Rabbijnen, etc.

Printversie

Inhoudsopgave

Home

 

Rabbijnen, Priesters, en andere godsdienstfunctionarissen

Rabbi

Rabbijn

Een rabbijn is geen priester, noch in de Joodse betekenis van het woord, noch in de Christelijke betekenis. In de Christelijke betekenis van het woord is een priester iemand met speciale autoriteit om bepaalde heilige rituelen uit te voeren. Een rabbijn daarentegen heeft niet meer autoriteit om rituelen uit te voeren dan andere volwassen mannelijke leden van de Joodse gemeenschap. In de Joodse betekenis van het woord  is een priester  (kohen) een afstammeling van Aäron (Aharon), belast met de uitvoering van diverse rituelen in de Tempel en de offerdienst. Hoewel een kohen een rabbijn kan zijn, is het geen vereiste voor een rabbijn dat hij tevens een kohen is.

Een rabbijn is eenvoudig een leraar, iemand met voldoende kennis van en opleiding in de halacha (Joodse wet) en traditie om de gemeenschap te onderwijzen en om antwoord te geven op vragen en om meningsverschillen over halachische problemen op te lossen. Wanneer iemand de nodige studie hiertoe heeft voltooid wordt hem een diploma gegeven dat bekend staat als semicha, hetgeen zijn bevoegdheid om beslissingen te nemen, bevestigt.

Waar sprake is van dingen die „de Rabbijnen” of de „Geleerden” gezegd of besloten hebben, wordt daar in het algemeen mee bedoeld dat de belangrijkste Joodse geleerden en autoriteiten door de eeuwen heen het daarover eens zijn.  Met Rabbijnse literatuur wordt de belangrijkste autoritatieve literatuur van de Grote Geleerden bedoeld over de diverse onderwerpen.

Sedert de verwoesting van de Tempel, is de rol van de kohaniem aanzienlijk afgenomen, en rabbijnen hebben hun taak als geestelijk leider van de Joodse gemeenschap overgenomen.

Het is echter belangrijk om op te merken dat een rabbijn geen speciale autoriteit heeft om dienst te doen in de synagoge. Iedere Jood die voldoende weet wat hem te doen staat, kan een dienst in een synagoge leiden en die dienst is dan evenveel waard als wanneer dat gebeurde door een rabbijn. Er zijn vele Joodse gemeenschappen die functioneren zonder rabbijn en vele diensten worden niet door rabbijnen geleid.

Chazzan

Een chazzan (voorzanger) is de persoon die de gemeente in het gebed voorgaat. Iedere godsdienstig meerderjarige man met een goede moraal en karakter en voldoende kennis van de gebeden en melodieën kan de gebedsdienst leiden en in vele synagogen wordt de dienst door leden van de gemeente geleid. In kleine gemeentes fungeert de rabbijn vaak zowel als rabbijn als chazzan. Maar omdat zang vaak een belangrijke rol speelt bij de Joodse dienst, huren grote gemeenten vaak een professionele chazzan, iemand met zowel muzikale capaciteiten als godsdienstkennis en leraar.

Een professionele chazzan is veelal iemand die met allerlei geestelijke taken belast wordt. Behalve dat hij voorgaat in de dienst op Sjabbat en feestdagen en vaak ook op werkdagen, is een van zijn belangrijkste taken om jonge jongens op te leiden voor hun Bar Mitswa. Hij leert hen Tora en Haftara te lezen, hetgeen voor de Bar Mitswa-jongen de essentie is van zijn Bar Mitswa-gebeuren.Vaak doen zij ook veel pastoraal werk, dat voorheen wel aan Rabbijnen werd opgedragen, zoals het bezoeken van zieken, het leiden van huwelijken  en begrafenissen en het geven van Tora-lessen aan volwassenen. De rabbijn en de chazzan werken samen als partners om de gemeente op te voeden en te inspireren.

Gabbai

Een gabbai is een leek die vrijwillig allerlei taken op zich neemt in verband met het lezen van Tora tijdens de diensten.  Dienst mogen doen als gabbai is een grote eer en dat mag doorgaans worden gedaan door iemand die deskundig is in Tora en het lezen daarvan.

Tot de taken van een gabbai horen één of meer van de volgende taken:

  • het aanwijzen van de mensen die een alia krijgen;

  • het lezen uit Tora

  • staan naast degene die uit Tora leest en te controleren of hij correct leest, zonder fouten.

Kohen

De kohaniem zijn de afstammelingen van Aharon, door G-d daartoe uitgekozen ten tijde van het incident met het Gouden Kalf  om bepaalde gewijde taken uit te voeren, met name de dieroffers  en andere Tempel-rituelen. Na de verwoesting van de Tempel is de rol van de kohaniem aanzienlijk verminderd, ten gunste van de rabbijnen.  DNA-onderzoek ondersteunt hun claim: een studie die in juni 1997 gepubliceerd werd in het weekblad „Nature” toont aan dat personen die zichzelf als kohaniem identificeren, gemeenschappelijke kenmerken hebben in de Y-chromosomen, een aanwijzing dat zij een gemeenschappelijke voorvader hebben. Voor meer informatie hierover en over andere recente genetische studies, zie: The Cohanim/DNA Connection op Aish.com.

Kohaniem krijgen altijd de eerste alia (dat wil zeggen: wanneer er een kohen aanwezig is). Zij moeten ook de gemeenschap zegenen, buiten Israël alleen op de feestdagen, in Israël bij iedere ochtenddienst.  

Het woord „Kohen” is de bron van de veelvuldig voorkomende Joodse naam „Cohen”, maar niet alle Cohens zijn kohaniem en niet alle kohaniem heten Cohen. „Katz” is ook een veel voorkomende achternaam voor kohaniem (het is een afkorting van „kohen tsadik,” dat is, „rechtvaardige priester”), maar ook hier geldt dat niet alle Katzen kohaniem zijn.

Levi

De hele stam  Levi werd afgescheiden van de rest van Israël om bepaalde taken in de Tempel te verrichten. Zoals bij de Kohaniem werd hun betekenis beduidend minder na de verwoesting van de Tempel, maar wij gaan door met hun afstamming in stand te houden. Levieten krijgen altijd de tweede alia  em ook dat wordt als een eer beschouwd.

Rebbe

Rebbe is de titel van de geestelijke leider van een Chassidische gemeenschap. Het woord betekent ‘mijn rabbijn’of ‘mijn leraar’ Een rebbe wordt verondersteld een tsaddiek te zijn (zie hieronder). De functie is doorgaans erfelijk. Een rebbe heeft het laatste woord over iedere beslissing in het leven van een chassied.

Buiten de Chassidische gemeenschap wordt het woord  „rebbe” soms ook gebruikt om er iemands persoonlijke rabbijn mee aan te duiden, de rabbijn waarbij hij het meeste geleerd heeft en waarmee hij een persoonlijke relatie heeft.

Het woord „rebbe” moet niet verward worden met het woord „reb,” wat eenvoudig een Jiddische aanspreektitel is, ongeveer in de betekenis van het Nedelandse woord „mijnheer”.

Tsaddiek

Het woord „tsaddiek” betekent letterlijk „rechtvaardige”. Het heeft betrekking op een volledig rechtvaardig persoon en wijst er in het algemeen ook op dat die persoon bijzondere spirituele en mystieke gaven bezit. Een tsaddiek hoeft niet noodzakelijk een rebbe of een rabbijn te zijn, maar de rebbe van een Chassidische gemeenschap wordt als tsaddiek beschouwd.