Index

Jom Kippoer

Tesjoeva en de vreemdeling binnenin

Een mens ervaart vele fluctuaties van zijn voorspoed in zijn leven. Behalve veranderingen van zijn welvaart en armoede, van gezondheid en ziekte, kan hij ook grote variaties ervaren in het niveau van zijn religieuze overtuiging. Dit treft niet alleen gewone mensen, maar zelfs personen van hoog spiritueel niveau. Een voorbeeld hiervan is een groot Talmoedgeleerde.

De Gemara (Chagiga 14b) vertelt dat „vier geleerden de ‘Tuin’ binnen gingen. Ze stegen op naar de hemel om G-d en G-ddelijkheid beter te begrijpen. Ben Azzai staarde naar binnen en stierf. Ben Zoma keek en werd krankzinnig. Rabbi Akiva kwam er ongedeerd uit en Alisja ben Avoeja werd een apostaat en nadien wordt hij alleen nog aangeduid met „Acheer – een ander.”

Elisja ban Avoeja was de leraar van de grote Geleerde Rabbi Meïer. Na zijn afvalligheid vroeg Acheer aan Rabbi Meïer: „Wat is de betekenis van het vers: ‘Goud en glas kunnen het niet evenaren; noch zal de ruil ervan vaatwerk van fijn goud zijn’?”

Hij antwoordde: „Dit zijn de woorden van Tora, die moeilijk te verkrijgen zijn, zoals schalen van fijn goud, maar die makkelijk te vernietigen zijn, zoals schalen van glas.”

Acheer zei tegen hem: „Rabbi Akiva, je leraar, heeft het niet aldus verklaard, maar als volgt: ‘Net als schalen van goud en schalen van glas te repareren zijn, ook al zijn ze gebroken, zo ook is er voor een Tora-geleerde, die gezondigd heeft, herstel mogelijk.’ ”

Daarop zei Rabbi Meïer tegen hem: „Dan kunt u ook tot inkeer komen!”

Hij antwoordde: „Ik heb al van achter het parochet [lett.: gordijn, d.w.z. uit de hemel] horen zeggen: „Keer terug jullie afvallige kinderen (Jeremia 3:22) choets mé-Acheer – behalve Acheer!” [D.w.z., iedereen kan terugkeren, behalve Acheer.]

De Gemara gaat dan verder en vertelt de volgende gebeurtenis. Het gebeurde eens dat Acheer op een paard reed op Sjabbat, en Rabbi Meïer wandelde achter hem aan, om Tora van hem te leren. Acheer zei tegen hem: „Meïer, keer terug, want ik heb al met behulp van de passen van mijn paard gemeten dat hier de Sjabbat-grens is.” [Op Sjabbat mag men niet verder lopen dan 2.000 amot – ongeveer 1.000 m. – van zijn stand- of woonplaats.]

R. Meïer antwoordde: „U moet ook terugkeren (tesjoeva doen)!”

Acheer antwoordde: „Heb ik je niet al verteld dat ik van achter het Gordijn heb horen zeggen: „Keer terug jullie afvallige kinderen, choets mé-Acheer – behalve Acheer!”

Deze woordenwisseling tussen Rabbi Meïer en zijn leraar is raadselachtig. Het is duidelijk dat Rabbi Meïer veel respect voor hem had, anders zou hij niet Tora van hem zijn blijven leren, en toen Acheer zijn student vertelde dat hij een stem uit de hemel had gehoord, was dat ongetwijfeld geen hallucinatie. Waarom dan bleef Rabi Meïer zijn leraar achtervolgen door te blijven aandringen dat hij moest terugkeren?

De Gemara gaat verder en vertelt hoe Rabbi Meïer bleef aandringen en hem mee nam naar een Beet Hamidrasj. Daar vroeg Acheer aan de kinderen om het Bijbelvers, dat zij zojuist geleerd hadden, voor hem te reciteren. Een van de kinderen citeerde: „Wele-rasja amar Elokiem: ma lecha lesapeer choekai – Hasjem zei tegen de booswicht: ‘Waarom vertel je Mijn wetten?’ ” (Tehilliem 50:16). Maar het kind stot­terde, zodat het woord wele-rasja – en tegen de booswicht – klonk als wela-Elisja – „en tegen Elisja zei Hasjem…” Elisja zei later: „Als ik op dat moment een mes in mijn hand had gehad, zou ik hem in stukjes gesneden hebben.”

