Vorige parasja

Home

PARASJAT BALAK

„Balak ben Tsipor zag alles wat Israël met de Emorieten gedaan had” (22:2).

Er zijn twee soorten mensen: de eerste kan zien; hij heeft een duidelijke kijk en kan de Hemelse kaart lezen met de daarop aangegeven „wegwijzers", die richting geven aan zijn leven. Hij heeft echter slechts één probleem: uitvoering. Hij is niet in staat om datgene wat hij ziet succesvol uit te voeren, want hij begrijpt niet goed wat hij ziet.

Een ander soort persoon is scherpzinnig en in staat om uit te voeren wat hij ziet. Hij heeft helaas slechts één tekortkoming: hij ziet niet.

De één ziet maar begrijpt niet, de ander is verstandig maar ziet niet. Beiden kijken naar de Hemeltekens maar zijn niet in staat daarop te reageren.

HaRav Baruch Mordechai Ezrachi sjlita stelt dat dit de oorzaak is van de ondergang van twee volken: Korach en Balak. Korach kon zien, maar hij zag de boodschap niet duidelijk. Hij zag een illuster nageslacht: de Profeet Sjmoeël was een nakomeling van hem. Hij vergiste zich in zijn inzicht. In plaats van het teken van de glorie te volgen, vergiste hij zich en eindigde hij in schande.

Balak was een ander individu die zag. Hij zag inderdaad heel goed, met een duidelijk perspectief. Maar hij had een probleem wanneer het kwam tot een difinitie. Hij kon niet interpreteren wat hij zag en het absorberen in zijn gedachtenproces. Hij begreep de boodschap niet. Daardoor kwam het, dat wat hem  spiritueel had kunnen verheffen, hem  daarentegen zijn ondergang bracht.

Beide eigenschappen zijn nodig: de capaciteit om te zien en de capaciteit om de boodschap te begrijpen en erop te reageren. Eén persoon zag en begreep zijn bestemming -- Jitro. Hij zag en „hoorde" de boodschap. Tenzij daar een reden voor is, ziet men een boodschap van de Hemel niet. Jitro begreep de boodschap en reageerde daar onmiddellijk op.

Dit is het vershil tussen „Balak zag" en „Jitro hoorde". Balak had een visioen; hij zag duidelijk, miste niets. Het bleef echter niets meer dan een visioen, want hij kon de boodschap niet interpreteren. Jitro zag en hoorde. Hij begreep dat hij moest handelen. Zijn bestemming was ervan afhankelijk. Jitro werd gevraagd om de „ogen van Israël" te zijn. Het is interessant dat terwijl sommigen in staat zijn om de ogen van anderen te zijn, sommigen niet eens voor zichzelf kunnen zien.