Index drie weken

 

Home

Rouw over het Beit Hamikdasj

Rav Jisrael stond bekend als een tsaddiek, die Hasjem diende met grote passie. Tijdens de Jamiem Nora’iem [de Hoge Feestdagen] kwa­men de mensen van heinde en verre, om zijn roe­rende gebeden te horen. Ieder jaar, midden tijdens de tefilla, stortte hij ineen en brak in bitter huilen uit.

Op een jaar, tijdens de Negen Dagen, was Rav Jisrael met groot enthousiasme aan het bensjen [de dank­zeg­ging na een broodmaaltijd]. Voordat hij begon aan de beracha Oewenei Jeroesjalajiem stopte hij even om te me­di­teren over de woorden die hij zo meteen ging zegen. Hij zag in gedachte het Beit Hamikdasj voorzich. Hij zag de Kohaniem de korbanot [offers] brengen en het bloed sprenkelen op de wanden van het Mizbeiach [altaar]. Hij zag in zijn verbeelding hoe de kohen de ingewanden van de vogel-offers omlaag gooide, waar zij op wonderbaarlijke wijze door de Tempelvloer werden geabsorbeerd.

In het midden van zijn overpeinzingen kwam hij weer tot zichzelf en realizeerde hij zich dat alles wat hij zojuist gedroomd had, slechts verbeelding was en dat het Beit HaMikdasj in ruïnes lag. Deze plotselinge realisatie schokte hem en hij werd gegrepen door een overweldigend gevoel van wanhoop. Hij pakte een mes van de tafel en maakte een eind aan zijn leven. (Sjibolet Haleket 155)

Na dit incident ontwikkelde zich de minhag om messen van tafel te verwijderen voordat men benjst (Sjoelchan Aroech 180:5).

Op het eerste blik is deze gewoonte moeilijk te verteren. Zou het werkelijk mogelijk zijn dat iemand van ons zo ontsteld raakt, dat hij zelfmoord zou plegen na de maaltijd? Wij zijn nauwelijks in staat om een enkele traan te vergieten op Tisja BeAv!

Onze Geleerden begrepen dat zelfs al hebben wij niet dit niveau van begrip bereikt, dat de herinnering aan deze gebeurtenis ons kan inspireren deze gevoelens wel te ontwikkelen. Onze Geleerden hebben de dagen vóór Tisja BeAv bestemd als een speciale tijd om aan deze emoties te werken .

„Jeruzalem zal op de voorgrond van mijn feestviering staan” (Tehilliem 137:6). Simcha – vreugde – is een gevoel van tevredenheid; zolang als wij het Beit Ha-Mikdasj moeten missen, mogen wij geen volledige vreugde voelen, want zonder de Tempel kan onze vreugde nooit compleet zijn.

Hoe drukken wij deze gevoelens uit? Kleren, huizen, eten, muziek en huwelijken wekken allen grote vreugde op. Onze Geleerden hebben gezegd dat wij één onderdeel van deze activiteiten buiten gebruik moeten stellen, zodat wij ons zullen herinneren dat zonder Beit HaMikdasj onze vreugde incompleet is.

Het hele jaar verminderen wij onze vreugde slechts minimaal. Maar tijdens de periode van de drie weken, tussen 17 Tammoez en Tisja BeAv beperken wij onze vreugde op een bredere schaal en passen dat toe op onze dagelijkse bezigheden. Alleen al door te denken over deze halachot kunnen wij geïnspireerd worden, zodat wij voelen hoezeer wij het Beit Ha-Mikdasj missen.

Kleding

„Een vrouw mag sieraden dragen en zich mooi maken, maar zij moet niet al haar sieraden tegelijk dragen” (Sjoel­chan Aroech 560:2). Hoewel een vrouw wordt aange­moedigd om zich voor haar echt­genoot mooi te maken, hebben onze Geleerden be­slist dat zij in deze tijd niet al haar sieraden tegelijk moet dragen. Zij hoopten daarmee te bereiken dat wij ons zouden herinneren dat wij een veel grotere bron van vreugde mis­sen: het Beit Ha-Mikdasj.

Tijdens de huwelijksinzegening draagt de bruid geen zilvere kroon of tiara en onder de choepa wordt een glas gebroken. Omdat dit bedoeld is om het verdriet van de verwoesting op te wekken, nemen wij daarvoor een heel glas van enige waarde.

 

Huis

Het is de gewoonte dat een Jood een stukje van ongeveer 116 cm2 van de muur tegenover de in­gang van zijn huis, onbepleis­terd laat, ter herinne­ring aan de ver­woes­ting. Tijdens de negen dagen ma­ken wij geen verfraai­ingen aan ons huis en verven wij het niet.

De maaltijd

We laten een plaats aan tafel onbe­zet, hetgeen het gemis van de Tem­pel duidelijk tot uitdruk­king brengt: er mist iets. Tijdens de negen dagen (behalve op Sjabbat) eten wij geen vlees en drinken wij geen wijn. Dat helpt ons herinneren aan de dier- en plengoffers in de tijd van de Tempel, die wij nu niet meer kun­nen brengen.

 

 

Een maand van voorspoed en een maand van ongeluk

De Gemara (Ta’aniet 29b) en de Sjoelchan Aroech 551:1) leggen een verband tussen de maand Adar en de maand Av: Zo als wanneer Av be­gint, dan verminderen wij onze vreug­de, zo als Adar aanvangt, vermeer­dert onze vreugde.”

De Zohar geeft inzicht in dit feno­meen: Twee maanden van het jaar staan onder controle van Esav, Tamoez en Av.

Av had een maand van vreugde moeten zijn, want toen bereidden wij ons voor om het Land binnen te trekken. Met de acceptatie van de verhalen van de verspieders werd het een maand van rouw, waarin de nakomelingen van Esav een voordeel over ons hebben. Maar als Adar komt, keert het getij.

(Uit HaModiah, met toestemming)