Orthodox Jodendom - Artikelen en foto's

 

      Jodendom     

 


ARTIKELEN

De Basis van het Jodendom  

  

De absolute en Goddelijke waarde van de wetten  

 

Feminisme in het Jodendom  

  

Ze was traditioneel Joods  

  

Het volk van het boek  

  

Feest -en hoogtij dagen [chagiem]  

  

Pesach - De Sederavond  

  

Kasjroet  

  

Chassidisme  

  

Hoe het de Joden in Nederland verging  

  

Israel als Joodse staat  

Als je jood/jodin wilt worden  

Rouwperiode in het Jodendom  

Waarom wij niet in Jezus geloven  

Joodse muziek - מוסיקה יהודית  

Afbeeldingen  

Links  

Documenten

 

 

 

 

   

Israel als Joodse staat

Israels kulturkampf

Een joods getto of een multiculturele democratie? Sinds Netanyahu aan de macht is, ontkomt niemand meer aan de vraag naar Israels identiteit. En naar de rol van het onderwijs daarin. 'Israel moet worden opgedeeld in autonome kantons. Alleen dat kan de democratie redden.'

 JERUZALEM - Op het ministerie van Onderwijs en Cultuur in het hartje van Jeruzalem wijst niets op de recente wisseling van de wacht. Aan de muren prijken werken van allerhande Israelische kunstenaars, en dan niet de religieus geïnspireerde voorstellingen of mythische landschappen die je onder minister Zevoeloen Hammer zou verwachten. Evenmin hangen er echter voor religieuzen aanstootgevende schilderijen die voor verwijdering in aanmerking komen, zoals dat onlangs in een museum in Ramat Gan en een galerie in Tel Aviv gebeurde. De sfeer is ontspannen. Ogenschijnlijk maakt niemand zich druk over de bezuinigingsronde van ruim zeven miljard sjekel (vier miljard gulden) die voor de begroting van 1997 is afgekondigd.

 'Wij zullen op onze administratieve afdelingen moeten bezuinigen', zegt woordvoerder Efraim Lapid. 'Niet op het onderwijs zelf. Op dit moment hebben we voornamelijk een organisatorisch probleem. 0nze nieuwe man op het departement, die jodendom en democratie in zijn portefeuille heeft, is pas sinds 1 januari in functie. Hij buigt zich momenteel over het budget. Daarom zijn de uitgaven voor de afdeling democratie en coëxistentie bevroren. Maar dat is tijdelijk.'

 Lapid ergert zich aan het feit dat het bewind van Hammer en de zijnen systematisch in een kwaad daglicht wordt gesteld door de aanhangers van de vorige regering. 'Laat u zich vooral niets aanpraten', zegt hij. 'De regering-Netanyahu zet het onderwijsbeleid van de vorige Israelische regering in grote lijnen voort. Niet alleen het jodendom is belangrijk in het onderwijs, maar ook democratie en tolerantie. Het overdragen van fundamentele waarden, daar gaat het om. Minister Hammer is religieus, maar hij denkt echt niet alleen aan zijn eigen achterban. Hij heeft door zijn professionele ervaring - hij was al eerder minister, onder Shamir; dit is zijn derde ambtstermijn op Onderwijs - een scherp oog ontwikkeld voor de behoeften van de seculiere sector. We zijn er niet op uit om a priori instellingen te benadelen die ooit geld van de regering-Rabin/Peres hebben gekregen.'

HET IS EEN geluid dat Ilan Pappé, historicus aan de Middenoostenafdeling van de universiteit van Haifa en academisch hoofd van het in 1993 opgerichte Instituut voor Vredesonderzoek, in hoge mate verwondert.

 'Efraim Lapid is een notoire leugenaar', zegt hij onomwonden. 'Het ministerie van Wetenschap is inderdaad braaf blijven storten, maar van Hammers ministerie van Onderwijs en Cultuur hebben we sinds augustus geen sjekel meer gekregen. We hoorden dat de subsidie voor al het onderwijs in democratie en coëxistentie was bevroren. Tijdelijk. De artikelen die eind januari in het dagblad Ha'aretz over deze kwestie zijn verschenen, spreken andere taal.

