Archief

De Tempel: Voelen wij het verlies?

Door Rabbi Shraga Simmons

Sinds de dag dat de Tempel werd verwoest was er nimmer meer een perfect heldere hemel, zoals er geschreven staat (Jesjajahoe 50:3): ‘Ik kleed de hemel met zwartheid en Ik maak een zak voor hun bedekking.” Tamoed Berachot 59

Waarom voelen wij het verlies niet?

De Heilige Tempel was – en is nog steeds– één van de meest centrale en fundamentele begrippen in het Jodendom. De geleerden zeggen dat de herbouw van de Tempel een van de belangrijkste punten van onze aandacht moet zijn en dat wij hem ieder moment moeten missen. En toch voor velen van ons is het zeer veraf van ons dagelijks bewustzijn. Hoewel wij spiritueel gekweld worden door onze afstand tot G-d, realiseren wij ons dat niet zo vaak.

Waarom?

Het leven is voor het grootste deel prettig en comfortabel. Wij hebben niet het gevoel dat wij iets missen, behalve misschien langere vacantie. Wij geloven in de illusie van de fysieke wereld en verbeelden ons dat het leven goed is zoals het is.”

De Drie weken komen langs om ons eraan te herinneren dat er wel degelijk iets is dat in ons leven mist en dat wij niet leven op de manier die wij eigenlijk zouden willen. Wanneer de geleerden deze dagen niet hadden aangewezen om te treuren, dan zouden wij altijd in slaap zijn voor het kwellende verlies van de Tempel en voor wat wij missen in ons leven. Het doel van deze dagen is het contrast te doen uitkomen tussen de wijze waarop wij nu leven en hoe ons leven had kunnen zijn. Wanneer wij de pijn van onze zielen voelen, dan treuren wij werkelijk om het verlies van de Tempel.

Het volgende verhaal wordt verteld over Rabbi Shraga Feival Mendlowitz (1886-1948), de Rosj Jesjiva van Yeshivat Torah VaDaas in Williamsburg afd. Brooklyn (V.S.)

De Joodse wet verbiedt het om een onbedekt mes op de tafel te laten liggen tijdens Birkat Hamazon (het dankgebed na de maaltijd), uit vrees dat de wanhoop die men voelt tijdens het lezen van de paragraaf over de verwoesting van Jeruzalem iemand ertoe zou kunnen brengen zich van het leven te beroven CH”W.

Op een vrijdag nacht in de zomer van 1948 verspreidde zich het gerucht door Amerika dat de Oude Stad van Jeruzalem was verwoest door invallende Arabische legers. Bij het horen van dat nieuws kreeg Rabbi Mendlowitz een hartaanval, terwijl hij aan zijn Sjabbat-tafel zat en Oevnee Jeroesjalajim” zei, de beracha voor de herbouw van Jeruzalem.

Weten wij wat we verloren hebben?

In de tijd van de Tempel kon iemand naar Jeruzalem gaan en letterlijk Zijn nabijheid voelen. Het verlangen van de ziel werd vervuld. Maar toen werd de Tempel vernield en wij verloren wat wij hadden. Maar wat precies verloren wij?

In juni 1967 waren de Israëlische paratroepen die de Oude Stad van Jeruzalem veroverd hadden, onder de eersten die de Westelijke Muur bezochten. Velen van de soldaten, overweldigd door emoties, stonden te huilen bij de muur. Eén niet-godsdienstige soldaat stond op geruime afstand van de muur, ook te huilen. Waarom huil je?” vroeg een vriend hem. Ik huil omdat ik niet weet waarom ik zou moeten huilen.”

Wanneer wij het verlies niet voelen, is er geen hoop dat de Tempel herbouwd zal worden. De Sjoelchan Aroech zegt:

Het past ieder G-d vrezend mens om verstoord en gepijnigd te worden bij de gedachte aan de verwoesting van de Heilige Tempel.”

De commentatoren stellen een voor de hand liggende vraag: Hoe zit dat met iemand die niet G-dvrezend is en dus het verlies van de Tempel niet voelt?

