Menachot44a.  

[22] Eens in de 70 jaar (Talmoed Menachot 44a) of eens in de 7 jaar (Masechet Tsietsiet , halacha 21). Zie Borstein, pagina 38, voetnoten 76 en 77. Ook Kol Kitvei Hertsog, pagina 52.  

[23]  The Vilna Gaon beweert dat de rabbijnen alles in de zee „vis” noemen. (Eliahu Rabba, Keliem 10:1).  

[24] "En we leren in de Jeruzalem Talmoed, tussen techelet en karti-tussen porphyra en prifinin. Het is een kledingstuk dat porphyra genoemd wordt in andere talen." (Ra'avia commentaar op Berachot 9a, siman 25.  

[25]  Pliny de Oudere, Natural History, Boek 9, LX-LXV.  

[26] Aristoteles, De Animalibus Historia, pagina 175.  

[27] Vitruvius, De Architectura, Libra VII, chapter 13.  

[28] Koepat Ha'Rochlim, gevonden in de inleiding tot Seder Mo’eed van Tiferet YIsraël.  

[29] Israël Ziderman, Chemistry in Britain, Volume 22, 1986, pagina 419.  

[30]  Henri de Lacaze-Duthiers, Ann. Sci. Nat., Zool. Biol. Anim., vierde series, Volume 12, pagina’s 5-84.  

[31] Paul Friedlener, Ber. Dtsch. Chem. Ges., Volume 42, 1909, pagina’s 767-770.  

[32]  Herzog, The Royal Purple, 114-118; Herzog, The Dyeing of Purple in Ancient Israël, The Israël Malacological Society, pagina 13.  

[33] Herzog, The Royal Purple, pagina 73.  

[34]  Herzog, Ha'Techelet B'YIsraël 5:1, in Borstein, pagina 421.  

[35]  Zie bijvoorbeeld Jesajahoe 11:9 "als de wateren de jam bedekken."  

[36]  Eliyahu Touger, Klil Techelet (Jerusalem: Chemed Press, 1993) pagina 226.  

[37]  Herzog, The Royal Purple, pagina 69.  

[38]  Kol Kitvey Hertsog; Orach Chaim 7:50-52.  

[39]  Gersjon Henoch Leiner, Sfuney Tmuney Chol, pagina 4.  

[40]  In persoonlijke correspondentie.  

[41]  Herzog, Ha'Techelet B'YIsraël , hoofdstuk 11, "Is the Murex Trunculus the Chilazon of Techelet?", gevonden in Borstein, pagina 224.  

[42]  H.K. Mienis en E. Spanier, "A Review of the Family Janthinidae (Mollusca, Gastropoda) in connection with the Techelet Dye" in The Royal Purple, pagina 197. Deze bewering werd ook bevestigd in de persoonlijke correspondentie met wijlen Otto Elsner.  

[43]  Herzog, The Royal Purple , pagina 73. Rabbijn Herzog vond dit bewijs voor de identificatie van de chilazon met trunculus onweerlegbaar, op één mogelijk punt na: „Als zou blijken dat de kleurstof van de Janthina sneller werkt dan die van de Murex trunculus... dan zouden de testen [vermeld in de Talmoed] wel onderscheid kunnen maken tussen Techelet dat verkregen werd met Janthina van die welke verkregen werden met M. trunculus.” Vervolgonderzoek met de Janthina heeft aangetoond dat niet alleen de kleurstof niet snel is, maar het is in feite zelfs geen kleurstof. Het pigment is in water oplosbaar, en bindt zich niet aan wol, het kleurt de wol niet homogeen, en kleurt het bruin en niet blauw. (Zie het artiekel van H.K. Mienis en E. Spanier, „A review of the Family Janthinidae (Mollusca, Gastropoda) in Connection with the TecheletDye," The Royal Purple, pagina 197.) Nadat dit probleem was opgelost, blijft Rabbijn Herzogs orginele argument sluitend. In feite antiecipeerde de Radzyner Rebbe dit argument. Zie Sfuney Tmuney CHol, pagina 19.  

[44]  J. Wouters en A. Verhecken, JSDC Volume 107, July/August, 1991.  

[45]  Jacob Milgrom, "The Tassel en the Tallit," The Fourth Annual Rabbi Louis Fineberg Memorial Lecture (University of Cincinnati, 1981).  

[46]  Talmoed Menachot 43a.  

[47]  ibid 43b.  

[48]  Zie Yehuda Rak, Chidoesj Ha'Techelet V'Injinei Tsietsiet Oe'Techelet, verkrijgbaar bij Ptil Techelet.  

[49]  Zohar, Sjelach195.  

[50]  Sefer Ha'Chinoech, mitswa 386 (Sjelach)  

[51]  Deze presentatie is afkomstig van een bandje van Rabbi Soloveitchik en van het artiekel „The Symbolism of Blue en White," in Abraham Besdin, Man of Faith in the Modern World (Ktav, 1989).  

Published by SHAMIR , 6 David Yellin Street , POB 5749, Jerusalem, Israël
Professor Herman Branover, Editor-in-Chief
Tel 972-2-642-7521, Fax 972-2-538-5118, e-mail info@borchatorach.org

Wanneer u geïnteresseerd bent om meer te leren over Techelet,
bezoek de Techelet Page:
chttp://www.tecchelet.co.il/