 Ik heb zelf geen greintje vertrouwen in Hammer. Hij is een typische vertegenwoordiger van de Nationaal Religieuze Partij en een leider van de daaraan gelieerde Goesh-Emoniembeweging, het Blok der Getrouwen. Dus hij is een pleitbezorger van de traditionele joodse waarden. Volgens zijn ideologie moet Israel zowel nationalistischer als religieuzer worden. Daar zitten we dus mogelijkerwijs de komende vier jaar aan vast, want zelfs als het op een regering van nationale eenheid uitdraait en de Nationaal Religieuze Partij in de oppositie gaat, kan Hammer in principe als minister blijven zitten.'

 Het Instituut voor Vredesonderzoek fourneert geld voor wetenschappelijk onderzoek aan joodse en Arabische historici, sociologen en politicologen. Ze doceren aan alle Israelische universiteiten behalve de religieuze Bar-Ilanuniversiteit. Daarnaast worden er workshops georganiseerd: samenwerkingsprojecten met mensen uit de wereld van kunst, media en onderwijs. Pappé: 'Wij vertegenwoordigen de culturele elite. In een democratisch Israel moeten joden en Arabieren, die tenslotte twintig procent van de bevolking vormen, gezamenlijk het karakter van het land bepalen. Het klassieke zionisme is een gepasseerd station. Het is een nationalistische ideologie die de werkelijkheid aan haar politieke aspiraties aanpast. Wij houden de zionistische mythen tegen het licht. Zo zou Israel een homogene maatschappij zijn met een nationale consensus. Maar kijk naar de laatste verkiezingen. De kleine partijen hebben als gevolg van het gewijzigde kiesstelsel veel zetels gekregen. De Arabieren, de ultra-orthodoxe religieuzen, de Russen en de Tel Aviv-yuppies zijn voornamelijk geïnteresseerd in hun eigen belangen. Bij ons staat het multiculturele en multi-etnische karakter van Israel voorop. Met diezelfde kritische blik kijken we ook naar het verleden. Alle nationale mythen worden door ons ter discussie gesteld.'

 Een aantal 'post-zionistische' of 'nieuwe' historici, waaronder Pappé zelf, hebben uitgebreid onderzoek gedaan naar zo'n nationalistische mythe: die van de Palestijnse vlucht tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948.

 Pappé: 'De Palestijnse bevolking zou onder druk van de Palestijnse en Arabische leiders zijn vertrokken, terwijl de Israeli's er alles aan deden om ze daarvan te weerhouden. Maar de zionistische leiders hebben destijds juist een actieve rol gespeeld in de verdrijving van de Palestijnse bevolking.'

 In de tuinkamer van het Shalom Hartman Instituut in Jeruzalem drinken pauzerende jongens en meisjes koffie. In een hoekje verdiept een student met keppel zich in een syllabus.

 'Wij vinden dat het jodendom in Israel een nieuwe koers moet varen', zegt rabbijn Tzvi Marx, sinds de oprichting in 1976 aan dit religieuze instituut verbonden. 'In de diaspora profileerde het jodendom zich als een religieuze cultuur. Als collectief waren we niet verantwoordelijk voor de samenleving als geheel. In Israel zijn we dat wèl. Daarom moeten we de joodse cultuur met andere ogen bekijken. Wij vinden dat heel belangrijk, maar het gros van de religieuze orthodoxen denkt daar anders over. Van oudsher kennen we twee belangrijke leraren, die beiden school hebben gemaakt: Hillel, de liberaal, en Sjammai, de conservatief. Sjammai vond het overbodig om naar de mening van anderen te luisteren, terwijl Hillel ook de opinie van zijn tegenstander respecteerde. De halacha, de joodse wet, geeft de voorkeur aan de methode-Hillel. Die lijn moeten we dus volgen. Maar in Israel domineert inmiddels helaas de geest van Sjammai. Daarom hebben de seculieren hier zo'n hekel aan religie.'

 Zevoeloen Hammer liet als minister van Onderwijs in de regering-Shamir het onderwijs in jodendom in de seculiere staatsscholen inventariseren. De leerlingen bleken nauwelijks interesse te hebben in joodse vakken zoals bijbel, talmoed of joodse filosofie. De regering-Rabin/Peres gaf het Shalom Hartman Instituut daarom opdracht seculiere leerkrachten in deze vakken bij te scholen.

