Vorige uitgaven

Home-page

Inzicht in Parasjat 5763

Ezelachtig gepraat

„En Hasjem opende de mond van de Ezel…”

W

at betekent het als een ezel begint te praten? Het essentiële verschil tussen mens en dier is de kracht van de spraak. De mens wordt „De Spreker” ge­noemd. Met deze uitdrukking wordt kort samen gevat dat zijn kwaliteit boven die van de dieren staat. Bij de beschrijving van de schepping van de Mens, zegt de Tora dat Hasjem „de geest van leven in zijn neus blies” (le­vens­adem vertalen Onderwijzer en Dasberg).

 Tarĝoem Onkelos vertaalt die zin met „Hij blies in zijn neus een sprekende geest.” In het Hebreeuws heeft het woord voor „ding” – davar – ook de bete­kenis van „woord” en „diboer” – spraak – komt van dezelf­de stam. Spraak is de tussenschakel tussen de wereld van de dingen – de fysieke wereld – en de geestelijke wereld. Wanneer iemand de kracht van de spraak degradeert  tot vloeken en beledi­gin­gen, dan daalt hij af tot het niveau van een ezel. Maar wanneer hij zijn kracht van de spraak gebruikt om spiritualiteit aan de wereld toe te voegen, dan vervult hij zijn ware bestemming, en geeft hij de kracht van de spraak zijn ware betekenis. Hij verheft zichzelf, en de wereld om hem heen.

ZOETER DAN HONING?

Ga niet met hen mee, vloek dit volk niet, want het is gezegend. (22:12)

Hasjem zei tegen Bil’am: ‘Je zult dit volk niet vloe­ken.’ Daarop zei Bil’am tegen Hasjem: ‘Zal ik hen dan zegenen?’ Hasjem ant­woordde: ‛Zij hebben jouw zegen niet nodig, zij zijn al gezegend.’ Het is te vergelijk met wat men zegt tegen de bij: ‘Noch je honing, noch je steek [heb ik nodig, ik hoef niets slechts van je en ook niets goeds]’ (Rasji). Welk niet kosjer dier produceert kosjer voedsel? De bij. Hoe­wel de bij geen kosjer dier is, is zijn honing wel kosjer. De reden dat de honing kosjer is, is dat de honing niet uit het lichaam van de bij komt, maar het komt van de pollen die de bijen vergaren. Echter, de giftige bijensteek komt uit het bijenlichaam zelf (Joré Dea 81). Bil’am was als een bij: Al zijn „honing” – zijn zoete zegeningen en profetieën over het Joodse volk waren niet van hem afkomstig. Zij maakten geen deel uit van zijn natuur en aard. Zij werden van een uitwendige bron vergaard. Bil’ams vernijnige vloeken en gemene plannen echter, kwamen uit zijn ware vergiftigde innerlijk.

Een kleine verspreking

Lecha na ara li et ha’am hazze” (22:6)

De Ba’al Toeriem  wijst erop dat ara li et ha’am– dat betekent: vervloek voor mij dit volk – ook kan betekenen „vervloek mij.”

Balak had geen vermoeden dat dit precies was wat er ging gebeuren: tegen de tijd dat Bil’am was uitgesproken, was het Joodse Volk gezegend en Mo’av vervloekt. Later zou, als gevolg van die vloek, Balaks dochter en hijzelf gedood worden.