Oppervlakkig gezien maakt dit verhaal het probleem nog moeilijker te begrijpen. Daar Elisja beweerde dat hij een stem uit de hemel gehoord had, waarom was hij dan zo verstoord door dat stotterende kind? In tegendeel, hij had dat kind moeten waarderen, want het bevestigde de hemelse stem.

Rabbi Meïer geloofde ongetwijfeld dat Elisja de waarheid vertelde, toen hij hem vertelde wat hij gehoor had. Maar hij gaf er een andere interpretatie aan.

Iedereen is op gezette tijden zichzelf, en op andere tijden is er een „acheer” – een „vreemdeling” binnen in hem, die zijn spiritualiteit uitdaagt. In de moderne psychologie noemt men dit de dubbele persoonlijkheid, en in de literatuur wordt dit uitgedrukt in het verhaal van Dr. Jekyll en Mr. Hyde. Echter, dit is geen modern fenomeen, dat pas onlangs ontdekt is, maar iets dat de mensheid geplaagd heeft van het vroege begin tot op deze dag en het is precies de essentie van de tesjoeva.

Wanneer men Tora studeert en mitswot doet, komt zijn ware ‘zelf’ tot uitdrukking. Wanneer iemand, wat G-d verhoede, een overtreding begaat, dan is dat de acheer binnen in hem die dat doet op een vreemde manier, tegen de ware innerlijke ‘zelf’ in.

Er wordt verteld dat Aristoteles, de „vader van de filosofie” zich een keer lomp gedroeg, op een wijze die totaal niet paste bij iemand van zijn status. Toen hem gevraagd werd hoe het mogelijk was dat hij zich zo ongepast gedroeg, antwoordde hij: „De man die u nu voor u ziet, is niet Aristoteles – ik ben nu iemand anders.” Met andere woorden, hij zei: „Soms ben ik mijzelf – Aristoteles – en soms ben ik acheer – iemand anders.

Hoewel Elisja ben Avoeja inderdaad een hemelse stem had horen zeggen: „Keer terug jullie afvallige kinderen,  choets mé-Acheer – behalve Acheer,” beweerde R. Meïer dat hij dat verkeerd geïnterpreteerd had. De juiste boodschap was: „Keer terug jullie afvallige kinderen, en de manier waarop je dat doen moet is choets mé-Acheer – maak jezelf los van acheer – bevrijd je van de vreemdeling binnen in je en keer terug tot jezelf.”

Rabbi Meïer wist dat de poorten van de hemel voor alle Joden open staan, zelfs voor hen voor wie bepaald is „dat hij niet de gelegenheid krijgt om terug te keren” (Joma 85b). Zoals Rabbijn Schneuer Zalman van Liadi, de grondlegger van het Chabbad Chassidoet, stelde: „ Wanneer iemand met al zijn kracht ernaar streeft en zijn slechte neiging weet te overmeesteren en tot inkeer komt, dan wordt zijn terugkeer geaccepteerd” (zie Iggeret Hatsjoeva 11). Daarom bleef R. Meïer volhouden om te trachten Elisja ben Avoeja tesjoeva te laten doen – om niet de „acheer” de „vreemdeling in hem” te laten heersen over zijn ware „zelf,” en terug te keren tot zijn originele status van de grote geleerde Rabbi Elisja be Avoeja.

Hoewel Elisja ben Avoeja hoopte dat de interpretatie van zijn leerling de juiste was, was hij daar niet geheel gerust op. Daarom, toen R. Meïer hem met ‘geweld’ meenam naar het Beet Hamidrasj, vroeg Elisja aan de kinderen welke passoek zij zojuist geleerd hadden, in de hoop om daar een aanwijzing voor zichzelf in te vinden. Toen uit wat het kind stotterde, bleek dat er in Tora een passoek stond die zijn interpretatie van de hemelse stem bevestigde, zodat hij, Elisja, geen tesjoeva kon doen, was hij vreselijk gefrustreerd, want hij wilde werkelijk terugkeren en een toegewijd kind van Hasjem en Tora zijn.

Het thema van de dag van Jom Kippoer is „sjoeva baniem” – „keer terug [Mijn] kinderen” – doe tesjoeva. Stop om een dubbele persoonlijkheid te zijn. Wees te allen tijde jezelf, dan zal Hasjem met vreugde Zijn hand naar jou uitstrekken en je oprechte terugkeer accepteren.

(Uit: Vedibarta Bam)