Archief

Home

Chanoeka 2000

Op donderdag 21 December a.s. begint weer het Chanoeka-feest, ook wel eens vertaald met het inwijdingsfeest. Acht dagen lang worden we er aan herinnerd hoe G-d het Joodse volk heeft geholpen in de strijd tegen de geestelijke overheersing door het Griekse gedachtegoed, het Hellenisme. Het Hellenisme had tot doel de mensheid te verbroederen met één taal, één cultuur en één godsdienst (de Griekse). Dit moest gebeuren, eerst onder geestelijke druk, later onder lichamelijke dwang. Onze voorvaderen ondervonden aan den lijve wat dit voor gevolgen had. De tempel werd ontwijd door het offeren van zwijnen voor hun afgod, beloften waren niets meer waard, mensen vochten naakt tegen elkaar in de amphytheaters, de besnijdenis en het houden van de Sjabbat werden verboden op straffe des doods, Tora-rollen werden verbrand. In het kort: het werd gewoon verboden om nog langer Joods te zijn. De onderdrukking van ons gehele volk en onze eigen identiteit kon toen echter alleen tot stand komen doordat er Joden waren die onze identiteit, onze Tora, minachtten.

 Gelukkig waren er Joden die hiertegen in verzet kwamen: De Maccabeeërs. Dit was een groep priesters, zonen van Jehoeda HaMakabi, die openlijk de strijd aangingen met de Hellenistische legers en deze in een guerrilla-oorlog hebben verslagen. Na deze oorlog moest de tempel weer worden gereinigd van de afgoden­dienst om G-d er weer te kunnen dienen. Hierbij stuitte men toen op een probleem. Er was geen kosjere olie meer voor het aansteken van de menora, behalve dan één kruikje olie dat theoretisch net genoeg was voor één dag. En het maken van nieuwe kosjere olie zou zeker acht dagen duren. Nu gebeurde het wonder dat het ene kruikje de gehele menora acht dagen liet branden, totdat de nieuwe koshere olie was gearriveerd. Vandaar de acht dagen van ons feest.

Voor velen zal dit deel van onze geschiedenis wel bekend zijn. Minder bekend is waarschijnlijk de parallel naar onze tijd (anno 2000) en de band van Chanoeka met Poerim en Pesach.

 De samenleving waarin wij leven is voor sommige Joden aantrekkelijker dan  het Jodendom. Ze zien het Jodendom als een enorme beperking van hun vrijheid, een last. En hier komt dan Chanoeka om de hoek kijken om ons te herinneren aan onze geschiedenis, de vervolgingen en de overwinningen die wij (dankzij G‑d's hulp) hebben behaald (het Jodendom bestaat tenslotte nog steeds terwijl al die zogenaamde „beschavingen” en „culturen” uit de oudheid zijn verdwenen) en de geestelijke en lichamelijke vrijheid waarin wij als Joden kunnen leven zodra wij G-d's geboden naleven.  Zodra wij in onze tijd doordrongen zijn van de waarde van ons eigen volk en onze eigen Tora, dan zijn we al een heel stuk op de goede weg.

Chanoeka Sameach