|
Uit de schatkist van
Chassidische verhalen
Parasjat Noach 5769
UIT DE
SCHATKAMER VAN CHASSIDISCHE VERHALEN
Relatieve rechtvaardigheid
Onder
zijn tijdgenoten – Sommige van onze
geleerden verklaren het tot zijn lof..... en sommige autori-teiten
verklaren het tot zijn schande
(Rasji).
Reb Arje Leib van
Shpola werd eens verteld dat Rabbi Nachman van Breslov de gewoonte
had om buitengewoon wonderbaarlijke verhalen te vertellen. Reb Arje
(die liefdevol bekend stond als de „Shpoler Zeide” – de Grootvader,
of de „Grand Old Man” van Shpola) reageerde als volgt: „Het is waar
dat in de laatste generaties voor de komst van de masjiach er zulke
chassidiem zullen zijn die hun zielen opfrissen met verhalen – maar
het zijn verhalen van tsaddikiem uit vroegere generaties waarvan zij
zullen genieten. Maar als hij wonderverhalen vertelt zoals die
overdrijvingen die in de Talmoed verteld worden in naam van Rabba
bar Bar Channa, hoe kan dat dan de levenden in de laatste generaties
helpen?”
Zijn chassidiem vroegen hem hierop: „Betekent dit
dat er dan geen tsaddikiem zullen zijn, zodat de chassidiem hun
zielen moeten opfrissen met verhalen over tsaddikiem uit vorige
generaties?”
„Wees ervan verzekerd,” antwoordde de Shpoler Zeide,
„dat er ook dan tsaddikiem en chassidiem zullen zijn – maar de
dingen zullen dan anders zijn.Want net zoals er etrogs zijn van
verschillende kwaliteiten, zo ook zijn er tsaddikiem van
verschillend niveau. Je kunt een etrog hebben die nauwelijks kosjer
is voor gebruik op Soekot, maar die toch een etrog genoemd kan
worden: je kunt er de beracha over zeggen en er vroom over mediteren
over passende kabbalistische betekenissen ervan en daarmee kun je
dan het G-ddelijke licht, dat deze mitswa losmaakt, naar deze wereld
trekken. Maar ondanks dat alles is het niet de ideale ‘mooie’ vrucht
die de etrog bedoelt te zijn – het soort waarmee men zijn ziel veel
beter verfrist dan met een etrog die maar nauwelijks kosjer is.”
ô
ô
ô
Bovenstaande
conversatie vond plaats tijdens de Derde Maaltijd op Sjabbat
Parasjat Noach. „Dit onderwerp,” hervatte de
Shpoler Zeide, „vindt een aanwijzing in de parasja van vandaag. We
lezen daar: „Noach was een
rechtschapen man, volmaakt onder zijn tijdgenoten.”
Rasji haalt daar het commentaar van onze Geleerden aan, waarvan
sommigen zeggen dat deze woorden worden gezegd tot Noachs schande:
in zijn generatie werd hij als tsaddiek beschouwd, maar als
hij geleefd had in de tijd van Avraham, dan was hij niets geweest.
Welnu, dit is een opmerkelijk commentaar, want we kunnen deze zin in
positieve zin opvatten en zeggen onze Geleerden niet: „Geef iedereen
het voordeel van de twijfel”?
„Maar in feite hebben diegenen die het tot Noachs
nadeel hebben uitgelegd, het Joodse volk een blijvende gunst
bewezen. Hoewel de tsaddikiem van de laatste generatie voor de komst
van de masjiach niet van hetzelfde niveau zullen zijn als de
tsaddikiem van vorige generaties, zegt Tora hier expliciet dat
iemand, die alleen vergeleken met zijn tijdgenoten een tsaddiek is,
en die vergeleken met andere generaties niets voorstelt, toch een
tsaddiek is in de ogen van Tora en Hasjem. En daar hij zo beschouwd
wordt, is hij in staat om de G-ddelijke zegen naar Deze Wereld
omlaag te halen, net zoals de tsaddikiem van gisteren dat konden.
|