 Rabbijn Marx: 'Onder Hammer(III gaan we hiermee door. Hammer sympathiseert met ons instituut, maar hij heeft ook geen alternatief; wij zijn al jaren specialisten op dit gebied en alleen onze benadering wordt door de seculiere sector geaccepteerd. De meeste orthodoxen vinden dat seculiere joden geen waarden kennen, en dat je ze die dus moet bijbrengen. Maar zo werkt het niet. Het zijn trotse zionisten die ons land hebben opgebouwd. Zij laten zich heus geen gebrek aan waarden aanpraten. Wij zijn juist voor het aangaan van een dialoog op basis van gelijkheid. In de jesjivot, de joodse leerhuizen, is eeuwenlang gediscussieerd over ethiek, rechtspraak, vriendschap en liefde. Die traditie kan ons helpen een manier te vinden om religieuzen èn seculieren, joden, moslims en christenen democratisch te laten samenleven.'

DE OVERGROTE meerderheid van de religieus-orthodoxe gemeenschap weigert die stap naar de moderne tijd te maken. Marx: 'Ze begrijpen niet dat het runnen van een staat iets anders is dan het runnen van een synagoge. De antizionistische ultra-orthodoxen willen van Israel het liefst een joods getto maken. Veel religieuze zionisten zijn geen haar beter. Ze denken modern te zijn door jodendom, universiteit en dienstplicht te combineren, maar ook zij zijn in de grond van de zaak geen democraten. Ze beseffen niet dat je zowel loyaal kunt zijn aan de halacha als aan de democratie. In een staat moet je een aantal zaken met elkaar delen: de openbare ruimte, de natuurlijke bronnen, de nationale begroting. Een democratie betekent ook ruimte bieden aan opvattingen die je zelf afwijst. Dat is veel te lang ontkend. Pas sinds de moord op Yitzhak Rabin door die religieuze fanaticus is hierover binnen de Nationaal Religieuze Partij een serieuze discussie op gang gekomen.'

Ook de seculiere sector krijgt een veeg uit de pan. Marx: 'Israels grondleggers hadden geen boodschap aan religie en maakten van het jodendom een bloedeloos object van academische studie. Ze zagen de bijbel als ons belangrijkste erfgoed, wat ik als een blunder van formaat beschouw. We zijn niet het volk van het boek, maar het volk van het aantekeningenboek - van de misjna, de talmoed en de commentaren. Ze dachten slechts in nationalistische termen. Nadat het bijbelse volk in 1948 naar het beloofde land was teruggekeerd, telde tweeduizend jaar diaspora opeens niet meer. Dat is werkelijk waanzin. Want in die periode is er in de jesjivot continu gewerkt aan de herinterpretatie van de bijbel. Hierin ligt de kracht van de levende joodse beschaving. Bovendien is de bijbel in veel opzichten een autoritair boek. In de zogeheten profetische traditie worden Gods geboden verkondigd en wie niet luistert, wordt vermoord. In de diaspora daarentegen kwam de rabbijnse traditie tot bloei. Niet de autoritaire stem van boven was belangrijk, maar een dialoog tussen mensen. Die geest past bij een democratie. Daar moeten we ons op richten.'

Sinds de stichting van de staat Israel is het aantal religieuze zionisten sterk toegenomen. Dit blijkt uit hun aanwezigheid in 's(lands openbare instellingen. Tegenwoordig leveren ze veertig procent van de officieren in de gevechtseenheden in het leger. Van de staatsscholen is een kwart op religieuze basis gestoeld. De religieuze Bar-Ilanuniversiteit is qua grootte Israels derde instelling voor hoger onderwijs.

EEN NIEUWE religieuze loot aan de educatieve stam is de in 1989 opgerichte Ma'ale-filmschool te Jeruzalem. Directeur Udi Lion legt uit waar zijn instelling zich mee bezighoudt: 'Deze filmschool is opgericht omdat de religieuze stem in de Israelische film- en tv-wereld ontbrak. Men brengt voornamelijk de Israelische cultuur van de laatste vijftig jaar in beeld. Wij putten daarentegen uit drieduizend jaar joodse geschiedenis. Ons doel is een culturele revolutie, niets meer en niets minder. Bij religieuze film hoort een religieuze filmtaal. Wij willen geen oppervlakkige plaatjes van charediem in Mea She'ariem (de wijk van de ultra-orthodoxen in Jeruzalem - lg) laten zien. Het gaat ons om het visualiseren van de religieuze ervaring. In mijn lessen bekijken we films van Bergman, Chaplin en Fellini vanuit het perspectief van de joodse traditie. Welke thema's zijn voor ons herkenbaar? vragen wij ons af.

