Orthodox Jodendom - Artikelen en foto's

 

    Voorpagina     

 


ARTIKELEN

De Basis van het Jodendom

  

De absolute en Goddelijke waarde van de wetten 

idem, deel 2

idem, deel 3 

 

Feminisme in het Jodendom  

  

Ze was traditioneel Joods  

  

Het volk van het boek  

  

Feest -en hoogtij dagen [chagiem]  

  

Pesach - De Sederavond  

  

Kasjroet  

  

Chassidisme  

  

Hoe het de Joden in Nederland verging  

  

Israel als Joodse staat

Als je jood/jodin wilt worden  

Rouwperiode in het Jodendom  

Waarom wij niet in Jezus geloven  

Joodse muziek - מוסיקה יהודית  

Afbeeldingen  

Links  

Documenten

 

   

De absolute en Goddelijke waarde van de wetten (deel 1)

Onderdeel uit een lezingen cyclus over de Zeven Noachidische geboden door Rabbijn J. Friedrich uit Antwerpen, de Rebbe van het Cheider te Amsterdam. Zie eerste gedeelte op nieuwspagina website www.bethhamidrash.org

In een van de eerste publicaties van de Joodse codex, geschreven door Maimonides' worden natuurlijk ook de zeven Noachidische Wetten behandeld. Hij verklaart daar o.a. in dit verband:

"Niet-Joden of gewoonweg de Noachieden genaamd, die zich houden aan de zeven regels, verdienen de titel 'de Vromen onder de volkeren'. Ze hebben daardoor ook een aandeel aan de toekomende wereld en verwerven het eeuwige leven. Daar is wel een voorwaarde aan verbonden, namelijk dat zij de zeven regels zullen uitvoeren omdat Hij, de Schepper van Hemel en aarde, het hun opgelegd heeft.

Doen ze het gewoon omdat ze deze wetten logisch vinden, en uiteraard zijn al deze zeven wetten gewoon logisch te verklaren, dan verdienen ze niet de titel van 'Vromen onder de volkeren' en ze verdienen ook geen aandeel in de toekomende wereld. Ze worden zelfs niet beschouwd als de wijzen onder de volkeren.

Ik moet ronduit zeggen dat, toen ik deze regels voor het eerst onder ogen kreeg, ik het er heel erg moeilijk mee had. Ik was toen nog erg jong en dit bleef mij heel lang op mijn maag liggen. Er rezen bij mij vragen zoals: "Wat maakt dat nu uit, tenslotte doen ze het toch. Ze vertonen toch een moraal, een ethiek en een heel erg fatsoenlijke gedragslijn." Er zijn vele jaren overheen gegaan voordat ik begreep waar het in essentie om ging en hoe erg belangrijk het was om welke reden een Noachied zich hield aan de zeven wetten.

Om dit punt toe te lichten moet ik weer beroep doen op een Midrash uit de mondelinge leer, uit de Talmoed. Daar is overigens een nauw en intiem verband tussen deze Midrash en de vorige Midrash.

Deze Midrash vertelt het volgende verhaal:

Voordat G'd de Thora heeft opgedragen aan het Joodse Volk op de SinaÔ heeft Hij deze eerst aan alle andere volkeren aangeboden.

Hij is eerst naar Ezau gegaan en die heeft meteen geÔnformeerd wat voor plichten hem daar opgelegd werden.

Toen zei G'd: "Je mag niet doden." Dat vond Ezau onaanvaardbaar. Hij bracht daar nog op in dat de Thora zelf schrijft over hem (Ezau) in verband met de zegen die hij van zijn vader kreeg: "Je zult leven van je zwaard."

Toen is Hij naar JismaŽl gegaan en die heeft ook geÔnformeerd. Toen hij te horen kreeg dat de Thora verbiedt te stelen, weigerde hij ook. Hij vond dat hij aan deze eis nooit kon voldoen. Ook beweerde hij het bewijs te leveren uit de Thora zelf dat hij mocht stelen. Daar staat uitdrukkelijk geschreven over JismaŽl: "Zijn hand zal gericht zijn tegen iedereen." Volgens hem was dit bedoeld als toestemming om te stelen.

Toen is Hij verder naar de Amonieten en de Moabieten gegaan en heeft hun antwoord gegeven over het verbod op incest. Ook zij beweerden dat dit verbod niet voor hen gold. Ze verwezen naar het verhaal in de Thora waaruit blijkt dat deze twee volkeren hun ontstaan te danken hebben aan het vergrijp op incest. De twee dochters van Lot kregen ieder een zoon van hun vader. De ene noemde haar zoon Amon en de andere noemde haar zoon Moab. En, vertelt de Midrash, zo is Hij naar alle volkeren toegegaan en ze hebben allemaal geweigerd. Zo gezien gaat het in deze Midrash gewoon om de zeven wetten van de Noachieden. Het is niet zo dat G'd de hele Thora wilde opleggen aan alle volkeren.

Na kennisname van de inhoud van deze Midrash kwam ik nog voor een veel moeilijker probleem te staan. Het lijdt geen twijfel dat er nooit of tenminste in de geschiedenis, sprake is geweest van een volk waar diefstal, moord of incest toegestaan werden. Het is uberhaupt niet in te denken dat een gestructureerd volk deze dingen kan toestaan. Een volk dat deze dingen toestaat is onregeerbaar. Daar heerst gewoonweg anarchie. Daar is geen normaal volksleven mogelijk, want daar geldt de wet en het recht van de sterkste net zoals in de wildernis.

Ik zat nu met twee, toen alleszins naar mijn gevoel, praktisch onoplosbare problemen:

1. De passage in Maimonides' over de zeven wetten i.v.m. de voorwaarde voor het verwerven van de titel 'Vromen onder de volkeren' en het aandeel in het eeuwige leven in de toekomende wereld.

2. De verklaring van deze Midrash i.v.m. de weigering van alle volkeren om de zeven wetten te accepteren.

Er is overigens een andere Midrash die vertelt dat welke maatschappij dan ook deze regels moet respecteren. Dit geldt zelfs voor een gangsterbende. Noodgedwongen moeten die in hun eigen groep het liegen en stelen verbieden. Hoe paradoxaal het ook klinkt in hun eigen kring zijn ze vaak nog kwetsbaarder. Het komt erg vaak voor dat men in die kringen een leugen met de dood bekoopt. Deze regels zijn heel duidelijk de meest elementaire voorwaarden voor het handhaven van een gemeenschap, om het even welk.