Het antwoord is dat voor zo iemand de verplichting nog steeds bestaat – zij het in een enigszins gewijzigde vorm:

Het past ieder niet-G-dvrezend mens om verstoord en gepijnigd te worden over het feit dat het hem niet stoort dat de Heilige Tempel verwoest is.”

Deze verplichting is zo belangrijk, dat de Talmoed (in traktaat Sjabbat 31a) zegt dat als iemand voor de Uiteindelijke Rechtbank in de Komende Wereld geleid wordt, één van de kardinale vragen die hem gesteld worden, is: Heb je gehoopt op de verlossing?”

G‑d verwacht niet van ons dat wij onmiddellijk verheven niveau’s bereiken. Maar dat stelt ons niet vrij van het te proberen. Wij moeten er naar streven om te groeien naar dat punt waar wij het verlies van de Tempel op zijn waarde kunnen waarderen en waar wij het verlies ervan kunnen betreuren, samen met de rest van het Joodse Volk.

Instrumenten om het verlies te voelen

Zoals wij hier zitten, midden in een 2.000 jaar oude ballingschap, met al zijn vervolgingen en lijden, dan overvalt ons soms een gevoel van wanhoop. Dat is precies de reden om te beginnen met te leren over de herbouw van de Tempel en zijn dienst. Wij ontwikkelen hoop als de gedachten aan een betere Joodse toekomst in het verschiet komen. Grenzen van tijd en ruimte smelten weg voor het visioen van een nieuw en permanent Jeruzalem dat het utopische Messiaanse tijdperk zal inluiden.

Wat zijn sommige van die instrumenten die ons kunnen helpen?

Toen het Joodse Volk in de Babylonische Ballingschap was, begon de Profeet Jechezkel (Ezechiël) de mensen de details van de nieuw te bouwen Tempel te leren. De commentator Radak (op Jechezkel 43:11) zegt dat de mensen verteld werd een drie-dimensionaal model van de Tempel te bouwen. Door dat te doen bracht hij de idee in realiteit dat de Joden uiteindelijk terug zouden keren naar hun land en de Tempel ook werkelijk zouden herbouwen.

De Midrasj (Tanchuma Tzav 14) zegt:

G-d zei tegen Jechezkel: De studie van de Tempelstructuur wordt beschouwd als van gelijke verdienste als de bouw zelf. Dus zeg het volk dat zij de structuur van de Tempel bestuderen en als beloning zal ik hun studie beschouwen alsof zij de Tempel werkelijk gebouwd hebben.”

Wij kunnen op de volgende manieren over de Tempel leren:

1.  Leer over de offers die in de Tempel gebracht werden. Sefer Chinoech – dat een overzicht geeft van de procedures en de redenen erachter – dat is een goed begin [en onze wekelijkse uitgave Hearot HaDaf helpt daar zeker aan mee (Zwi)].

2.  Leer over de voorwerpen van de Tempel, d.w.z. de Menora, de Heilige Ark, de kleren van de Kohen, etc. Er zijn uitstekende afbeeldingen van beschikbaar en diepere Kabbalistische werken die de metafore betekenis ervan verklaren.

3.  Leer over de speciale mitswot die van toepassing waren in de Tempel, zoals het opgaan naar Jeruzalem drie maal per jaar, of andere mitswot, zoals Bikkoeriem, Troema en Ma’aser.

4. Leer over de aspecten van de Tempeldienst die vandaag nog gelden, zoals de Birkat Kohaniem [de Priesterzegen] en het wassen van de handen voordat men brood eet.

De Talmoed (Menachot 110a) beschrijft de grote betekenis van de studie over de Tempel:

Wat is de betekenis van de verzen: Dit is de wet van het zond-offer; dit is de wet van het schuldoffer?” Zij leren ons dat ieder die zich bezig houdt met de studie van de wetten van het zondoffer, die wordt beschouwd alsof hij een zondoffer bracht en ieder die zich bezig houdt met de studie van de wetten van het schuldoffer, wordt beschouwd alsof hij een schuldoffer bracht.