We doceren hier filmtechnische en religieuze vakken. Politiek? Daar geven we geen les in. Wat moet je ermee? Ik zie mezelf bijvoorbeeld als een religieus anarchist à la Chaplin. Daarom draag ik ook geen keppeltje, maar een gewone pet. Ik wil geen koning, maar een profeet zijn, net als Mozes. Profeten en kunstenaars zijn niet uit op macht. Ze proberen mensen te overtuigen van zaken waarin ze geloven. De kracht van film is het vermogen te ontroeren. Neem Hebron. Ya'akov Friedland, een van onze veelbelovende studenten, gaat er binnenkort filmen. Hij heeft vroeger in de lokale joodse enclave gewoond en gaat voor dit project een tijdje terug. Want in de media wordt alleen het politieke verhaal in beeld gebracht. Wij willen vooral de menselijke kant belichten. Voor de joodse kolonisten is de terugtrekking van het Israelische leger uit tachtig procent van Hebron natuurlijk een drama.'

DE ALLES DOMINERENDE vraag is: waar zal de Israelische Kulturkampf toe leiden?

Vredesvorser Ilan Pappé schetst een somber toekomstperspectief: 'Ik maak me zorgen over het onderwijsprogramma dat deze regering voor de seculiere staatsscholen in petto heeft. Ons ideeëngoed werd net ingevoerd, maar straks draaien ze alles weer terug, daarvan ben ik overtuigd. Ik ben trouwens de enige niet. Er gaan stemmen op om bij het ministerie een sectiehoofd voor seculiere staatsscholen aan te stellen, iemand die het veld representeert. Hieruit blijkt wel dat het vertrouwen in Hammer niet bepaald groot is.

De regering-Rabin/Peres stond een seculier Israel voor ogen. Met de huidige religieus-nationalistische regering koersen we regelrecht af op een theocratie à la Iran. In het parlement en in de regering zijn de groepen aan de macht gekomen die wrok koesteren tegen de seculiere azjkenazische elite, de linkse elite die onmiskenbaar de dienst uitmaakt in het leger, op de universiteiten, op de scholen en in de media. Als deze regering aanblijft, leidt dat straks tot een heilloze patstelling, zo geen burgeroorlog, om dat grote woord maar te gebruiken.'

De bron van alle kwaad is, volgens Pappé, het oorspronkelijke concept van Israel als joods-democratische staat. 'Een staat die zich op een volk met een religieuze achtergrond baseert, vraagt om moeilijkheden. In een dergelijke staat fungeert de religie als een symbool van nationale eenheid. En religie en democratie gaan nu eenmaal niet samen; je kunt je niet door God laten leiden en tegelijkertijd democraat zijn. Zo is het in Israel ook gegaan.

We zitten nog steeds opgescheept met de erfenis van Ben Goerion die met het zogeheten status-quo-contract het joodse karakter van Israel bezegelde. Daardoor kreeg de religieuze orthodoxie de kans het profiel van het land te bepalen. Dat was een kapitale fout. Bovendien was het een onnodig gebaar. De religieuze groep was toentertijd niet groter dan zo'n tien procent van de Israelische bevolking. Ben Goerion had genoeg macht om zonder hen een regering samen te stellen. Hij heeft de demografische groei van deze bevolkingsgroep natuurlijk niet voorzien - tegenwoordig maken ze zo'n achttien procent van de Israelische bevolking uit - waardoor de religieuze partijen inmiddels die belangrijke factor in de Israelische politiek zijn geworden.

Ik zie maar één uitweg; Israel moet in kantons worden opgedeeld, naar Zwitsers model. Je krijgt dan gebieden waarbinnen elke groep zijn eigen politieke, religieuze en culturele autonomie krijgt, de seculieren, de religieuzen en de Arabieren. In die optie is Israel niet langer een joodse staat, maar een staat voor al zijn burgers. Dat zou een ware revolutie betekenen, maar het is naar mijn overtuiging de enige manier om Israel als democratie te redden en tevens een fatale clash, ook tussen joden onderling, te voorkomen.'