Archief

17 Tamoez en de Drie Weken

De drie weken, in het Hebreeuws Bein Hametsariem genoemd, hetgeen betekent: tussen de treurdagen, is de periode tussen 17 Tamoez, toen de eerste bres werd geslagen in de muur van Jeruzalem, en 9 Av (Tisj’a beAv), toen de Tempel werd verwoest (Eicha Rabba 1:29).

De 17de Tamoez

Vijf tragedies gebeurden er op die dag (Traktaat Ta’aniet 26b van de Babylonische Talmoed en Rambam: Hilchot Ta’anit 5:2):

1. Er werd een bres geslagen in de muren van het tweede Beit Hamikdasj – de tweede Tempel – door de Romeinse generaal Titus (Volgens de Jeruzalemse Talmoed Ta’anit 4:5) werd ook op die dag in de muren van de eerste Beit Hamikdasj de eerste bres geslagen, maar de Babylonische Talmoed schrijft in Ta’anit 29a dat dit gebeurde op de 9de Tamoez. Om de mensen niet te veel te belasten, hebben de geleerden besloten om beide gebeurtenissen op de zelfde dag, en wel op de 17de Tammoez te gedenken, omdat de vernietiging van de Tweede Tempel voor ons een grotere ramp is dan die van de Eerste Tempel).

2. De twee dagelijkse offers (korban tamied) werden tijdens het eerste Beit Hamikdasj op die datum gestopt, omdat de Cohaniem – de priesters – geen geschikt lam konden vinden voor het offer.

3. Het eerste stel Loechot [de Stenen Tabletten met daarop de Tien geboden] werden gebroken toen Mosjé Rabbeinoe van de berg afkwam en het gouden kalf zag, dat de Israëlieten gemaakt hadden.

4. Nog voordat het tweede Beit Hamikdasj verwoest werd, verbrandde de slechte Apostomus, een Romeinse officier, de Tora.

5. Er werd een afgodsbeeld opgericht in het Beit Hamikdasj (sommigen zeggen door Apostomus, anderen zeggen het was Menasje, de afgoden dienende koning van Jehoeda tijdens het eerste Beit Hamikdasj) (Ta’anit 28b, Rambam 5:2, Jeruzalem Talmoed Ta’anit 4:5, Rasji op Ta’anit 26b).

De Vastendag

Omdat deze vijf dingen gebeurden op de 17de Tamoez, bepaalden Chazal – onze geleerden, hun aandenken zij ons tot zegen – dat deze dag een vastendag zal zijn voor alle toekomstige generaties.

De bedoeling van de vastendag is dat wij bij onszelf te raden gaan en zelf onderzoek doen naar ons gedrag en tesjoewa doen – tot inkeer komen voor onze eigen zonden en die van onze voorouders (Misjna Broera  549:1; Kitsoer Sjoelchan Aroech 121:1).

Men moet niet de vergissing begaan door te denken dat alleen door niet te eten en te drinken men de bedoelingen van de dag vervult. Het is juist het tegenover gestelde: de hoofdzaak is dat men zijn eigen daden overziet en bedenkt wat men verkeerd gedaan heeft en oprecht berouw heeft over zijn zonden. Wanneer men alleen maar zit en zijn tijd verbeuzelt, zonder over zijn daden na te denken, heeft men niet het doel van deze dag vervuld.

Zo moet men ook niet een plezierig uitstapje gaan maken op een vastendag. Maar men kan zijn plicht van de dag niet vervullen als men niet ook vast, want chazal hebben de vasten vastgesteld als een profetisch voorschrift. En dat heeft heel Israël door alle eeuwen heen zo op zich genomen. Immers, zoals men bij grote vreugde een groot feestmaal aanricht, zo heeft men geen trek in eten als men treurt. En omgekeerd, vasten geeft een oncomfortabel gevoel, dat ons ertoe leidt om over onze daden na te denken.

Toen de inwoners van Ninivé hoorden van de ramp die hen te wachten stond, vastten zij en hulden zich in zak en as en hadden berouw over hun zonden. En er staat vervol­gens geschreven: „En Hasjem zag hun daden,” waarop Hasjem het zware oordeel afwendde. De commentatoren schreven hierover: Er staat niet geschreven dat Hasjem hun zak en as zag en hoe zij vastten, er staat: „En Hasjem zag hun daden.”

Halachot van 17 Tamoez

1. Het vasten begint bij het aanbreken van de dag (en niet op de avond ervoor, zoals op Tisj’a BeAv en Jom Kippoer) en eindigt wanneer de nacht invalt, dat is wanneer drie middelgrote sterren zichtbaar worden.

2. Zowel mannen als vrouwen moeten vasten.

3. Jongens onder de 13 jaar en meisjes onder de 12 jaar zijn niet verplicht te vasten, maar ouders moeten hun zonen (van 9-12 jaar) en dochters (van 9-11 jaar) wel aanmoedigen een paar uur te vasten, bijvoorbeeld door hun ontbijt een paar uur uit te stellen of dat een keer over te slaan. Maar men moet hen niet aanmoedigen om een hele dag  te vasten.

4. Alleen eten en drinken is op deze vastendag verboden, wassen, parfumeren, het dragen van leren schoenen en huwelijksgemeenschap is allemaal toegestaan op deze dag (Sj.A. 550:2).

5. Wie ziek is, zelfs al is dat niet levensbedreigend, hoeft niet te vasten. Het is zelfs verboden dan streng voor zichzelf te zijn (M.B. 550:4). Een Rav dient te worden geraadpleegd.

6. Volgens sommige poskiem hoeft een zwangere vrouw of zogende moeder niet te vasten. Volgens anderen geldt dat alleen als zij zich zwak voelt, en hebben vrouwen de minhağ aangenomen streng voor zichzelf te zijn (Sj.A. 550:1 en Rama. De Misjna Broera  schrijft dat wie zich zwak voelt niet hoeft te vasten en de Steipler Rav ztz”l meende dat als zij zich een beetje zwak voelt op die dag, zij niet hoeft te vasten. Men raadplege een Rav.

7. Jonge kinderen die niet hoeven te vasten, maar het wel al begrijpen, moet men geen snoepjes e.d. geven, maar alleen eten dat zij nodig hebben.

8. De halacha voor roken is op deze vastendag niet anders dan op andere dagen van het jaar. Roken is zeer slecht voor de gezondheid en vele hedendaagse poskiem verbieden het daarom, want men heeft niet het recht zijn eigen gezondheid te schaden.

9. Hoewel sommigen streng zijn ten aanzien van het wassen met warm water, mag een vrouw die zich voorbereid op het mikweh zich baden met warm water.

10. Men mag zijn tanden poetsen met een droge tandenborstel, maar wanneer dat als erg oncomfortabel ervaren wordt mag men water en tandpasta gebruiken en ook mondwater (M.B. 567:11).

11. Een zieke mag zijn medicijnen innemen met water.